
Doe dit, het goede, en vermijd het andere, wat kwaad en verkeerd is. De menselijke waardigheid is vast verbonden met het menselijk geweten. Dat zegt het Concilie, in Gaudium et spes, over de vreugde en de hoop. Maar de vrijheid van de mens, zeggen de concilievaders, maakt ook zijn waardigheid uit.
Wij zijn tot vrijheid geroepen, wij kunnen God zoeken of afwijzen, wij kunnen het goede doen, maar ook het kwade, omdat wij “door de zonde gewond zijn”. De mensen kunnen “geknecht” worden door hun driften, zegt de Kerk, en ook hun vrijheid verkeerd opvatten, “als een vrijbrief om alles te doen, als het hun maar naar de zin is, ook het kwaad”.
De mens kan alleen maar waardig leven, zegt de Kerk, als hij in zijn vrijheid gericht is op het goede, in de liefde voor de anderen, en als hij niet alleen maar de eigen verlangens wil bevredigen, “alles uit het leven wil halen”, zoals dat tegenwoordig heet, vooral voor zichzelf.
Een mens die waardig wil leven moet het ware zoeken, waarheid van leugen kunnen onderscheiden. Onderscheidingsvermogen, om het juiste te kunnen doen, was voor paus Franciscus een wachtwoord. De mens is “waarheidsbekwaam”, zegt paus Benedictus XVI, ook in een wereld waar er geen grote waarheid meer lijkt te bestaan en iedereen zich lijkt terug te trekken op zijn eigen kleine waarheid (“zo zie ik het, en zo voel ik het”), in een “dictatuur van het relativisme”, zoals de paus het noemt.
Het mooiste van wat je van Onze-Lieve-Heer hebt gekregen is je gezond verstand, zei mijn moeder. Maar er is nog meer nodig, zegt het Concilie, dan alleen het zoekende intellect.
Maar de mens is met “de waardigheid van het intellect” geschapen, zegt het Concilie. Hij moet een leven lang blijven zoeken naar wat waar, goed en rechtvaardig is. Het mooiste van wat je van Onze-Lieve-Heer hebt gekregen is je gezond verstand, zei mijn moeder. Maar er is nog meer nodig, zegt het Concilie, dan alleen het zoekende intellect. Het is de wijsheid “die de intellectuele natuur van de menselijk persoon tot voltooiing brengt”.
Er zijn mensen met veel intellectuele bagage maar toch met heel weinig wijsheid. Dat weet iedereen. Wijsheid laaft zich aan heel andere bronnen dan waaruit de wereld meestal drinkt. Wijsheid moet het hebben van geduld, nederigheid en zachtmoedigheid. Zij spreekt niet hard en luid, zoals mensen in verkiezingsdebatten doen, maar zij spreekt een andere taal, niet die van het harde en schelle oordeel.
Het intellect heeft wijsheid nodig, zegt het Concilie. Wijsheid heeft met de liefde, “de gave van de Heilige Geest”, te maken, zeggen de concilievaders. Wij moeten al het nieuwe dat het menselijk intellect ontdekt “een menselijker karakter geven”. Kunstmatige intelligentie bestond in die tijd nog niet.
Maar de spectaculaire groei van de techniek met haar ontsporingen was aan de concilievaders bekend. Zij leefden in een tijd van atomaire oorlogsdreiging. “Als er geen wijze mensen opstaan, zal de wereld in de toekomst gevaar lopen.”
Er zijn geen artikelen gevonden