Redacteur

Het rijke roomse leven, maar ook een kwetsbare Kerk, getekend door ontkerkelijking en kerksluitingen. Gerard de Korte (70) maakte het van dichtbij mee. Komende zaterdag viert de bisschop van ’s-Hertogenbosch zijn 25-jarig bisschopsjubileum.
Een kelkje, een kleine ciborie en namaakhosties. Toen Gerard de Korte zeven jaar oud was, liet zijn vader een altaartje voor hem bouwen op zolder. In het Utrechtse Vianen speelde hij priestertje, in een maatschappij die nog doordrenkt was van de Kerk.
Het waren de nadagen van het rijke roomse leven. De Korte ging iedere ochtend met een nuchtere maag naar de kerk, om daarna thuis te ontbijten en naar school te gaan. “In de jaren zestig was het heel normaal dat vrome jochies pastoortje speelden”, blikt de bisschop terug. “Ik was een vroom kind, denk ik. In ieder geval religieus.”
Deze pagina is niet gevonden
Meer dan zestig jaar later is de situatie drastisch veranderd. De individualisering van de samenleving heeft ook de katholieke Kerk beïnvloed, weet De Korte. Tegenwoordig is een bisschop vooral een krimpmanager, zegt hij.
Het begeleiden van deze krimp, maar ook het stimuleren van missionaire activiteiten vormt een rode draad door zijn tienjarig jubileum als bisschop van ‘s-Hertogenbosch, dat hij komende zaterdag viert in de Bossche Sint-Janskathedraal. Maar naast deze mijlpaal is er nog iets te vieren: De Korte is ook 25 jaar bisschop.
Toen u in 2001 tot bisschop werd gewijd was u pas 46 jaar oud, veertien jaar na uw priesterwijding. Hoe heeft uw roeping zich ontwikkeld?
“Eigenlijk kwam eerst de roeping als leraar in beeld. Vanaf mijn twaalfde kreeg ik een sterke belangstelling voor geschiedenis en politiek. De Zesdaagse Oorlog in het Midden-Oosten, tussen Israël en de Arabische landen, was toen uitgebroken. Vanaf dat moment begon ik kranten te lezen. Ik besloot om na de middelbare school leraar te worden en ging geschiedenis studeren aan de universiteit van Utrecht. Die geschiedenisstudie is heel belangrijk geweest voor mijn roeping.”
'Ik probeer een man van het brede midden van de Kerk te zijn. Een verbindende bisschop. Een vriendelijk of zachtmoedig mens. Althans, zo beleef ik mezelf. Ik ben geen driftkop.'
Was er een specifiek moment waarop u de roeping voor het priesterschap voelde?
“Ik ben geen born again christian. De geschiedenisstudie confronteerde mij met een aantal grote levensvragen. De geschiedenis is een opeenvolging van generaties. Mensen worden oud en gaan vroeg of laat dood. Rijk of arm, ziek of gezond. Waarom moeten mensen zoveel lijden? Wat is de zin van mijn leven?
“Dat soort vragen kwam heel sterk bij mij op. Ik was zo’n twintig jaar oud. Ik ben toen veel in de Bijbel gaan lezen en werd ook actief in de parochie. Toen kwam het idee: zou ik toch niet in de Kerk moeten gaan werken? De priesterroeping was nog heel vaag. Ik rondde mijn geschiedenisstudie af en ging toen theologie studeren. Niet veel later ging ik het seminarie in.”
Als student probeerde De Korte te begrijpen wat de kern van het geloof voor hem betekende. Het beeld dat hem bijbleef: een rups die een vlinder wordt. “Je ziet een pop, maar je zou nooit zeggen dat daar een vlinder uit komt.” Voor hem werd dat een manier om Pasen te verstaan. Niet als het beeld van een dode die terugkeert naar het oude leven, maar als Christus die door de dood heen breekt tot nieuw leven, waarop de dood geen greep heeft. “Dat is de kern van hoop op eeuwig leven”, zegt hij. “Mijn roeping is uiteindelijk toch een kwestie van groei geweest. Een geleidelijke ontwikkeling, geen plotseling moment.”

Maar was er dan nooit een moment waarop u geloofstwijfels had?
“Toen ik als student de Bijbel ging lezen, werd mijn geloof verdiept. Met name de persoon van Jezus Christus werd voor mij belangrijk. God heeft zich door zijn Zoon aan ons bekend gemaakt. Dat was voor mij een geweldige ontdekking. Deze gerichtheid op Jezus is altijd gebleven. Ik heb geen grote aanvechtingen gekend.”
Ook niet met betrekking tot het celibaat?
“Toen mijn zus haar eerste kind kreeg, kwam de keuze voor het celibaat wel heel dichtbij. Ik was nog priesterstudent. Maar het verlangen om priester te worden was zo groot dat ik eigenlijk geen aanvechting heb gehad. Tijdens de priesteropleiding hoorde ik dat de keuze voor het priesterschap verbonden is aan het celibaat. Je moet het celibaat er niet bij nemen. Tegelijkertijd kun je niet zonder mensen leven. Ik heb niet veel vrienden, maar ik heb wel een aantal mensen die ik als goede vriend beschouw. En ik heb een sterke familieband. We hebben allemaal behoefte aan goede relaties.”
Dit artikel is niet gevonden
De Korte is namens de Nederlandse bisschoppenconferentie referent voor Kerk en Samenleving. In deze hoedanigheid spreekt hij zich regelmatig uit over maatschappelijke en politieke kwesties. Omwille van sommige van zijn standpunten wordt hij soms als progressiever ervaren dan zijn mede-bisschoppen. Hoewel de bisschop wel eens op de linkerflank van het politieke spectrum wordt geplaatst en voor een inclusieve Kerk staat, beschouwt hij de kerkelijke leer als leidend. In zijn eigen woorden: “Niet als een stok om te slaan, maar als een staf om mee te gaan.”
Hoe zou u uzelf omschrijven als bisschop?
“Ik probeer een man van het brede midden van de Kerk te zijn. Een verbindende bisschop. Een vriendelijk of zachtmoedig mens. Althans, zo beleef ik mezelf. Ik ben geen driftkop. Ik probeer dat ook in mijn beleid tot uitdrukking te brengen. Er zijn allerlei varianten binnen onze katholieke gemeenschap. Mensen die vooruitstrevend zijn en mensen die heel traditioneel zijn. Allemaal mogen ze in de schaapstal zijn.”
'Er is een tendens in onze cultuur die suggereert dat het christendom passé is. Geleidelijk zie je dat er toch ook ruimte ontstaat voor het katholieke geluid'
Hoe denkt u dat de priesters in uw bisdom u zouden omschrijven?
“Ik hoop op dezelfde manier. Je kunt van de bisschop alles zeggen. Maar ik probeer in ieder geval beschikbaar voor ze te zijn. Binnen één, uiterlijk twee weken kan een priester bij mij terecht als hij mij wil spreken. Ik ben ook snel met mails beantwoorden. Ik hoop dat zij mij als attent ervaren.”
Welke maatschappelijke thema’s vindt u het belangrijkst?
“De thematiek van Laudato si’ van paus Franciscus. Ik probeer vanuit mijn referentschap de thema’s van deze encycliek, over de zorg voor de aarde, zo goed mogelijk voor het voetlicht te brengen. Maar ook de encycliek Fratelli tutti vind ik belangrijk. Voor mij zijn de drie grote maatschappelijke thema’s: sociale gerechtigheid, de bescherming van de aarde en de vrede.”
Spreekt u zich vrij uit? Of is dat in overeenstemming met collega-bisschoppen?
“Ik heb daar vrij grote ruimte voor. Je moet vaak ook ad hoc reageren op ontwikkelingen. Ik heb natuurlijk ook een persoonlijke visie. Maar die is ook weer gevormd door het katholieke sociaal denken. Maar ik zal niets zeggen dat tegen het kerkelijk spreken ingaat. Ik probeer vooral een vertaler te zijn van de rijkdom van de katholieke visie op de rechtvaardige samenleving.”
Er zijn katholieken die op sociaal-maatschappelijke thema’s een andere visie hebben dan de uwe. Bijvoorbeeld als het gaat over klimaatverandering. Snapt u dat?
“Ik probeer het te snappen, maar ik vind het ook gevaarlijk. Paus Franciscus heeft zich sterk laten inspireren door kennis die door de wetenschap wordt opgenomen. Natuurlijk kan die kennis ook worden bijgesteld. Maar als het gaat om klimaatverandering, beweren vele duizenden wetenschappers van het VN-klimaatpanel dat er iets aan de hand is met de aarde. De Kerk laat zich leiden door wat wetenschappers in grote meerderheid zeggen.”
Maar vindt u niet dat er ruimte mag zijn voor twijfel? Er zijn ook katholieken die de wetenschap serieus nemen, maar tegelijk vinden dat wetenschap steeds meer bepaalt wat moreel juist is. Bijvoorbeeld bij thema’s als abortus of euthanasie. Begrijpt u die spanning?
“Twijfelen mag, maar het ontkennen van de klimaatcrisis, wat zo breed gedragen wordt in de wetenschap, daar maak ik me zorgen over. Paus Leo XIV heeft recent in een interview gesproken over wat het betekent om pro-life te zijn. Dat is natuurlijk de bescherming van het leven, vanaf de conceptie tot de natuurlijke dood. Maar hij gaat dan door.
“Pro-life betekent ook het afwijzen van de doodstraf, of het beschermen van de waardigheid van migranten. Dat je niet mensen zomaar van de straat plukt. Of huizen binnendringt. Natuurlijk komen we als katholieken op voor het ongeboren en het stervende leven. Daar blijven we van af, omdat dat van God is. Maar laten we ook opkomen voor het leven ertussenin.”
Wat ziet u op dit moment als de grootste uitdaging voor de Nederlandse Kerk?
“Laten zien dat geloven een reële optie is. Ook voor mensen met kennis of die reflecteren op het leven. Er is een tendens in onze cultuur die suggereert dat het christendom passé is. Geleidelijk zie je dat er toch ook ruimte ontstaat voor het katholieke geluid, ook bij media waar je het niet zou verwachten. Laten wij als Kerk hier gebruik van maken om onze boodschap te laten horen.”
Vindt u dat dit te weinig gebeurt?
“Als ik even kan, maak ik in mijn agenda ruimte om journalisten te ontvangen of op de radio iets te zeggen. Soms wordt er wel eens gezegd dat de bisschoppen zich te weinig uitspreken. Ik ben altijd bereid om in de spiegel te kijken, maar voor een deel heeft dit ook ermee te maken dat veel media de Kerken tot voor kort als irrelevant hadden verklaard. Daar zie je nu een verschil.”
Wordt u niet somber als u kijkt naar de huidige situatie van de Kerk?
“We leven in een tijd van kerkelijke krimp, waarin we ook missionair moeten zijn. Dat geeft zorgen. De crisis van de Kerk heeft mijn persoonlijk geloof nooit echt doen wankelen. De situatie van de wereldkerk geeft mij troost. In Nederland is er krimp, maar wereldwijd is het christendom nog nooit zo vitaal geweest als op dit moment. Er zijn iets van 2,5 miljard christenen, waarvan minstens 1,4 miljard rooms-katholieken. En we hebben een fantastische paus, net als zijn voorganger. Maar ik ben blij met iedere paus.
“Als ik naar mijn bisdom kijk, ga ik ervan uit dat er ondanks de krimp een katholieke gemeenschap zal blijven bestaan. Hoe groot of klein, weet niemand. Maar ik heb als historicus geleerd dat de toekomst niet vast staat. We weten niet hoe God ons kan verrassen.”
Dit artikel is afkomstig uit de komende editie van Katholiek Nieuwsblad.
Er zijn geen artikelen gevonden