<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Opinie

Onderwijsstaking? Ja. We moeten wel

Willibrord van den Besselaar 14 maart 2019
image
Foto: Celia Ortega - Unsplash

De actieweek voor het onderwijs wordt op vrijdag 15 maart afgesloten met een Nationale Onderwijsstaking en een manifestatie in Den Haag. Actie in het primair onderwijs leidde vorig jaar al tot verbetering van het salaris en extra geld om de werkdruk in die sector aan te pakken. Maar daarmee zijn de problemen, waar naast het primair ook het voortgezet, middelbaar beroeps- en hoger onderwijs mee kampen, niet opgelost. En omdat in alle gesprekken de ministers maar blijven herhalen dat het kabinet geen extra geld beschikbaar heeft (niet dé oplossing, maar wel een voorwaarde om tot oplossingen te komen), moeten we wel andere manieren zoeken om ons punt te kunnen maken.

Er ligt, sinds de acties van vorig jaar, wel een toezegging dat het primair onderwijs over twee jaar 200 miljoen extra krijgt. Substantieel maar onvoldoende. Het vorige week gepresenteerde ‘resultaat’ van “overleg” tussen CNV Onderwijs en minister levert géén extra geld op. De PO scholen krijgen nu vanaf komend schooljaar, dus 2 jaar eerder, al 96 miljoen euro. En de verhoging tot 200 miljoen per jaar wordt twee jaar uitgesteld. En voortgezet, middelbaar beroeps- en hoger onderwijs krijgen niets.

De problemen

De werkdruk is hoog. Scholen krijgen steeds meer taken op hun bordje, zoals de zorgtaken voor steeds meer leerlingen die extra begeleiding nodig hebben. Scholen maken de klassen vaak steeds groter omdat de financiën niet toereikend zouden zijn. Het personeelsverloop is problematisch; na vijf jaar heeft zo’n 30% van de starters het onderwijs weer verlaten. Scholen worden verder afgerekend op efficiency: rendement, afstroom, zittenblijvers en examencijfers en slagingspercentages gelden als vergelijkingsmateriaal, terwijl scholen in essentie niet vergelijkbaar zijn. Het spookbeeld van de dreigende lerarentekorten is inmiddels werkelijkheid. Klassen in het primair onderwijs worden steeds vaker naar huis gestuurd of krijgen gedurende een periode nog maar vier dagen per week les; in het voortgezet onderwijs staan onbevoegden voor de klas.

Door de lumpsumfinanciering van de scholen is er een concurrentiestrijd om de leerling ontstaan. Minder leerlingen betekent minder geld. In krimpregio’s komt de diversiteit van het onderwijsaanbod zo onder druk te staan. Het inhuren of aanstellen van imagoadviseurs, communicatieafdelingen, kwaliteitsmedewerkers enzovoort kost veel geld, geld dat voorheen aan de leraar werd uitgegeven. En zo worden ouders en (toekomstige) leerlingen steeds meer aangesproken als klant, als consument. Dit consumentisme zien we terug in de inmiddels normaal klinkende leus ‘de leerling centraal’. Het toenemend gebruik van commerciële studie- en huiswerkbegeleiding, examen- en citotraining is tekenend; het feit dat leraren tegenwoordig cursussen ‘omgaan met ouders’ kunnen volgen, evenzeer.

‘De school als bedrijf, het lerarensalaris als sluitpost en de examen- en cito-uitslagen als output’ is een wat al te cynische samenvatting, maar laat wel zien dat de pedagogische opdracht van de leraar, de essentie van het onderwijs, naar de achtergrond is verdrongen.

Bemoeienis van buitenaf en bovenaf

Sint-Bonaventura, de vereniging voor leraren van katholieke, interconfessionele en samenwerkingsscholen, vierde in 2018 haar eeuwfeest met een symposium over de pedagogische opdracht van de leraar. Die staat onder druk omdat we als leraar steeds meer last hebben van bemoeienis van buitenaf en bovenaf, bemoeienis met zowel de inhoud als de manier van lesgeven. Voor de vraag naar wat je als leraar of als school aan culturele verworvenheden wilt overdragen – de kern van het onderwijs – is onvoldoende ruimte.

Formalisering en uniformering voeren de boventoon. Dat gebeurt zelfs in de vorm van individualisering; dan staan de behoeften van iedere individuele leerling centraal. En ‘toekomstbestendig onderwijs’, ook iets van hogerhand, vertrekt van de veronderstelling dat we kunnen weten hoe die toekomst er uitziet, en dat we weten wat dan nuttig en noodzakelijk voor leerlingen is. Het zijn maar twee voorbeelden van hoe je als leraar in een stramien wordt gemanoeuvreerd.

Herstel de professionele ruimte van de leraar

In een ziekenhuis bemoeit het management zich niet met de manier waarop de specialist de patiënt behandelt. In het onderwijs grijpt het almaar uitdijende dure management juist steeds meer in in de professionele autonomie van de leraar. Naast het structurele tekort aan middelen, dat de politiek zich moet aanrekenen en dat de reden voor de actieweek en staking vormt, zal de werkdruk moeten worden aangepakt, onder meer door het in ere herstellen van de professionele ruimte van de leraar.

Willibrord van den Besselaar is leraar levensbeschouwing en voorzitter van de Katholieke Lerarenvereniging Sint-Bonaventura.