Journalist

Izamal is een stadje van amper 15.000 inwoners in de binnenlanden van het Mexicaanse schiereiland Yucatán. Toch heeft paus Johannes Paulus II de plaats in 1993 bezocht. Wat trok hem naar Izamal?
Izamal ligt op het kruispunt van Maya-verleden, Spaans-koloniale architectuur en modern toerisme. Het stadje valt onder het ‘Magische Stedenprogramma’ van het Mexicaanse ministerie van toerisme. Deze steden zijn “het echte Mexico”, aldus het ministerie. Izamal moet meer bezoekers trekken naar zijn zonovergoten pleinen, de mysterieuze piramides en het imposante klooster.
Het stadje was zo’n tweeduizend jaar geleden een van de belangrijkste Mayasteden in Yucatán. De oorspronkelijke bewoners van dit schiereiland staan bekend om de vaak enorme piramides die ze bouwden. In Izamal zijn er zelfs zes. De resten van het tempelcomplex voor de zonnegod vormen nog altijd de fundering van de stad.
Deze pagina is niet gevonden
In het voetspoor van Columbus trokken de Spanjaarden Midden- en Zuid-Amerika verder in. De Maya’s gaven zich niet zomaar gewonnen. Tussen 1527 en 1546 namen de Spanjaarden uiteindelijk ook Izamal in. De grootste piramide, de Ppapp-Hol-Chac, maakte plaats voor het Sint-Antonius van Paduaklooster, gebouwd onder leiding van de franciscaner monnik Diego de Landa.
Op het centrale plein staat hij gegoten in brons stoer op zijn sokkel, een staf in de hand. Het klooster kreeg een reusachtig atrium van bijna achtduizend vierkante meter, na het Sint-Pietersplein in Rome het grootste ter wereld. Katholieken plaatsten er het beeld van de Maagd van Izamal en vernietigden de condices, de handbeschilderde boomschorsstroken of hertenvellen die de Maya’s gebruikten om hun geschiedenis en folklore op vast te leggen.
Trappen leiden naar het grote atrium: een enorm gazon omgeven door een zuilengalerij. De franciscanen gebruikten heilige Mayastenen voor de aanleg van de kerk, het klooster en de vier kapellen. De kans is groot dat Maya’s als dwangarbeider werkten aan dit bedehuis voor hun nieuwe godsdienst. De herkenbare barokke elementen zijn van latere datum. Het moet echt even landen dat hier ooit de grote Mayapiramide Ppapp-Hol-Chac stond, de hoogste tempel van het precolumbiaanse Izamal.
Op 11 augustus 1993 bezocht paus Johannes Paulus II het stadje tijdens een van zijn reizen door Mexico. Als voorbereiding op zijn bezoek werd in de stad alle bebouwing geel geschilderd, geïnspireerd door zowel de kleuren van de Maya-zonnegod als die van het Vaticaan in Rome. Zo kreeg Izamal zijn bijnaam: de gele stad.
In het klooster ontmoette de paus vertegenwoordigers van inheemse gemeenschappen. Johannes Paulus II eerde de Mayacultuur en riep op tot erkenning van de rechten van de inheemse bevolking en tot verspreiding van het Evangelie. Ook bad hij voor eenheid onder de inheemse bevolking en drong hij aan op het behoud van de eigen culturele identiteit en sociale rechtvaardigheid voor alle Amerikaanse volkeren; een emotioneel hoogtepunt van zijn vierde Mexicaanse reis.

Een klein museum in het klooster eert dit bezoek met verschillende voorwerpen, zoals de stoel waarop de paus zat. Op het enorme atrium prijkt een standbeeld van Johannes Paulus II als aandenken aan zijn bezoek.
In het Santuario de Nuestra Señora de Izamal staat een verguld altaar met het miraculeuze beeld van de Virgen de la Concepción. Dat is hier in de zestiende eeuw heengebracht door de franciscanen. Nu staat er een kopie, nadat het origineel in 1829 door brand verwoest werd.

Het beeld is bekend vanwege talloze wonderen. Zo werd het ooit onmogelijk zwaar bij transportpogingen. Ook zou het epidemieën gestopt hebben; daarom wordt sinds 1648 de bescherming ervan aangeroepen tegen de pest. Sinds 1730 is de Maagd, gekleed in rijk geborduurde gewaden, zelfs ‘Koningin van Yucatán’. Op haar hoofd heeft ze een door paus Johannes Paulus II geschonken zilveren kroon. Het beeld trekt nog steeds duizenden pelgrims per jaar.
Oude muurschilderingen uit de zestiende en zeventiende eeuw sieren de wanden van de kerk. In nissen in de muur staan ook relikwieën en kunstwerken, zoals een prachtige weergave van de drie wijzen. Gelukkig kondigt een groot bord bij de ingang aan dat hier binnenkort iets aan het enorm achterstallige onderhoud gaat gebeuren.
Toeristen laten zich in het gele stadje voor vijftien Amerikaanse dollars rondrijden in paardenkoetsjes. Een trekpleister vlak buiten het centrum is de enorme piramide van Kinich Kak Moo. Deze piramide stamt uit de vierde tot de zevende eeuw na Christus en is gewijd aan de zonnegod.

Het bouwwerk had ooit een basis van tweehonderd bij tweehonderd meter en was vierendertig meter hoog. Het gevaarte is uitstekend te beklimmen, zeker aan het eind van de dag als het wat koeler is. Dankzij een fraai panoramisch uitzicht kun je zien hoe groot het klooster van Sint-Antonius van Padua nou werkelijk is.
Er zijn geen artikelen gevonden