
De Via Francigena, de belangrijkste pelgrimsroute van Groot-Brittannië naar Rome, is eeuwenoud. De Noord-Franse etappe van de route is onlangs gemoderniseerd en voert langs plaatsen met prachtige verhalen.
Al sinds de Romeinse tijd loopt er door Noordwest-Frankrijk een verharde heirbaan richting Rome. Na eeuwen verwaarlozing kwam hij in de vroege middeleeuwen weer in beeld en ontwikkelde zich tot een van de drie grote pelgrimswegen.

Hij kreeg de naam Via Francigena: ‘de weg uit het land van de Franken’. Onlangs gaf het departement Pas-de-Calais het traject een complete facelift met metalen markers in het wegdek, routepaaltjes, gidsjes en een mascotte: een gezellig ogende gele pelgrim met rugzak en wandelstok. Het pad moet gaan concurreren met de drukke Camino naar Santiago. Tijd om enkele etappeplaatsen en het omringende platteland tussen Calais en Arras te verkennen.
De Via Francigena hebben we te danken aan een Engelse aartsbisschop uit Canterbury, Sigeric. Die liep in 990 naar Rome, waar hij van paus Johannes XV zijn pallium kreeg, een liturgisch kledingstuk dat symbool staat voor de eenheid met de paus.
Na drie dagen had hij het in Rome wel gezien en ging hij via Wissant aan de Kanaalkust, waar hij eerder dat jaar vertrokken was, terug naar Canterbury. Onderweg beschreef hij in zijn manuscript De Roma ad usque Mare heel precies de overnachtingsplaatsen.
Die 1700 kilometer heen en 1700 kilometer terug heeft hij zo goed als zeker niet allemaal gelopen. Adel en hoge geestelijkheid reisden in die tijd te paard of op een muilezel. Bij de abdij van Glastonbury, waar hij opgroeide, zit een bronzen Sigeric dan ook op een muilezel. Zijn reisverslag was de belangrijkste bron voor de recente reconstructie van de historische pelgrimsroute. Canterbury is de officiële startplaats van de moderne Via Francigena.
Dit artikel is niet gevonden
Het startpunt op Franse bodem ligt in Calais naast de Notre Dame. In de tuin staat een zonnewijzer met de Francigena-mascotte en een Santiago-Jacobsschelp. Wat verderop verbeeldt Rodins beroemde beeld De Burgers van Calais naastenliefde, overgave, berouw en kwetsbaarheid. In 1347 boden zes inwoners zich, gehuld in een wit boetekleed en een strop om de hals, als martelaar bij de Engelse belegeraars aan om hun uitgehongerde stad te sparen. De koningin wist Edward III ertoe te bewegen hun gratie te verlenen.
Naar het zuiden tot Cap Blanc-Nez strekt zich een uitgebreid duingebied uit. Het is een streek met oude, verbasterde Vlaamse plaatsnamen. Waaiden we bij Sangatte (Vlaams: Zandgat) al bijna van het strand, op Cap Blanc-Nez (Vlaams: Kaap Witte Nes) kunnen we bijna tegen de stormachtige wind leunen. Voor alle zekerheid gaat de bril af. De Engelse white cliffs zijn deze keer niet te zien.

Bad- en vissersplaats Wissant (Vlaams: Witzand) is een pareltje. De Sint-Nicolaaskerk hangt vol pelgrimsinfo en scheepvaartherinneringen. Een heiligenbeeld met baard in een jurk valt op. De legende van Sint-Wilgeforte, een Portugese koningsdochter, vertelt dat ze geen zin had in een gearrangeerd huwelijk. Ze bad om onaantrekkelijk te worden. Het resultaat: een weelderige baard.
In Licques lopen we even de Mairie naast de kolossale abdijkerk binnen. Daar kunnen ze ons vast wel vertellen waar we de brouwerij van La Licquoise kunnen vinden. Die brouwt het lekkere bier met het komische beeldmerk – een kalkoen met hoedje en fles in z’n poot – dat we de voorgaande avond in Gînes dronken.
We worden hartelijk ontvangen door burgemeester Brigitte Havart en haar loco Alain Alexandre. “Voor een klein dorp als Licques is het een behoorlijke klus zo’n vroegere abdijkerk, nu onze dorpskerk La Nativité-de-Notre-Dame, te onderhouden”, vertellen ze.

Licques blijkt ook de kalkoenhoofdstad van heel Noordwest-Frankrijk te zijn. Op 1 december vieren ze er de Dag van de Kalkoen met een grote jaarmarkt. Alain haalt in de keuken een fles bier om te fotograferen. Tot hun teleurstelling vermeldt het etiket dat het in Vlaanderen is gebrouwen.
De petieterige plattelandsdorpen Clerques en Zouafques liggen beide in het regionale natuurpark van de Caps et Marais d’Opale, omringd door akkers vol graan en bieten. In een klein boerendorp als Clerques met maar tweehonderd inwoners verwacht je dan geen metershoog beeld van een zaaier: Le Semeur, Maître de la Nature.

Wat verderop kun je een blikken varken op een erf, boerenhumor, niet missen.
De Sint-Martinuskerk in Zouafques is zo’n typische Franse dorpskerk waar je altijd wel iets bijzonders vindt. Hier is het de maat van opvallend veel mansgrote heiligenbeelden: Rochus met zijn hond, Maria, Jozef, Anna, Antonius, Martinus, Rita, Thérèse en Jeanne d’Arc.
Deze pagina is niet gevonden
Met de expulsion des congrégations werden in 1880 religieuze congregaties per decreet ontbonden. 6.589 religieuzen moesten verhuizen. Vanaf 1885 nam de spanning tussen de Heilige Stoel en Frankrijk af en keerden de religieuzen weer terug. Zo ook in 1889 naar twee abdijen in het dorp Wisques.
De benedictijner Sint-Paulusabdij, die verbonden is met de mannelijke tak van de congregatie van Solemnes, viert sinds 2013 de liturgie weer volgens de buitengewone vorm van de Romeinse ritus. Er wonen nog 24 monniken en 46 oblaten. Op een biddende monnik in de kerk na was er geen mens te bekennen.

Op weg naar de neogotische abdij Notre-Dame de Wisques, gesticht door de benedictinessen van de abdij van Sainte-Cécile in Solesmes, lopen we even de sobere begraafplaats op van Sint-Paulus. Er wonen nog een twintigtal benedictijner zusters in de abdij Notre-Dame die, zo ontdekken wij tijdens de vespers van vijf uur, als engelen kunnen zingen.
Van de Sint-Sulpicekerk in Amettes daalt een mooie kruisweg af naar het geboortehuis van de heilige Benoît Joseph Labre (1748-1783), bijgenaamd de vagebond van God. Hij leefde als boeteling en arme zwerver en werd in 1881 heiligverklaard. Bijna dagelijks wordt er iets in het boek in de woonkamer geschreven: een merci, een bede.
De Raad van Europa riep de Via Francigena in 2004 uit tot Europese Culturele Route
Lunchende schooljuffen vertellen ons het verhaal van het wonder van Amettes. “In mei 1940 eisen Duitse soldaten, tegen de wil van het dorp in, het geboortehuis op om vier paarden te stallen. Ze krijgen hun zin, maar wat ze ook proberen, ze krijgen met geen mogelijkheid de dieren de helling af en geven het maar op.” De Sint-Sulpicekerk is zuinig op Benoît Josephs relieken, zoals een dodenmasker en de strozak waarop hij in Rome stierf.
In Ferfay zoeken we rond de gesloten kerk naar het monumentje ter ere van de heiligen Lugle en Luglien, twee zevende-eeuwse Ierse prinsen. Hun verhaal is in de negende eeuw opgetekend en is voornamelijk in deze streek populair. Als pelgrims reizen de twee koningszonen in 696 naar Boulogne voor een tocht naar Rome. Onderweg willen ze ook het christendom verspreiden.

Gemeentewegwerkers die we naar het monumentje vragen, hebben geen idee. Ja, zo heet de kerk, is hun reactie als we de namen noemen. Ze kennen wel de legende die vertelt dat struikrovers de twee overvielen en onthoofdden. Die raapten met hulp van engelen hun afgehakte hoofden op en liepen naar de plek waar ze begraven wilden worden. Na thuiskomst blijkt na enig zoeken op internet dat dit een dorp verderop is, in Hurionville. Daar staat het bijzondere monumentje.
1,3 miljoen Fransen sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog. Van hen liggen er 42.000 begraven op de Nécropole nationale de Notre-Dame de Lorette in Ablain-Saint-Nazaire. Het is de grootste Franse militaire begraafplaats met 20.000 doden in een individueel graf en 22.000 in vier massagraven.

Naast de begraafplaats ligt de Anneau de la Mémoire ter nagedachtenis aan alle gesneuvelden, ongeacht hun nationaliteit, die in de Eerste Wereldoorlog omkwamen in de departementen Nord en Pas-de-Calais. De ellipsvormige ring telt 500 vergulde panelen van 3 meter hoog, die de namen dragen van 579.606 militairen uit 40 landen.
De Raad van Europa riep de Via Francigena in 2004 uit tot Europese Culturele Route. De route kreeg ook een langeafstandsnummer: GR145. Voor wandelaars zijn er duidelijke gele wegwijzertjes. Fietsers en automobilisten kunnen hun reis door het altijd weer boeiende Franse platteland uitzetten aan de hand van de VF-etappeplaatsen.

Dit artikel is afkomstig uit Katholiek Nieuwsblad nr. 17 – 2026.
Er zijn geen artikelen gevonden
Er zijn geen artikelen gevonden