Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Levende traditie

De menselijke waardigheid en de noodzaak van een innerlijk leven

Kerkhistoricus

18 juni 2026

Foto: JK Holland - Pexels

Lang voor de tijd van sociale media, wees de katholieke denker Romano Guardini al op de veelvuldige prikkels die op de mens afkomen en hoe we echt tot rust kunnen komen.

In Tugenden, zijn meditaties over de menselijke deugden, in 1963 verschenen en vele malen opnieuw uitgegeven, gaat de grote katholieke denker Romano Guardini (1885-1968) diep in op de verhouding tussen God en de mens. Vroom zijn, zegt Guardini, is “het leven onder zijn ogen leiden”, in gesprek met Hem zijn, en vooral “Hem aanspreken”.

Andere stemmen

Maar hoe doe ik dat? Ik kan dat alleen in de ruimte van mijn innerlijk, waar God en ik met elkaar spreken, waar ik “bij mijzelf thuis ben”, naar Hem toegekeerd. Maar er is ook een buiten mij, zegt Guardini, waar heel andere stemmen spreken, die ik bijna niet meer tot zwijgen kan brengen.

In de wereld van de sociale media spreken vele, vele stemmen tot ons, praten op ons in, bijna hysterisch soms. Zij trekken ons uit elkaar, verdelen ons, en lokken ons weg van dat vaste rustpunt in ons leven, dat Guardini onze innerlijke kern noemt. Lang voordat de overheersende werking van de sociale media een feit was geworden, wees Guardini al op de veelvuldige prikkels die op de mens van deze tijd afkomen.

Als vissen in een aquarium

Die mens komt bijna om in de bedrijvigheid, in een “chaos die hij niet kan overzien”, in een bestaan dat steeds sneller gaat, waar constant en zeer direct berichten over ons worden uitgestrooid, ruw ons privéleven binnendringend. Zo gaan wij langzamerhand denken dat dit het leven moet zijn waar het om gaat. Bewegen mensen zich niet steeds meer als “vissen in een aquarium, die men in al hun doen, aan alle kanten kan gadeslaan en in de gaten kan houden”? Wat doet dat met onze menselijke waardigheid?

De innerlijkheid, waar wij bij God en onszelf zijn, is het enige tegenwicht tegen “de massa van de dingen”

Het lijkt erop, zegt Guardini, dat wij altijd vooruit moeten, bezig zijn met “daarbuiten”, niet meer met onszelf alleen kunnen zijn, in onze innerlijke ruimte. Ons leven wordt dan opgelost, opgedeeld in “reacties naar buiten”, onderworpen aan duizend invloeden. De mens van nu, zegt Guardini, wil steeds “iets zien”, er moet voor hem steeds “iets gebeuren”. Als hij geen nieuwe prikkels krijgt, wordt hij onrustig, ongeduldig, en wil hij opnieuw “naar buiten”. Op den duur kan hij verveeld raken en zelfs vertwijfeld.

Tegenwicht

De innerlijkheid, waar wij bij God en onszelf zijn, is dan het enige tegenwicht tegen “de massa van de dingen, de menigte van de mensen en de bedrijvigheid van de uiterlijke gebeurtenissen”, tegen de mode, de reclame, de techniek, de “massasamenleving”, die ons “ik-loos, innerlijkheids-loos” moet maken. Wat doet dat met ons religieuze leven? Hoe kan God zo nog in ons leven spreken?

advertentie

In het “daarbuiten”, waar ik mij een groot deel van mijn leven in bevind, zegt Guardini, “wordt God als het ware uitgewist”. Daar kan het gezicht van God verdwijnen, en daarmee onze menselijke waardigheid, die komt van God.

Ons geweten

Toch blijft God in ons leven spreken. Dat spreken, en ons luisteren en antwoorden, noemen wij ons geweten, zegt Guardini. Wij weten dingen!  Dat spreken gaat altijd door, in elke tijd, in elke mens. Wij worden aangeroepen het goede te doen, het rechtvaardige, dat “wat waardig is”. Wij weten wat goed is. De stem van God blijft altijd aandringen. “Doe Mij… verwerkelijk Mij… breng Mij in de wereld binnen, zodat het rijk van het goede worden kan”.

Hoe moet ik het goede doen? Guardini schrijft in dit verband niet over de concrete uitwerking daarvan in de sociale leer van de Kerk. Het gaat hem hier over de voorwaarden vooraf, om een gelovige houding, om een “innerlijke houding”, om een aandachtig luisteren.

Vast punt

Je moet “staan voor God”, in een Ik-Gij-verhouding, waarin je verzameld bent, niet meer verdeeld, uiteen getrokken door de vele stemmen van buiten. Dan kun je tot rust komen, in een innerlijke ruimte. Vanuit dat vaste punt kun je naar buiten gaan, in die onrustige wereld, om je werk te doen, om het goede te doen.