

Een fascinatie voor historische kerken en de katholieke beeldcultuur bracht een niet-gelovige tatoeëerder naar de katholieke Kerk. “Ik ben best sceptisch, maar ik kan er niet omheen: er moet een God zijn.”
Eerst word je katholiek, dan schaf je heiligenbeelden aan. Dat klinkt logisch, maar voor Terry Benning liep het net even anders.
Met een flinke pot metalmuziek op de achtergrond geeft hij een rondleiding door zijn Maastrichtse tattooshop. In het donkere pijpenlaatje zijn harnassen, zwaarden, dierenschedels, bajonetten en helmen uit twee wereldoorlogen te zien.
Maar ook heiligenbeelden, crucifixen en Mariaprenten: al meteen bij binnenkomst wijst een grote Jezus potentiële klanten op zijn Heilig Hart.
Ook bijzonder: een witte Jeanne d’Arc, de krijgshaftige Franse heilige in harnas en met een zwaard. Even verderop staat ze nogmaals, nu met een brandend theelichtje ervoor. “Ze past goed bij die bajonetten”, grinnikt Benning.
Lag het voor de hand dat hij katholieke spullen zou gaan verzamelen? Ja en nee, zo blijkt uit zijn verhaal. “Ik ben helemaal niet gelovig opgevoed en ook niet gedoopt. Wel was ik altijd al bezig met geschiedenis. Kastelen en kerken boeiden me en dat doen ze nog steeds.”
Net als oude ambachten, zegt hij, wijzend op het Heilig Hartbeeld: “Het is toch een kunst dat je zoiets uit een stuk hout kunt maken? En dan de gotische kerken die ik met mijn ouders op vakantie bezocht. Dat ze zoiets in de middeleeuwen al konden bouwen! Alles in en rond zulke kerken is mooi, schoonheid kan mensen echt gelukkig maken. Maar dat het behalve prachtige gebouwen ook kerken zijn, was toen nog bijzaak.”
Dat begon vorig jaar te veranderen. “Ik zat hier net en was bezig met al die spullen, waar ik wel eens meer over wilde weten. Ik ben toen maar gewoon op zondag naar een Mis gegaan.”
Ik zet ook best veel religieus geïnspireerde tattoos, zoals rozenkransen.
Dat beviel goed, al was die eerste keer alles vreemd. “Staan, zitten, knielen, een kruis slaan… ik heb het maar gewoon afgekeken van de rest. Aanvankelijk wilde ik ook geen hulp bij het leren kennen van het geloof. Ik vond dat ik het zelf moest ontdekken en wilde ruimte houden om kritisch te blijven. Inmiddels heb ik wel mensen met wie ik erover spreek.”
De kerkgang bleef, en wat begon met historische interesse kreeg een ingrijpend staartje. “Hoe meer ik me in het katholicisme verdiepte, hoe meer ik me ervan bewust werd dat ik daardoor alles beter begrijp. Het biedt een goede verklaring voor hoe we als mensen en als samenleving op het punt beland zijn waar we nu zijn. Ik dacht: Europa is op die traditie gebouwd, dus er moet iets in dat geloof zitten.”
Ook op persoonlijk vlak, ontdekte hij. “Ik ben best sceptisch, maar ik kan er niet omheen: dat we bestaan, is geen toeval, en niets ontstaat uit het niets. Er moet een God zijn.”
En als er een God is, is er ook een oordeel, “een maatstaf voor goed en kwaad”. Een uitdagende conclusie, zegt Benning. “Leven zonder die maatstaf, gewoon doen ‘wat goed voelt’, is gemakkelijker. Ik feestte veel, dronk het nodige en zocht spanning en pleziertjes om mijn dagen te vullen.”
“Maar uiteindelijk voelde ik me leeg, het leek alsof het leven geen echte waarde had. Daarom wil ik ook gedoopt worden; dan laat ik mijn oude zelf achter en krijg ik kracht om nee te zeggen tegen die dingen.”
En de combinatie met zijn toch niet alledaagse beroep? Hij knikt, denkt even na en zegt dan: “Ooit waren tattoos inderdaad iets voor zwervers, zeelui en hoeren. Maar dat is allang niet meer zo.”
“Ik zet ook best veel religieus geïnspireerde tattoos, zoals rozenkransen, en altijd bij gelovige mensen. Komende week zet ik een groot Jezusportret bij iemand. Dat vind ik trouwens ook als kunstenaar interessant, ik werk graag realistisch en met veel details.”
Dat wil niet zeggen dat Benning om het even wat tatoeëert. “Vroeger wel. Nu vraag ik soms eerst of klanten wel zeker weten dat ze bepaalde afbeeldingen op hun lijf willen hebben. Of dat ze die inderdaad op een heel zichtbare plek willen hebben, zoals op de handen of in de nek.”
“Als ze volhouden en ik kan er echt niet achter kan staan, dan draag ik het over aan mijn collega hier, die luxe heb ik gelukkig. Zoals laatst, toen er iemand om een leviathan cross vroeg, een satanisch symbool. Vroeger zette ik dat soort dingen gewoon, maar daar heb ik spijt van. Mijn ervaring is trouwens dat als je uitlegt waarom je het niet doet, mensen begripvol reageren. Daarbij, ik oordeel er niet over – ieder heeft zijn eigen weg in het leven” – hij kan er zelf van meepraten.
“Kijk”, zegt hij dan, en laat zijn bovenbenen zien. Op het linker prijkt het met doornen gekroonde hoofd van Jezus. Op het rechter Onze-Lieve-Vrouw van Smarten, huilend om het lot van haar Zoon. Hij zette ze zelf.
“Die betekenen veel voor me. Die emotie bij Maria! En bij Christus die zelfverzekerdheid, ondanks alles. Hij wist dat Hij zou moeten lijden en ging toch. Dat zegt me dat wij altijd moeten doorgaan, ook bij tegenslag, en dat we dankbaar moeten zijn voor onze levens. Voor hoe die gelopen zijn, voor de mensen die we ontmoetten. Voor alles.”
Er zijn geen artikelen gevonden