
In zijn encyclieken spreekt Benedictus XVI met veel nuance en empathie over de verontwaardiging van Karl Marx. Maar aan zijn denken kleven twee fundamentele bezwaren, zegt Benedictus.
Het Concilie gaat in Gaudium et Spes uitvoerig in op “de diepere vragen van de mensheid”, als de ellende de mensen neerdrukt en zij zich willen laten geruststellen door “de vele beschikbare verklaringen van de werkelijkheid”. Sommigen verwachten van “de menselijke inspanningen alleen de ware en volledige bevrijding van het menselijk geslacht”.
Dan noemt het Concilie het atheïstisch marxisme bij naam, dat de bevrijding van de mens vooral verwacht van zijn economische en sociale bevrijding, en de godsdienst fel bestrijdt die “de hoop van de mensen naar boven richt”.
Dit artikel is niet gevonden
In zijn encyclieken over de liefde en de hoop spreekt Benedictus XVI met veel nuance en empathie over de verontwaardiging van Karl Marx en Friedrich Engels over “de afgrijselijke levensomstandigheden” van de industriearbeiders in hun tijd. Dat mocht “niet zo blijven”.
Met grote analytische kracht beschreef Marx, hoe partijdig en eenzijdig ook, de situatie van zijn tijd, en eiste hij “een revolutionaire sprong”, een definitieve stap in de geschiedenis, “naar het heil”, niet in een toekomstige wereld, maar in “het hier en nu”.
‘Marx is de mens vergeten en hij is diens vrijheid vergeten’, schreef paus Benedictus
De weg van de geleidelijkheid, zoals de latere sociaaldemocratie voorstond, is voor marxisten geen optie, laat staan de sociale leer van de Kerk zoals Leo XIII die later zou funderen in Rerum Novarum (1891), en zoals deze zou worden uitgewerkt in de sociale encyclieken van Pius XI, Johannes XXIII, Paulus VI, Johannes Paulus II en Benedictus XVI.
De laatste geeft overigens gewoon toe dat in de negentiende eeuw de Kerk veel te laat de vraag naar rechtvaardige structuren in de samenleving heeft opgemerkt.
Aan het denken van Marx kleven twee fundamentele bezwaren, zegt Benedictus in Spe salvi. De atheïst Marx wilde alleen nog “de waarheid van het hier en nu” vestigen, het nieuwe Jeruzalem op deze aarde, zonder te vertellen hoe het na de grote wereldrevolutie “verder moet”.
Hij dacht niet na over de nieuwe structuren van de na-revolutionaire situatie. Het is geen toeval dat in Rusland en elders na de revolutie “een troosteloze verwoesting” is achtergebleven. Maar Marx’ dwaling ligt nog dieper. “Hij is de mens vergeten en hij is diens vrijheid vergeten”, zijn vrijheid tot het kwaad, een vrijheid die “ook altijd broos is”, waardoor het rijk van het goede nooit definitief in deze wereld zal worden gevestigd.
Dit artikel is niet gevonden
Marx’ dwaling is het materialisme, dat de mens ziet als slechts een product van economische omstandigheden. Als die omstandigheden veranderen, de structuren die hem knechten en ongelukkig maken, ja dan begint vanzelf een “altijd blijvende betere wereld”.
Maar zo eenvoudig is het niet, zegt Benedictus. Structuren zijn belangrijk, en elke generatie moet hard werken om “overtuigende structuren van vrijheid en goedheid te vestigen”. Goede structuren helpen, maar zij vragen om “vitale overtuigingen” en “een vrije instemming” met het goede.
En zelfs dan: een mens kan nooit door die structuren verlost worden, maar alleen “door de liefde”, en zelfs de liefde is broos. Zij kan niet zonder de christelijke hoop die ons hele leven draagt, “een betrouwbare hoop, van waaruit wij ons heden aankunnen”, niet een bedrieglijke hoop die inzet op een paradijs op aarde. De christelijke hoop zegt ons dat alleen God een definitieve gerechtigheid zal schenken. “Een wereld zonder God is een wereld zonder hoop”.
Er zijn geen artikelen gevonden