Pastoraal werker in Tilburg

Samen onderweg zijn als katholieken binnen de Kerk, dat kan vaag klinken. Maar wanneer je het leven tot de meest essentiële dingen terugbrengt – zoals op een trekkingtocht – wordt pas echt duidelijk wat dat inhoudt.
Inmiddels zitten we in september. Langzaamaan zijn we onderweg naar het einde van het Heilig Jaar met het thema ‘pelgrims van hoop’. Een jaar waarin voor katholieken ‘samen onderweg zijn’ en ‘tochtgenoot van elkaar zijn’ nog meer centraal staan.
Ik merk alleen bij mezelf dat hoe vaker deze termen worden herhaald, hoe vager ze worden. Maar halverwege een week bivakkeren in de zomer gebeurde er iets bijzonders: ineens werd glashelder wat het voor mij betekent om samen onderweg te zijn en tochtgenoot van elkaar te zijn.
Eind juli heb ik met een goede vriend een trekkingtocht gelopen in Duitsland. In een periode van zes dagen liepen we iedere dag tussen de vijftien en twintig kilometer van bivakplaats naar bivakplaats. Deze bivakplaatsen waren in de vorm van een trekkinghut of een plek waar je je tent mocht neerzetten voor de nacht.
Kenmerkend voor alle overnachtingsplekken was de soberheid: er was geen elektriciteit, geen waterkraan en vaak ook geen telefonisch bereik. Als je geluk had waren er wel stookhout en jerrycans met drinkwater. Op de tweede bivakplaats kwamen we voor de eerste keer andere hikers tegen.
We maakten kennis met Lisa, een vrouw van begin twintig, Johanna, een vrouw van begin dertig en Matthias, een man van begin zestig jaar oud. Langzaamaan leerden we elkaar beter kennen. Op een gegeven moment vertelde Johanna mij dat ze zich zo welkom voelde op de bivakplaatsen.
Ze voelde daar een stukje verbondenheid dat ze thuis miste en waarvan ze vreest dat haar zoons deze – met name tijdens corona – minder snel (konden) ervaren. Ik voelde deze verbinding waarover ze sprak ook. Maar waarom? Wat was er dan zo bijzonder aan de bivaktocht en bivakplaatsen?
Naar mijn idee droegen verschillende factoren bij aan dit gevoel van verbinding. Allereerst – en misschien ook meteen het belangrijkst – was er het besef dat iedereen te gast was. Overdag liepen we door het bos en ’s avonds sliepen we daar ook. Niemand eigende zich een plekje van het bos of van de bivakplaatsen toe. We deelden het besef dat deze tijdelijk aan ons waren gegeven om met elkaar te delen.
Er was ruimte voor het niet weten: niemand wist hoe de route precies zou lopen. Er was een gevoel dat we deze samen liepen.
Toen er in de avond een nieuwe hiker vermoeid aankwam, werd deze hartelijk verwelkomd en werd er snel een plek klaargemaakt. En toen er maar twee jerrycans water waren en er dus niet genoeg was voor iedereen om bij te vullen, nam iedereen een beetje, alleen maar wat echt nodig was. Uiteindelijk bleef er nog een volledige jerrycan over.
De tweede factor die naar mijn idee bijdroeg aan het gedeelde gevoel van verbinding was de gedeelde stip op de horizon. Iedereen was gericht op hetzelfde: de route, met haar hoge toppen en diepe dalen. Er was ruimte voor het niet weten: niemand wist hoe de route precies zou lopen. Er was een gevoel dat we deze samen liepen.
We waren niet gefocust op het vergelijken van elkaar of elkaars prestaties, maar op samen deze uitdaging aangaan en elkaar bemoedigen. Hier is ook de derde factor zichtbaar die ik onderscheid: op de bivakplaatsen ervaarde ik openheid. Er was ruimte om elkaar beter te leren kennen, los van allerlei verwachtingen op basis van een gedeeld verleden.
Deze ideeën van te gast zijn, de gedeelde stip op de horizon en openheid doen mij ook meteen denken aan hoe de vorige paus, Franciscus, sprak over zijn droom van de Kerk als synodaal. Zo sprak hij onder meer over de Kerk als “ontmoetingstent”, als ruimte die door allerlei mensen toegeëigend kan worden. Waar een grote diversiteit van mensen zich thuis kan voelen.
Een Kerk waar christenen elkaar voortdurend beter willen leren kennen en zich met elkaar willen verbinden vanuit een gedeelde gerichtheid op Christus. Waar christenen zich willen laten verrassen door elkaar, in plaats van zich stuk te fixeren op bepaalde verwachtingen en rollen.
Ook ik droom van deze Kerk. Een Kerk waar we tochtgenoot van elkaar zijn, waar we samen onderweg zijn. Een Kerk als ontmoetingstent. Of misschien eerder: als bivakplaats.
Wouter Derks is pastoraal werker in de Norbertijnenparochie Heikant-Quirijnstok in Tilburg.
Er zijn geen artikelen gevonden