
Ter ere van de heilige Rosa van Viterbo wordt iedere september een processie gehouden met een enorme toren door het Italiaanse stadje. Elk jaar vindt een bijzonder selectieproces plaats, waarbij kandidaten hun kracht tonen in de hoop dat zij mogen meelopen.
Rondom de kerk van Santa Maria della Pace in Viterbo heerst tumult. Het is broeierig warm. Italianen, jong en oud, staan op de treden van de ontwijde kerk, met het gezicht naar de ingang. Er klinkt geroezemoes en applaus totdat een stem via een microfoon dringend verzoekt om stilte.
Er wordt een naam omgeroepen. In een afgezet deel van de kerk plaatst zich opnieuw een kandidaat onder een blok van 150 kilo. Het is muisstil geworden. Begeleid door twee mannen loopt de kandidaat met dit gewicht op zijn rug een parcours. Presidente Massimo Mecarini observeert nauwlettend iedere beweging en voetstap van de jongeman.

Na de verplichte drie rondjes zet hij het blok neer. Zijn benen trillen van inspanning. Is hij binnen de witte lijnen van het parcours gebleven? De voorzitter hamert even af voor een korte pauze.
Zo verloopt La Prova di Portata, het selectieproces waarbij nieuwe krachten voor het genootschap Il Sodalizio dei Facchini di Santa Rosa worden geworven. Wie de proef doorstaat, mag meelopen in de Trasporto della Macchina di Santa Rosa.
Deze processie vindt jaarlijks plaats in de avond van 3 september. Tijdens de ommegang wordt de Macchina, een reusachtige, verlichte toren van circa dertig meter hoog, via een vaste route door de nauwe, middeleeuwse straatjes van Viterbo gedragen.
Hoewel de toren wordt gemaakt van onder andere piepschuim, weegt hij nog steeds meer dan vijf ton. Daarom wordt hij meegetorst op de schouders van 113 dragers, die in de volksmond facchini worden genoemd. Het leger van mannen in witte uniformen met een rode sjerp om het middel maken de facchini een fascinerende verschijning.
Elke vier jaar verandert de Macchina van ontwerp. Met de imposante lichtprocessie wordt herdacht hoe de heilige Rosa in 1258 naar haar laatste rustplaats werd overgebracht. Zij wordt dan ook bovenin de Macchina afgebeeld. De inwoners van Viterbo tonen hiermee hun devotie aan de heilige. Het feest behoort sinds 2013 tot het UNESCO Werelderfgoed.
Veel mannen in Viterbo dromen van toetreding tot het genootschap. Voorzitter Mecarini vertelt: “In totaal zijn we met 186 facchini. Elk jaar is hun plaats in de processie anders. Er zijn verschillende taken bij het dragen van de Macchina. De uitkomst van de krachtproef moet perfect zijn. Alles moet kloppen. De aspirant moet bijvoorbeeld haarfijn binnen de afgetekende lijnen blijven. We letten niet alleen op spier- maar ook op wilskracht, vertrouwen en devotie aan de heilige Rosa.”

De facchini dragen “een enorme verantwoordelijkheid” bij het grote evenement, onderstreept Mecarini. “Daarom nemen we alleen de besten.”
Meedoen is risicovol omdat er voor de facchini kans is op misvorming en blijvend letsel aan de nekwervels. Om dit te voorkomen is er een medisch team aangesteld dat speciaal in dienst is van het genootschap.
“Iedereen is welkom om La Prova di Portata te komen doen”, zegt Mecarini. “Je hoeft ook niet per se uit Viterbo te komen. Devotie aan de heilige Rosa is wel een harde eis.” Vrouwen zijn niet uitgesloten om facchino te worden, maar tot nu toe is er nog geen vrouw door de selectie gekomen.
“Niet alleen de aspiranten, maar ook de veteranen, die al jarenlang lid zijn, moeten voor de veiligheid de proef jaarlijks afleggen.” Het hoogst haalbare voor een facchino is de rol van ciuffo. Zo heten de dragers die onder de Macchina lopen. Zij ontlenen hun naam aan de kenmerkende genummerde leren capuchon (een ciuffo) die zij altijd bij zich dragen.
Een aspirant komt opgelucht de artsenpost uitlopen. “Je conditie moet op-en-top zijn”, vertelt hij. “Zowel voor als na de test volgen er uitgebreide medische controles.” Goede testresultaten betekenen niet automatisch dat een aspirant ook lid mag worden. “Dat beslist de presidente alleen en dit kan soms jaren duren.”

Deze aspirant wil er dit jaar al bij. “Ik heb het beloofd aan mijn overleden neef. Het gaat voor mij niet alleen om het prestige of het voortzetten van de familietraditie, maar om de spirituele beleving ter ere van de heilige. Daar hoort ook lijden bij.”
Angelo Freschi, al acht jaar lid, weet er alles van. “Er zijn vijf tussenstops tijdens de kilometerslange processie. Het laatste deel bestaat uit de beruchte, steile helling aan het begin van de Via Santa Rosa. Dit is voor ons het meest inspannende en moeilijkste deel.” Op dit punt komen de jongste facchini aan bod, die de Macchina verder met koorden omhoog trekken.
“Facchino zijn laat je nooit meer los. Het is voor mij als een tweede huid. Ik ben er trots op en voel diepe emoties”, gaat Freschi verder. “Het lijden maakt ons één. Het gebed en mijn liefde voor de heilige Rosa sterken mij daar nog verder in.”
Er zijn geen artikelen gevonden