
Steeds meer jongeren lijken de Kerk te ontdekken. Maar wat zoeken ze daar eigenlijk? Op de bestaande antwoorden op die vraag – een conservatieve tegencultuur, meer persoonlijk contact – is het nodige af te dingen.
Al enige tijd verschijnen in de media berichten dat jongeren van generatie-Z geloviger zijn dan hun voorgangers, de millennials. Die eerste groep is volgens onderzoekers – onder wie de wetenschappers achter het grootschalige God in Nederland-rapport – positiever over kerken.
In een dagblad las ik dat er in christelijk Nederland al voorzichtig gejuich opgaat. Tegelijk gaat die wederopleving blijkbaar gepaard met conservatievere stellingnames, bijvoorbeeld ten aanzien van abortus, homoseksualiteit en transgenderpersonen.
Jongeren willen in hun zoektocht vooral duidelijkheid en geen “opgewarmde, humanistische variant van het christendom”. Dit zou betekenen dat een progressieve, wat vrijzinnige variant van geloven niet in trek is. Jongeren beoordelen Kerk en geloof blijkbaar op hun merites: wat heeft het me hier en nu te bieden?
Podcast-apologeet Justin Brierley en influencer Tom Holland wijzen erop dat de gen-Z’ers een trend volgen waarbij de bevolking gemiddeld conservatiever is geworden; dat zien we ook in de politiek.
Niels Spierings, hoogleraar sociologie, noemde op 19 april in dagblad Trouw een aantal verklaringen voor dat toenemend conservatisme onder jongeren: onzekerheid, oorlogen, als jonge man zich bedreigd voelen door vrouwen, mis- en desinformatie via de sociale media, en het gevoel dat alles ‘moet’ tegenwoordig.
Ik denk dat uit bovenstaande nogal wat vaagheid opduikt. Laat ik me beperken tot het interview met Justin Brierley in KN 16/17, waar ik wat vragen bij heb. In hoeverre op Amerika of Engeland gestoelde onderzoeken effectiviteit hebben voor de Nederlandse situatie, neem ik even voor lief.
Wat mij intrigeert is wat dat begrip ‘conservatiever’ precies betekent in de geschetste context. Tom Holland gaf blijkbaar aan: “Geef mij iets geks, iets dat afwijkt, uitdaagt, geef mij iets mysterieus.” Dit komt blijkbaar overeen met een tegencultuur. De Kerk moet zich afzetten tegen de heersende cultuur, want Kerken die dat doen, die traditie, orthodoxie en mysterie centraal stellen, groeien.
Het is niet de opdracht van de Kerk om zich af te zetten tegen de seculiere wereld, maar om die wereld beter te leren begrijpen
De vraag is dan: betekent dit concreet dat jongeren een weg zoeken voor een echte relatie met Jezus Christus, dat men de inhoud van de Catechismus van de Katholieke Kerk wil leren kennen, dat men het Credo op inhoudelijke betekenis wil uitpluizen, dat men de tien geboden wil beoordelen in verhouding tot hun ervaringen in de seculiere maatschappij?
Hoe omschrijven ze “het mysterie” dat zij blijkbaar ervaren in het bijwonen van een eucharistieviering? Iets moet hen bijzonder aanspreken, maar wat is dat dan? Waarom proberen degenen die hen blijkbaar opvangen in ‘orthodoxe’ kerken dat niet uit te leggen?
Het is overigens niet de opdracht van de Kerk om zich af te zetten tegen de seculiere wereld, maar om die wereld beter te leren begrijpen, om binnen dat raamwerk Jezus Christus zien te plaatsen. Dat was ook het uitgangspunt van het Tweede Vaticaans Concilie, al is dat door sommigen vanaf het begin anders voorgesteld.
Is daarom de opgevoerde tegenstelling conservatief versus progressief niet wat ongelukkig gekozen? Alsof mensen die mee willen in het synodale proces en de Kerk anders willen zien dan een instituut met een top down-visie en een streng hiërarchieke indeling, vóór abortus en zelfstandige euthanasie zouden zijn of geen moeite zouden hebben met de huidige genderproblematiek.
Brierley geeft aan dat de Kerk zo ongeveer de enige plek is waar persoonlijk contact mogelijk is. Maar terecht vraagt hij zich af of die bekering niet een gevolg is van een algemene conservatieve politisering.
Socioloog en onderzoekster Beate Völker stelde op 25 april in Trouw dat Nederlanders over het algemeen weinig spontaan zijn om bezoek thuis te willen ontvangen, en dat de tijd die ze achter een scherm doorbrengen het voor velen moeilijk maakt om contact te leggen. Psycholoog Jonathan Haidt verklaart in zijn boek The Anxious Generation dat door al die schermtijd millennials en gen-Z’ers sociaal onhandig zijn geworden.
“Ze vrezen dusdanig voor afwijzing dat ze contact met de analoge wereld vermijden. Internet biedt een kans eenzijdige pseudovriendschappen op te bouwen met podcastpresentatoren, personages in series of tiktokkers. Die eenzijdige verbinding met para-sociale relaties verzacht de behoefte aan echte sociaal contact in de buitenwereld”, aldus Lena Bril, die onderzoek doet naar zelfhulptrends en ‘moderne profeten’.
Voor alle problemen gaan jongeren online op zoek naar oplossingen, maar vaak ontbreekt een oplossing die aansluit bij hun leefwereld, wat een reden is om de zoektocht te blijven voortzetten. Feit is echter dat niet voor alles er een (directe) oplossing is.
Brierley geeft aan dat de Kerk als instelling van mensen grote uitdagingen heeft door haar verwonde verleden. Wat zoeken jongeren dan juist binnen dit instituut? Iets geks, om met Tom Holland te spreken? Het geloof komt echter voort uit de Kerk en wordt dus door een onvolkomen menselijke gemeenschap doorgegeven.
Beïnvloedt dat dan niet het oordeelsvermogen van de jongeren? Wordt stabiliteit, zekerheid en geborgenheid dan werkelijk al direct door hen gekoppeld aan een zuiver geloof in God, terwijl geloven een levenslang proces is van (gezamenlijk) proberen, vasthouden, denken, reflecteren, twijfelen, vallen en opstaan? Kortom, hoe ziet de begeleiding op de geloofsweg van deze toetredende jongeren eruit?
Ik ken heel wat jongeren die in het verleden deelnamen aan de Wereldjongerendagen. Ik zie ze nog amper in de kerken in mijn omgeving, inmiddels wellicht bezig met carrière- en gezinsplanning. Interessant zou zijn eens na te gaan wat er van hun verdere geloofsbegeleiding terecht is gekomen. Kon het geloof hen uiteindelijk toch niet de waarden bieden waarnaar Brierley verwijst?
Chris Vermazen is catechist.
Er zijn geen artikelen gevonden