Kerkhistoricus

U hebt de mens “een haast goddelijke staat” gegeven, weinig geringer gemaakt dan de engelen, u hebt hem een hoge roeping, een hoge waardigheid gegeven. Dat zegt de Kerk in Gaudium et spes, in het eerste hoofdstuk over de waardigheid van de menselijke persoon.
Toen begin mei de oorlog werd herdacht, zag ik weer de gruwelijke beelden uit de eerste dagen van de bevrijding, toen NSB’ers, landverraders en ‘moffenmeiden’ in het openbaar mishandeld en vernederd werden. De rollen waren nu omgedraaid, en de waardigheid van mensen werd opnieuw geschonden.
Dit artikel is niet gevonden
De concilievaders schrijven over de mens als beeld van God, over zijn hoge waardigheid en hoge roeping. De mens heeft zoveel opvattingen over zichzelf naar voren gebracht, schrijven zij, waarin hij zichzelf “tot de hoogste en absolute maatstaf maakt” of waar hij zichzelf juist neerhaalt, innerlijk en onzeker als hij zich voelt.
Maar de wereld heeft God nodig, moet luisteren naar God, zal later Johannes Paulus II zeggen. God is “de hoop van de mens en het fundament van zijn echte waardigheid”. Elke ideologie die de mens gesteld heeft in de plaats van God, is blind geweest, zegt de Poolse paus, in navolging van grote rabbijnen als Abraham Heschel en Jonathan Sacks.
‘De Schepper heeft de mens de gave van de vrijheid gegeven, maar gebruik die vrijheid goed!’
De mens is tot vrijheid geroepen, maar vrijheid sluit verantwoordelijkheid in! De mens moet luisteren naar de stem van God die hem verantwoordelijk maakt. Dat is iets anders dan blind gehoorzamen, dat woord dat de moderne mens zo tegenstaat.
In het bijbelse Hebreeuws, zegt Sacks, bestaat er geen woord voor ‘gehoorzamen’, terwijl de Thora toch 613 geboden bevat. Het Hebreeuws kent wel het woord sjema/lismoja, dat luisteren, horen, aandachtig zijn, begrijpen, antwoorden betekent. Wij zijn geroepen tot verantwoordelijkheid, tot antwoorden.
Maar de mens, vrij geschapen, kan weigeren te antwoorden. Hij kan God afwijzen, weigeren met Hem mee te werken. Daarom is de wereld een toneel van strijd tussen de mens en God. Dat is het grote drama van de geschiedenis, zegt Johannes Paulus II. Als wij het goddelijk fundament onder ons leven weghalen, zegt hij, dan zal de waardigheid van de mens op zijn hevigst worden geschonden.
Het pontificaat van de heilige Johannes Paulus II, nog steeds onvolledig begrepen, is één lange uitroep: ‘het is tijd naar God terug te keren’. Heb geen angst, zegt de paus, “open de poorten voor Christus”. God handelt in ons dagelijks leven, ook al zien wij dat niet. “Wie gelooft, kent de richting, wie gelooft, heeft de zin van zijn leven gevonden, en geen onzin van valse leren kan hem nog op een dwaalspoor brengen.”
Dit artikel is niet gevonden
Wie gelooft, weet hoe hij het leven menswaardig en Godgevallig moet leven. Blijf zoeken, ook op donkere wegen, en stel uzelf niet tevreden met goedkope antwoorden, zegt de Poolse paus. De Schepper heeft de mens “de gave van de vrijheid” gegeven, zegt hij, met een verwijzing naar de sociale leer van de Kerk.
Met die vrijheid kan de mens deze aarde ordenen, vormgeven, met de wonderbaarlijke werken van de menselijke geest, de wetenschap, de kunst en de cultuur. Maar gebruik die vrijheid goed! De vrijheid stelt de mens in staat “als hoogste daad van de menselijke waardigheid, God lief te hebben en te aanbidden”.
Er zijn geen artikelen gevonden
Er zijn geen artikelen gevonden