
Het Vaticaan moet de Mariatitel ‘medeverlosseres’ uitleggen in plaats van die te verbannen, vindt mgr. Rob Mutsaerts. Maar zo eenvoudig ligt het niet: theologie moet geen terminologische eerbetuiging worden, maar hoort zich te kenmerken door helderheid en voorzichtigheid.
In het document Mater Populi Fidelis raadde het Dicasterie voor de Geloofsleer op 4 november het gebruik van de mariale titel ‘medeverlosseres’ (co-redemptrix) af. Rob Mutsaerts, hulpbisschop van ’s-Hertogenbosch, vindt de term “niet zo schokkend” en verwijt kardinaal Víctor Manuel Fernández, de prefect van het dicasterie, dat hij verwarring sticht.
Als een titel verkeerd begrepen wordt, moet je die uitleggen en niet verbannen, meent Mutsaerts. De hulpbisschop benadrukt terecht de ondergeschikte rol van Maria en haar afhankelijkheid van Gods genade, zoals altijd het geval is in de samenwerking tussen schepsel en Schepper.
Hij benoemt ook terecht dat samenwerking geen rivaliteit betekent en dat de rooms-katholieke traditie altijd “een buitengewoon sterke nadruk” heeft gelegd op Christus als de enige verlosser. Dat mag inderdaad gezegd worden.
Problematisch wordt het wanneer mgr. Mutsaerts stelt dat het een “vreemd verschijnsel” is dat de prefect, in plaats van de titel “gewoon uit te leggen”, ervoor kiest om het woord te “verbannen”. Volgens hem is de titel ‘medeverlosseres’ geen “noviteit”, maar iets dat “altijd geloofd” is.
De voorbeelden die hij noemt – Bonaventura, Bernardinus van Siena en de pausen Leo XIII, Pius X en Benedictus XV – leefden echter allemaal tussen de dertiende en de twintigste eeuw. Dat is een lange traditie, maar geen aanwijzing dat de titel altijd al in de kiem aanwezig was.
Theologie is niet alleen verhelderen, maar ook nagaan of bepaalde termen werkelijk de juiste uitdrukking geven aan het geloof
De vraag is dan: moet een titel, ook wanneer die slechts sporadisch gebruikt is door enkele heiligen en pausen, “gewoon uitgelegd” worden opdat mensen die uiteindelijk zullen begrijpen? Volgens mgr. Mutsaerts heeft het Vaticaan de term nu “verbannen”, maar die tegenstelling tussen “gewoon uitleggen” en “verbannen” doet geen recht aan waar het in de theologie om gaat.
Het gaat niet om óf uitleggen óf verbieden, maar om een theologische afweging die voortkomt uit voorzichtigheid. Theologie is niet alleen verhelderen, maar ook nagaan of bepaalde termen werkelijk de juiste uitdrukking geven aan het geloof.
Als er maar één verlosser is, zoals de traditie doorgeeft, blijft de uitdrukking ‘medeverlosseres’ theologisch lastig. Paus Franciscus stelde dan ook dat de titel van verlosser “niet gedupliceerd kan worden”.
Soms worden mariale titels zó belangrijk gemaakt dat de mariologie dreigt te verworden tot een verzameling terminologische eerbetuigingen, terwijl ook het denken over Maria helder en terughoudend moet blijven. Vanuit die helderheid kun je erkennen dat Maria daadwerkelijk ‘meewerkte’ door haar fiat te geven, zonder daaruit te concluderen dat zij de titel co-redemptrix moet krijgen.
Ik waardeer dat mgr. Mutsaerts de “samenwerking” tussen God en mens benadrukt. Die samenwerking vraagt om vrijmoedigheid in onze beschikbaarheid aan God en de medemens, maar ook om voorzichtigheid in de titels die wij aan die samenwerking verbinden.
Goede theologie is geen kwestie van (steeds meer) terminologische eerbewijzen, maar van helder en zorgvuldig doordenken vanuit theologische voorzichtigheid.
Viggo van Uden (24) studeert theologie en religiewetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen.