Redacteur Nieuwe Media

170 Pakistaanse christenen en sympathisanten verzamelden zich op 1 juli in Den Haag om aandacht te vragen voor geloofsvervolging in hun land. Hun boodschap was duidelijk: de positie van christenen uit Pakistan wordt onvoldoende erkend in het Nederlandse asielbeleid.
Tijdens de route van het ministerie van Justitie en Veiligheid naar het Malieveld, met spandoeken in de hand, werd er gebeden en gezongen. De groep wachtte, samen lunchend, op het moment waarop een delegatie de petitie mocht overhandigen aan de Tweede Kamer. Geen leuzen tegen de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), geen geschreeuw. “We zijn vreedzaam en biddend aanwezig”, aldus de organisatie.
In 2024 besloot de Nederlandse overheid om Pakistaanse christenen niet langer als aparte christelijke risicogroep aan te merken. Sindsdien vallen zij onder een algemener ‘hoogrisicoprofiel’. Het klinkt als een technische wijziging, maar voor Pakistaanse vluchtelingen heeft dat ingrijpende gevolgen: de bewijslast in hun asielprocedure is aanzienlijk verzwaard.
Dit artikel is niet gevonden
De katholieke Sunil Simon (38), afkomstig uit Karachi en sinds 2018 in Nederland, legt uit waar de pijn zit. “De IND verwacht documenten waaruit blijkt dat iemand daadwerkelijk gevaar liep. Maar hoe kom je daaraan? Stel je voor dat iemand moet vluchten om zijn leven te redden. Hoe kan zo iemand onderweg nog bewijs verzamelen van de vervolging die hij heeft meegemaakt?”
Hij noemt het voorbeeld van een beschuldiging van godslastering – in Pakistan strafbaar, soms met de dood als uiterste sanctie. “Hoe kun je dan veilig naar een politiebureau gaan om een proces-verbaal op te vragen? Dat is niet realistisch.”
Wat de zaak voor Simon extra wrang maakt, is de timing. Sinds 2022 is het aantal beschuldigingen van blasfemie tegen de islam in Pakistan juist toegenomen, terwijl Nederland de bewijslast tegelijkertijd verzwaarde. Zelf stelde hij een uitgebreid rapport samen om die tegenstelling te onderbouwen. “We vragen niet om een uitzonderingspositie. We vragen alleen om meer begrip en compassie.”
‘Hier hoef ik me niet steeds af te vragen of mijn vrouw of kinderen gevaar lopen’
Zijn eigen vlucht illustreert waarom ‘bewijs verzamelen’ voor velen een illusie is. Toen hij in november 2018 naar Nederland kwam, was zijn vrouw Sunila 7,5 maanden zwanger. “Als je veertien uur reist met een vrouw die hoogzwanger is, ben je bezig met overleven, niet met het verzamelen van documenten.”
Simon heeft inmiddels de Nederlandse nationaliteit en hangt op Bevrijdingsdag als eerste in de straat de vlag uit. Terugkeren naar Pakistan, ook voor een bezoek, sluit hij uit: “Hier hoef ik me niet steeds af te vragen of mijn vrouw of kinderen gevaar lopen.” De situatie voor katholieken in Pakistan is daarbij volgens Simon niet anders dan voor andere christenen.
De kerkelijke scheidslijnen worden erg klein zodra vervolging in beeld komt. “In Pakistan is er veel minder nadruk op verschillen tussen kerkgenootschappen dan hier in Nederland. Als christenen hebben we daar al zoveel problemen dat we ons geen onderlinge verdeeldheid kunnen veroorloven.” Hij noemt de recente brandstichting waarbij een heel christelijk dorp in vlammen opging: 86 huizen en 12 kerken werden compleet verwoest.
“Toen de aanvallers die kerken en huizen in brand staken, maakten zij geen onderscheid tussen katholieken en andere christenen. Voor hen was iedereen gewoon christen.” Zelf vormt hij met zijn anglicaanse vrouw een gemengd christelijk gezin dat zonder problemen zowel katholieke als anglicaanse diensten bezoekt – een oecumenische vanzelfsprekendheid die, zo suggereert hij, vooral voortkomt uit gedeeld gevaar.
Ook voorganger Ittyuel Khokhar en zijn Nederlandse vrouw Ester, verbonden aan een huiskerk in Weesp, wijzen op de blasfemiewet als centraal instrument van onderdrukking. “Daarvoor is geen bewijs of getuige nodig”, zegt Khokhar, die zelf 22 jaar geleden als kind met zijn ouders naar Nederland vluchtte. “De straf kan zeer zwaar zijn, tot en met de doodstraf.”
Deze pagina is niet gevonden
Ester wijst op de kwetsbaarheid van vrouwen en meisjes specifiek: “Meisjes worden ontvoerd en onder dwang uitgehuwelijkt of bekeerd, en dat wordt vervolgens vaak anders gepresenteerd.” Khokhar werkte zelf ooit bij het COA en zag van binnenuit hoe iemands geloofsachtergrond soms al vroeg in een procedure gevolgen heeft voor de manier waarop iemand wordt behandeld of geplaatst.
Wat opvalt in bijna elk gesprek is dat de onveiligheid voor deze christenen niet eindigt bij de Nederlandse grens. Ethel Rose (33), afkomstig uit Pakistan en nu woonachtig in Ede, zit al drieënhalf jaar in de asielprocedure. “We zien dat de IND veel tijd nodig heeft om procedures te behandelen. Het duurt erg lang.”

Ze vertelt over de christenvervolgingen in Pakistan: structurele discriminatie op de werkvloer, vandalisme, geweld, misbruik van de blasfemiewet en gedwongen huwelijken van minderjarige meisjes van tien tot vijftien jaar oud. “In Pakistan zelf kun je weinig doen. Een christen is daar tweederangsburger. We hebben daar geen stem. Daarom proberen we hier in Nederland die stem te laten horen.”
Onder de aanwezigen was ook Oreem Mubarik Khokhar (27), die op zesjarige leeftijd naar Nederland vluchtte. Haar vader was voorganger en haar familie werd vanwege het geloof bedreigd. “Door Gods genade staan we hier en we leven nog.” Voor haar was de bijeenkomst een manier om zich solidair te tonen met christenen die nog altijd vervolgd worden: “Ik wil laten zien: ik sta met jullie en ik ben ook een van jullie.”
Shamim Lawrence (57), ook sinds drieënhalf jaar in Nederland, noemt met name het lot van Asia Bibi, de katholieke vrouw die negen jaar vastzat op beschuldiging van godslastering terwijl haar kinderen nog klein waren. Haar zaak kreeg wereldwijd grote bekendheid. “Zulke situaties laten diepe littekens achter bij gezinnen.”
Dit artikel is niet gevonden
Haar eigen zaak ligt nog bij de rechtbank; details wil ze daarom niet delen. Wel is ze duidelijk over wat ze van Nederlanders vraagt: begrip dat christenen vluchten vanwege daadwerkelijke vervolging om hun geloof in Jezus Christus, en snelle duidelijkheid van de IND. “Angst zit voortdurend in ons hoofd. Het achtervolgt ons.”
Na afloop van de bijeenkomst nam Tweede Kamerlid Chris Stoffer (SGP) de petitie in ontvangst. Hij plaatste de Nederlandse situatie in internationaal perspectief: Pakistan staat al jaren rond plek acht of negen op de Open Doors-ranglijst van landen waar christenvervolging het ernstigst is. “Het is voor ons niet onbekend”, zegt Stoffer, die toezegt het onderwerp in te brengen bij een volgend debat over buitenlandse zaken.
Opvallend kritisch is hij over de opvang in Nederland zelf: mensen die als christen zijn gevlucht, komen in azc’s soms terecht tussen moslims uit dezelfde regio. “Dan is het alsof je van de regen in de drup raakt.”
Tegelijk plaatst Stoffer een kanttekening die de spanning in dit dossier blootlegt. De IND moet volgens hem zorgvuldig onderscheid maken tussen wie voor een beter leven komt en wie daadwerkelijk levensbedreigend gevaar liep en “dat is soms lastig vast te stellen”. Precies dat spanningsveld, tussen zorgvuldigheid en compassie, is waar de aanwezigen op het Malieveld al jaren middenin zitten.
Er zijn geen artikelen gevonden