Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Opinie

Vrijheid versus gelijkheid: Wat bijzonder onderwijs bijzonder maakt

Foto: Taylor Flowe - Unsplash

Onder het mom van gelijkheid ligt Artikel 23 van de Grondwet, over de vrijheid van onderwijs, steeds meer onder vuur. Wat in dit debat op het spel staat, is niet slechts een schoolmodel, maar het hart van onze levensbeschouwelijke vrijheid.

Vrijheid van onderwijs was ooit een vanzelfsprekende hoeksteen van de Nederlandse democratie. Vandaag lijkt ze vooral een bron van wantrouwen. Steeds vaker wordt artikel 23 van de Grondwet, dat deze vrijheid beschermt, tegenover artikel 1 gezet – het gelijkheidsbeginsel.

Gelijkheid en inclusie

Vooral D66 benadrukt dat scholen niet mogen afwijken van wat de partij ziet als universele waarden van gelijkheid en inclusie. Op papier klinkt dat nobel, maar in de praktijk dreigt het een uniformiteit te worden die allesbehalve vrij is.

De discussie laaide onlangs op toen CDA-lijsttrekker Henri Bontenbal bij Nieuwsuur werd bevraagd over reformatorische scholen en hun houding tegenover homoseksualiteit. Leerlingen mogen homo zijn, maar worden aangemoedigd hun gevoelens niet te praktiseren.

Discriminatie voorkomen

Bontenbal zei die opvatting niet te delen, maar verdedigde wel het recht van scholen om onderwijs te geven vanuit hun eigen overtuiging. “Dat is het moeilijke aan een liberale democratie”, zei hij. “Er zijn groepen die standpunten huldigen die niet de jouwe zijn.”

Dat inzicht lijkt langzaam te verdwijnen. D66 wil dat scholen actief verplicht worden discriminatie te voorkomen. Op zichzelf niet iets om op tegen te zijn – ieder kind moet zich veilig voelen – maar als de staat gaat bepalen welke morele overtuigingen acceptabel zijn, verdwijnt de vrijheid die pluraliteit mogelijk maakt.

D66 noemt zichzelf de partij van vrijheid, maar haar morele ambitie om iedereen ‘inclusief’ te maken dreigt uit te monden in een ideologische uniformiteit

Ideologische uniformiteit

De liberale neiging om alles wat schuurt als onvrij te zien, maakt de samenleving armer. Want een liberale democratie leeft niet van morele eensgezindheid, maar van het vermogen met verschillen om te gaan. Vrijheid van onderwijs is precies daarvoor bedoeld: om ruimte te scheppen voor overtuigingen die afwijken van de dominante cultuur.

Dat betekent niet dat scholen buiten de wet staan. De overheid heeft de plicht toezicht te houden en te garanderen dat leerlingen zich veilig voelen. Geen kind mag vernederd of buitengesloten worden om wie hij of zij is. Maar veiligheid is iets anders dan ideologische uniformiteit.

Respect voor persoon

Een bijzondere school mag haar leerlingen leren dat seksualiteit verbonden is met huwelijk en geloof, zolang dat gebeurt met respect voor de persoon. Dat is geen discriminatie, maar morele vorming: de kern van opvoeding.

https://www.kn.nl/opinie/

Wie werkelijk vrijheid wil, moet kunnen verdragen dat niet iedereen hetzelfde denkt over wat een goed leven is. Openbaar onderwijs is niet neutraal; het draagt een seculier-humanistisch mensbeeld uit.

Islamitisch onderwijs

Evenmin is bijzonder onderwijs gesloten; het leert leerlingen nadenken over de bronnen van hun overtuiging. Een democratie die pluraliteit serieus neemt, moet beide vormen beschermen.

Er is wel reden tot onderscheid. In het christelijke en joodse onderwijs is de scheiding tussen religie en staat historisch ingebed. In delen van het islamitisch onderwijs, waar religie en politiek vaak nauwer verstrengeld zijn, ligt dat anders.

Geen vrijheid meer

Daar mag en moet de overheid scherper toezien. Niet uit wantrouwen tegenover de islam, maar om de ruimte voor alle levensbeschouwingen te waarborgen. Wat in dit debat op het spel staat, is niet slechts een schoolmodel, maar het hart van onze vrijheid. Willen we een land dat verschillen verdraagt, of een land dat ze uitvlakt in naam van gelijkheid?

D66 noemt zichzelf de partij van vrijheid, maar haar morele ambitie om iedereen ‘inclusief’ te maken dreigt uit te monden in een ideologische uniformiteit. Vrijheid wordt dan vrijheid binnen de grenzen van wat moreel juist wordt geacht – en dat is geen vrijheid meer.

https://www.kn.nl/donaties/

Pluraliteit

De uitdaging is om pluraliteit niet als probleem te zien, maar als volwassenheid. Vrijheid betekent juist: ruimte laten aan de ander. Artikel 23 is geen gedateerde uitzondering, en geen ‘tweederangs’ grondrecht ten opzichte van artikel 1. Het is een levend bewijs dat verschil niet het einde van vrijheid is, maar haar mogelijkheidsvoorwaarde en daarmee haar begin.

Frank Hartmann is filosoof en als hoogleraar verbonden aan Northeastern University in Boston (VS). Coban Menkveld is theoloog en religiewetenschapper.

Dit artikel delen: