Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Levende traditie

Wie is toch de mens? Het Concilie over ons geweten

Paus Johannes Paulus II met een Volendams koor tijdens zijn bezoek aan Nederland in 1985.
Foto: Wikimedia Commons – Rob Croes, Anefo

Het conciliedocument Gaudium et spes, over de vreugde en de hoop, gaat uitvoerig in op de roeping van de mens. Wat denkt de Kerk over de mens?

Is hij niet meer dan een uiterst intelligent dier, zoals de cynicus graag beweert, een wezen dat in de wereld verschrikkingen kan aanrichten, oorlogen voert in Gaza, Oekraïne, Afrika? Blijft hij als een Kaïn zijn broeder doden? Of kan hij de oorlog beëindigen, vrede stichten?

Innerlijk onzeker

Wie is toch de mens, vraagt Gaudium et spes aan ons. Kent hij zichzelf eigenlijk wel, met al die opvattingen over zichzelf, “uiteenlopende en ook tegenstrijdige, waarin hij vaak zichzelf als het ware tot de hoogste en absolute maatstaf maakt of zich tot vertwijfeling toe neerhaalt”, innerlijk onzeker en angstig.

De Kerk, zegt het Concilie, weet heel goed dat de mens een zondig, zwak en in zichzelf verdeeld wezen is, maar zij houdt vol, met de Schrift in de hand, dat de mens een hoge waardigheid en een hoge roeping bezit. De mens is immers naar het beeld van God geschapen, dus in staat om “zijn Schepper te kennen en lief te hebben”. Hij leeft in relaties, allereerst met God, daarna met de mens. Hoe klein en nietig de mens ook is, hij heeft “een haast goddelijke staat” gekregen, zegt psalm 8.

Vrij geschapen

Hij is aan de engelen verwant, met waardigheid bekleed, “alles hebt Gij aan zijn voeten gelegd”: de mens is vrij geschapen, zo leert de Kerk, hij kan kiezen tegen God, voor het kwaad, dat “niet van zijn goede Schepper afkomstig kan zijn”. De mens, zegt het Concilie, is in zichzelf verdeeld, en daarom is het hele individuele en collectieve leven van de mens een dramatische worsteling “tussen goed en kwaad, tussen licht en duisternis”.

https://www.kn.nl/categorie/levende-traditie/

De mens bleek niet in staat “op eigen kracht de aanvallen van het kwaad” te bestrijden. Daarom kwam de Heer zelf op aarde, om ons te bevrijden van de zonde, te sterken, door ons innerlijk te vernieuwen, waar de zonde ons afbrengt van onze roeping. God heeft in ons een besef gelegd, een weten van goed en kwaad. Dat ge-weten maakt onze menselijke waardigheid uit.

Dwaalspoor

Het geweten kan op een dwaalspoor komen, in verwarring raken, zeker in een tijd waarin zoveel onwaars op ons afkomt en waarin heel veel gevraagd wordt van ons onderscheidingsvermogen, dat woord dat paus Franciscus graag gebruikte. Het geweten moet worden gevormd, de waarheid bevochten. Maar in het diepste van ons geweten weet elk mens, hoe verdorven ook, wat goed is en wat kwaad.

https://www.kn.nl/kn-kennismaken/

Tijdens zijn bezoek aan Nederland in 1985 spreekt paus Johannes Paulus II over Gaudium et spes, over een geweten dat “goed voorgelicht vrij en verantwoordelijk is”, in een pluralistische maatschappij, “blootgesteld aan alle winden”. In het diepste van zijn geweten, zegt de paus, ontdekt de mens een wet die hij zichzelf niet stelt, maar waaraan hij moet gehoorzamen.

Heiligdom van de mens

Hij hoort een stem die hem oproept het goede te beminnen, het kwade te vermijden. Dat is zijn waardigheid. “Het geweten is de meest verborgen kern en het heiligdom van de mens, waarin hij alleen is met God, wiens stem binnen in hem weerklinkt.”