
Het interview met Janneke Jonkman in KN 2 roept vragen op. Mensen met een afwijkende geloofsleer aan het woord laten is geen probleem, maar theologische helderheid mag daarbij niet ontbreken.
Met belangstelling én met zorgen las ik het interview met Janneke Jonkman over haar boek De tijd van het hart. De framing als een traject “van yoga naar Jezus” kan een misleidende indruk wekken, omdat zij een wezenlijk theologisch probleem onderbelicht laat: het boek presenteert een visie op Christus, openbaring en verlossing die fundamenteel afwijkt van de katholieke geloofsleer.
Ik ben katholiek, masterstudent theologie, feminist en yoga-beoefenaar. Yoga is hier niet het probleem. Ik begrijp en verdedig het interviewen van mensen over hun geloofsweg, ook wanneer zij een andere geloofsleer aanhangen. Het probleem ontstaat wanneer dergelijke visies in een katholiek medium verschijnen zonder expliciete theologische duiding.
Dit artikel is niet gevonden
In het boek wordt Christus niet primair beleden als de unieke, geïncarneerde Zoon van God, maar voorgesteld als een universeel “Christusbewustzijn”: een goddelijke energie die losstaat van Jezus als historische persoon en die ook in andere mensen, engelen en heiligen aanwezig zou zijn.
Daarmee wordt de leer van de hypostatische unie, zoals geformuleerd door het Concilie van Chalcedon (451), uitgehold. Christus verliest zijn uniciteit en wordt gereduceerd tot manifestatie van een abstracte goddelijke liefde. Theologisch plaatst dit het boek in het domein van esoterisch christendom en gnostische denkpatronen.
Ook soteriologisch roept het boek ernstige vragen op. Zonde wordt voorgesteld als vergetelheid, verlossing als herinnering aan wat de mens reeds is. Het kruis krijgt daardoor vooral symbolische betekenis, terwijl de noodzaak van verzoening door Christus’ kruis en verrijzenis naar de achtergrond verdwijnt. Wanneer Christus niet langer uniek is in Zijn ‘zijn’, verliest ook zijn verlossend handelen zijn uniciteit.
Dei Verbum (1964) leert dat Gods openbaring in Christus volledig en definitief is en wordt doorgegeven via Schrift en traditie onder gezag van de Kerk. Openbaring is niet subjectief en niet toetsbaar aan het eigen hart.
Privé-ervaringen kunnen verdiepend zijn, maar mogen nooit normatief worden gepresenteerd buiten deze geloofsregel. Het boek doorbreekt dit onderscheid door persoonlijke ervaringen als waarheidsnorm te hanteren, zonder toetsing aan het leergezag.
'Openbaring is niet subjectief en niet toetsbaar aan het eigen hart'
Ook de claim van christofanieën en het schrijven in de “ik-vorm van Christus” roept vragen op. Katholiek profetisme veronderstelt altijd onderscheiding en gehoorzaamheid aan de Kerk. Hier lijkt sprake van een parallel gezag dat zich daaraan onttrekt, onder meer door vermeende correcties op het Oude Testament.
Ten slotte vraagt het feministische kader in het interview om nuance. Ik steun een zichtbaardere rol van vrouwen in de Kerk, maar structurele en sacramentele grenzen kunnen niet worden gepresenteerd als louter “moeilijk” zonder hun theologische grondslag serieus te nemen.
Dit artikel is niet gevonden
Het gevaar bestaat dat theologisch doordacht katholiek feminisme hierdoor onterecht wordt geassocieerd met leerstellige vrijblijvendheid; een vooroordeel waarmee veel vrouwen in de Kerk helaas nog steeds te maken hebben.
Mijn punt is niet dat KN dergelijke stemmen niet zou mogen laten horen. Wel meen ik dat van een katholiek medium verwacht mag worden dat duidelijk wordt gemaakt wanneer opvattingen niet verenigbaar zijn met de katholieke geloofsleer, om verwarring bij lezers te voorkomen.
Mijn intentie is niet om personen te veroordelen, maar om het belang van theologische helderheid en onderscheid te onderstrepen.
Dorise van Driel is masterstudent Praktische Theologie.
Er zijn geen artikelen gevonden