fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Foto: Ted van Aanholt
In deze korte reeks gaat Theoloog des Vaderlands Thomas Quartier in gesprek met collega's van de Radboud Universiteit Nijmegen over de actualiteit van bijbelse profeten. Aflevering 4 (slot): Jos Joosten, hoogleraar Nederlandse letterkunde.
Profetenstemmen

Onze missie is emancipatie: In gesprek met Jos Joosten over de profeet Jona

Thomas Quartier 30 juni 2022

Kun je getuigen zonder te preken? Een gesprek naar aanleiding van een mokkende profeet.

Een katholiek verhaal laten horen gaat tegenwoordig niet van een leien dakje. Kijk maar naar het nieuws, mensen luisteren vooral graag naar verhalen die in hun eigen wereldbeeld passen. Ook in bijbelse tijden was dat al zo. De profeet Jona wordt door God een decadente samenleving in gestuurd: “Maak je gereed en ga naar de grote stad om haar aan te klagen” (Jona 1,2).

Herintreder

Wat moet je doen wanneer het gek lijkt wie je bent en wat je te zeggen hebt? De confrontatie aangaan of juist niet? Ik ga in dialoog met Jos Joosten (1964). Hij is hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit, een instelling met een katholieke identiteit. En hij is herintreder in de katholieke Kerk. Voor hem gaat het vooral om één ding: emancipatie.

https://www.us12.list-manage.com/subscribe/post?u=d22144bf286104d517b638301&id=b3f10e4ed1

“Toen ik het verhaal van Jona deze week ben gaan herlezen, merkte ik – zoals vaak bij bijbelverhalen – dat er allerlei weerbarstigs in zit. De grote lijnen ken je: hij stapt op een boot waar hij niet op zou moeten zitten want die gaat ergens anders heen. Het gaat stormen. Dan staat er iets interessants: die hele bemanning heeft allemaal andere geloven. Het is een soort wildgroei van geloven, net zoals later bij Paulus op de Areopagus, en er wordt gevraagd: ‘Hoe zit het eigenlijk met die God van jou?’ Je zou het bijna kunnen verfilmen. Dat moet wel impact hebben.”

Halfslachtige houding

Het weerbarstige zit voor Joosten vooral in de halfslachtige houding van de profeet zelf: “Waar ik niet zo goed uitkom, is dat Jona heel erg boos wordt wanneer God vergevingsgezind blijkt te zijn. Daar heb ik echt over lopen nadenken.”

image
Jos Joosten (Rotterdam, 1964) studeerde Nederlands aan de toenmalige Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij publiceerde verschillende studies en essaybundels, promoveerde bij Kees Fens, was poëzierecensent van de Standaard en is redacteur van literaire tijdschriften. Sinds 2006 is Joosten hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Foto: Ted van Aanholt

Zou Jona bang zijn of zijn missie echt niet willen vervullen? “Het gekke is dat hij daar heel negatief uitkomt. God is goed en Jona gaat gebukt onder jaloezie. Eigenlijk wil hij Gods boodschap gewoon niet gaan brengen. Het is een beetje alsof ik de opdracht krijg om jou te gaan waarschuwen voor een stel inbrekers en dan denk: ‘Thomas, bekijk het maar, ik ga lekker naar Alkmaar in plaats van naar Leuven.’”

Als een blinde kip

Jona worstelt met zijn God, aldus Joosten: “Hij is boos dat God genadig is, en als hij op het einde in dat hutje bij de stadspoort zit, mokt hij nog steeds.” Een ook voor ons al te begrijpelijke houding, toch? Want wanneer je als katholiek tegenwoordig je stem wilt verheffen neem je wellicht ook liever de trein naar Alkmaar?

“Toen ik eenmaal uit mijn katholieke omgeving was gegaan, merkte ik dat ik eigenlijk veel katholieker was dan ik dacht”

“Toen ik hier in Nijmegen studeerde, liep zo’n beetje iedereen weg uit de Kerk. Meer dan twintig jaar geleden ben ik dan verzeild geraakt in de Cenakelkerk nabij Nijmegen. Wij hadden toen jonge kinderen, en er was een clubje van mensen die dat ook hadden. We hebben ze allemaal het vormsel laten doen, met als idee dat ze het daarna zelf moesten weten. Als ze nu ergens een kerk binnenkomen, lopen ze niet volledig als een blinde kip rond. Ze zijn niet antikerkelijk, maar het katholiek-zijn is compleet niet doorgegaan. Het zou me niet verbazen als het op een gegeven moment bij sommigen van hen weer terugkomt, zoals dat ook bij mij gegaan is, maar toch”.

Religieus (a-)muzikaal

Bij ons in het klooster merken wij dat kinderen die voor de rest niet religieus opgevoed worden, toch een bepaalde religieuze muzikaliteit kunnen ontwikkelen wanneer ze ons bezoeken. Maar de plekken waar zoiets mogelijk is, zijn schaars geworden in onze samenleving. Hoe kun je daar als intellectueel met een katholieke identiteit aan bijdragen?

Gratis kennismaken met KN?

Dit artikel verscheen eerder in Katholiek Nieuwsblad nr. 25. Vrijblijvend kennismaken met KN? Vraag hier 3 gratis proefnummers aan!

Joosten: “In 2003 schreef ik het boekje Alleenspraak. Het raakte verzeild bij allerlei mensen die mijn herintreden in de Kerk interessant vonden. Binnenkort komt er een uitgebreidere versie van. Toen ik eraan werkte, begon ik te beseffen dat ik niet moest schrijven voor de mensen die toch al katholiek zijn. Ik moest een boek schrijven dat op een of andere manier ook iets van het enthousiasme overbrengt. Wil ik op het eind zeggen dat mensen zich moeten bekeren? Dat is het dus niet. Maar wat dan wel?”

Niet dogmatisch

Er spreekt veel zelfrelativering uit Joostens woorden. We komen terug bij Jona: “Ik snap Jona wel. Ik pak ook liever de trein naar Alkmaar, want wie ben ik om mensen uit te gaan leggen hoe de wereld in elkaar zit? Ik kan hooguit vertellen wat ik zelf ondervind als ik naar de kerk ga, met het geloof bezig ben, thuis bidt voor en na het eten, de vasten een beetje probeer te houden. Allemaal een beetje, dus niet dogmatisch.”

image
Foto: Ted van Aanholt

Hoe kan het dan dat hij toch zijn katholieke identiteit intact heeft weten te houden? “Kijk, ik ben herintreder. Ik was als kind heel erg gelovig, iedere avond bad ik tegen de oorlog in Vietnam en voor het halen van mijn zwemdiploma. Dat zwemdiploma heb ik nooit gehaald, maar de oorlog in Vietnam ging voorbij en ik had als jongetje van negen echt het idee dat dat mede dankzij mij was. Op mijn vijftiende merkte ik dat het allemaal onzin was.”

Nooit kwijtgeraakt

Wat heeft hem bewogen om toch weer de kerk op te zoeken? “Toen ik in 1999 in Utrecht ging werken, was een flink deel van mijn studenten protestant. Toen ik eenmaal uit mijn katholieke omgeving was gegaan, merkte ik dat ik eigenlijk veel katholieker was dan ik dacht.”

Lees ook: Maria van den Muijsenbergh over de profeet Amos: Luister wat mensen willen

Voelt Joosten dan niet toch de neiging om anderen dat mee te geven? “Ik zou niet weten wat ik tegen iemand die niet gelovig is zou moeten zeggen om hem katholiek te laten worden. Behalve dan: ‘Kom eens kijken in die kerk of het je aanspreekt.’ Ik kon weer katholiek worden omdat ik eigenlijk nooit die jongen van negen ben kwijtgeraakt.”

Traditie van de universiteit

Hoe kan dat in zijn werk worden uitgedragen op een universiteit die zich wil blijven bezinnen op haar katholieke identiteit?

“Studenten kunnen een katholieke identiteit waarderen als een licht excentrieke maar bewuste keuze”

“Ik heb een voorliefde voor het historisch plaatsen van literatuur uit de katholieke traditie. Ook ben ik me misschien sterker dan andere collega’s bewust van de traditie van de universiteit als zodanig. Het besef van de geschiedenis van het katholieke volksdeel in ons land leefde zeker in de jaren vijftig ongelooflijk sterk aan de universiteit. Ook in de huidige discussie over bijvoorbeeld aandacht voor minderheden, inclusieve geschiedenis en aandacht voor een andere kijk op het slavernijverleden, kan dat een leidraad zijn.”

Emancipatie van veronachtzaamde groepen

“Je mag het leed van katholieken natuurlijk niet vergelijken met dat van mensen op slavenschepen. Maar je kunt aan de hand van de katholieke geschiedenis en de wordingsgeschiedenis van de Radboud Universiteit duidelijk maken dat er wel degelijk in een ander discours gepraat kan worden. Wij zijn nog steeds de universiteit met het hoogste aantal eerste-generatie-studenten. Onze missie is eigenlijk nog steeds emancipatie! Vanuit onze geschiedenis kun je laten zien dat emancipatie van veronachtzaamde groepen belangrijk is en wij daar als universiteit al sinds 1923 mee bezig zijn.”

image
Foto: Ted van Aanholt

Als collega van Joosten die in een monnikspij college geeft, vraag ik me meteen af hoe dat concreet gestalte krijgt. Mijn ervaring is dat studenten een duidelijk zichtbare identiteit juist waarderen. “Daar heb je gelijk in. Maar het katholieke betekent voor hen niet meer dat je veel kinderen moet krijgen of voor kernwapens moet zijn. Ze zien het als een van de vele manieren van bewust in het leven staan. Daar zijn studenten wel degelijk mee bezig. Dan kunnen ze een katholieke identiteit waarderen als een licht excentrieke maar bewuste keuze. Ze zien liever zoiets dan iemand die blanco zijn college staat af te draaien.”

Duidelijke standpunten

Joosten zelf is, met name in zijn columns op sociale media, in mijn optiek allesbehalve neutraal.

“Het gekke is dat ik me dat zelf niet eens zo heel erg bewust ben. Ik hoor dat vaker terug dan dat ik het zelf weet. Ik denk dat het een tweeslag is. Enerzijds ben ik duidelijk in mijn standpunten. Ik mag best af en toe zeggen dat ik een boek waardeloos vind. En als het zo uitkomt, zeg ik dat ook over geloofszaken. Maar punt twee is dat ik de keuzes van anderen, zeker mijn studenten, ook respecteer. Als iemand zegt een waardeloze roman wél een goed boek te vinden, ga ik niet zeggen dat hij maar een andere studie moet gaan doen. Respect is wezenlijk. Ik zie mezelf niet als preker. Ik neem liever die ene nog vrije plek op de Areopagus in.”

Lees ook: José Sanders over Deborah: Een brug van woorden bouwen