
Aan de studie van de heilige dertiende-eeuwse kerkvader Bonaventura ontleende de jonge theoloog Joseph Ratzinger zijn dynamische opvatting van de Schrift. De Schrift is historisch gegroeid, zij heeft haar geheimen, en laat zich steeds weer opnieuw verklaren door nieuwe inzichten, zonder dat haar betekenis en draagwijdte ooit volledig voor ons zichtbaar worden.
God openbaart zich, spreekt, handelt, maar hier op aarde zullen wij Hem nooit volledig kennen. God is meer dan de Schrift zelf, dat vastgelegde, gefixeerde getuigenis van zijn spreken en handelen.
De Openbaring, zegt Ratzinger, heeft een enorm overschot, een surplus, dat boven de Schrift uitgaat. De moderne bijbelanalyse, de historisch-kritische methode, is onontbeerlijk voor de kennis van de Schrift, maar zij kan nooit, zegt hij ook, “het laatste woord over haar zijn”!
Wezenlijk is de “overlevering”, het levende organisme van het geloof van de Kerk van alle eeuwen. De Schrift leer je kennen in de lange traditie van de Kerk, waarin haar betekenis zich ontvouwt. In het levende geloof van die Kerk, in haar levende Traditie, zegt het Concilie, komt de Schrift pas volop tot leven.
Er is ééns, en dáár, iets gebeurd, en dat is voor de Kerk iets blijvends, van nu en hier. Traditie heeft niets te maken met wat ééns was en “gemummificeerd” zou moeten worden, zegt Ratzinger. Dat is voor hem een verkeerd, doodlopend traditionalisme.
Een goed verstaan van de Schrift heeft juist een kritische Kerk nodig. Welke bijbelse geschriften, heeft zij zich afgevraagd, waren echt door de heilige Geest ingegeven? Het gaat om onderscheidingsvermogen. Dat er een canon van de Bijbel is, een verzameling van geschriften die de Kerk tot de Bijbel rekent, zegt al genoeg.
Traditie heeft niets te maken met wat ééns was en “gemummificeerd” zou moeten worden.
De Kerk kun je dus niet los zien van de Schrift. Je leest de Bijbel nooit alleen. De Traditie is wezenlijk, zegt Ratzinger, maar zij is nooit iets versteends, zij is altijd dynamisch, iets wordends. Hoe de Kerk over Maria dacht, kwam pas in een moeizaam, eeuwen durend proces, tot voleinding in 1950. Schrift, overlevering en het kerkelijk leergezag gaan hier, in het Maria-dogma, samen.
Steeds weer blijkt het erom te gaan: hoe lees je de Schrift? Naar eigen inzicht, met jezelf alleen, zonder of buiten de Kerk? Of binnen de Kerk, met de Kerk. Die Kerk, zegt het Concilie, put voor de waarheid, haar zekerheid, uit de Schrift en de Traditie, die je met “gelijke vroomheid en eerbied” moet aanvaarden.
Traditie en Schrift, zegt het Concilie, zijn zo met elkaar verbonden “dat het ene zonder de andere niet overeind blijft”. Het is de taak van “het levende kerkelijke leergezag” om het Woord van God, in geschreven of overgeleverde vorm, aan de mensen te verkondigen.
Zonder de Kerk, zonder het leergezag, zegt Joseph Ratzinger zijn hele leven, zal de Bijbel slechts een boek worden dat voor ieders persoonlijke uitleg en interpretatie vatbaar is. Dan zal die Bijbel ons eerder verdelen dan verenigen.
Bedrijf je theologie binnen de Kerk of in eigen naam? Daar zal het na het Concilie in het conflict tussen Hans Küng en conciliegetrouwe theologen als Ratzinger over gaan.
Er zijn geen artikelen gevonden