<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Reportage

Vlaanderens populairste heilige achterna in het Brugse Ommeland

Els Spanjer en Rob Dijksman 4 juli 2024
image
Een processievaandel met daarop een afbeelding van de heilige Godelieve. Het wurgdoek, haar attribuut, is er goed op te zien. Foto: Rob Dijksman

De regio rond werelderfgoedstad Brugge in West-Vlaanderen zet dit jaar zijn honderd kastelen en acht abdijen nadrukkelijk in de schijnwerpers. Het is moeilijk kiezen, maar met stip op één komt de Ten Putteabdij in Gistel, ook door het ontroerende verhaal van de heilige Godelieve.

In het voorbije millennium moet honderdduizenden keren in Vlaamse en Noord-Franse kerken bij de doopvont de naam Lieve of Godelieve hebben geklonken. Het toont aan dat Godelieve een populaire volksheilige was – en nog steeds is. Dat blijkt ook uit de rijkgevulde vitrines in het Godelievemuseum van de Ten Putteabdij in Gistel.

Vernederingen en pesterijen

Godelieve wordt rond 1045 geboren in de buurt van het tegenwoordige Boulogne-sur-Mer, een gebied dat cultureel bij de Nederlanden hoorde. Naar het toenmalige gebruik huwelijkt haar vader Heinfried, heer van Wierre-Effroy, haar uit aan Bertolf, de zoon van de kasteelheer van Gistel. Door gestook van diens moeder is het huwelijk vanaf de allereerste dag geen succes.

Na een periode vol vernederingen, pesterijen en zelfs opsluiting kiest Godelieve eieren voor haar geld en vlucht ze terug naar haar ouders. Graaf Boudewijn van Vlaanderen weet de lieve vrede te herstellen, maar dat is slechts schijn. Bertolf wil van haar af en beveelt twee van zijn knechten haar te vermoorden. Zo houdt hij zijn handen schoon.

Gewurgd met lap stof

In de nacht van 6 juli 1070 lokken zij haar mee en wurgen haar met een lange lap stof. Om het te doen lijken op verdrinking gooien zij haar in een diepe vijver. Volgens een legende wordt het water daarna plotseling glashelder, terwijl de stenen waarop ze is vermoord blinkend wit kleuren. Zo’n bloedsteen, plus een exemplaar waarvan duidelijk stukjes als relikwie zijn afgebroken, liggen nu in het Godelievemuseum.

Na haar dood gaat het volk haar weldra als een heilige aanroepen. Bisschop Radbout II van Noyon-Doornik wil wel eens wat meer weten over die jonge weldoenster voor de armen waarover hij steeds meer wonderlijke verhalen hoort. Hij stuurt de monnik Drogo, dan een van de belangrijkste hagiografen, op pad. Die spreekt waarschijnlijk nog levende getuigen en beschrijft in 1083 haar leven en de mirakelen na haar dood in zijn Vita Godeliph.

“Godelieve wordt traditioneel aangeroepen tegen keel- en oogziekten. Men vraagt ook haar hulp bij huwelijksproblemen of familieruzies. Zij geldt als voorbeeld van barmhartigheid en huwelijkstrouw en is patrones van Gistel en Brugge”

Bijzonderheden en wonderen

In een hoekje van het Godelievemuseum staat een modern beeld van Drogo. Zijn manuscript ging helaas verloren, maar in 1906 kwam een afschrift van de originele tekst in de abdij van Clairmarais gelukkig weer boven water. Wat wonderen en legenden, die in de tussenliggende eeuwen in herschreven versies het levensverhaal hadden verfraaid en aangevuld, konden nu worden weggestreept.

De Vita is in die versies aangevuld met bijzonderheden en wonderen die aan Godelieves bemiddeling zijn toegeschreven. De bekendste is de genezing van de blindgeboren Edith, dochter uit het tweede huwelijk van Bertolf. Zij kan zien nadat ze haar ogen wast met water uit de poel waarin Godelieve is ‘verdronken’.

Legende

Op de plaats van haar dood, een paar kilometer buiten Gistel, richt Edith volgens een legende rond 1100 een benedictinessenabdij op die de toepasselijke naam Ten Putte krijgt. De zusters vluchten in 1578 – aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog – naar Brugge nadat geuzen de abdij hebben verwoest.

image
Achter tientallen danktegeltjes steken papiertjes met verzoeken en dank-je-wels. Foto: Rob Dijksman

Pas in 1891 keren er twaalf terug naar het nieuwe, in neogotische stijl gebouwde klooster. In 2007 vestigt de gemeenschap Moeder van Vrede zich in Ten Putte. Deze spirituele gemeenschap is in 1990 gesticht door Bernard Debeuf. Na een reis naar verschijningsplaats Medjugorje voelde hij een innerlijke roeping om deze gemeenschap te starten. De laatste benedictinessen zijn eind 2011 vertrokken.

Danktegeltjes

Onder de reliekhouder met Godelieves linker sleutelbeen in de kapel van Ten Putte maant een A4-tje: “Vergeet niet naar Jezus te gaan. Hij is hier voortdurend aanwezig naast deze kapel in het tabernakel!” Achter tientallen danktegeltjes steken papiertjes met verzoeken en dank-je-wels. Rozenkransen versieren antieke offergavekastjes. Een trimmer vult in de koepelkapel zijn bidon aan uit een van de kraantjes rond de put uit 1634.

Die bevat geneeskrachtig water, dat zijn kracht dankt aan de bloedstenen op de bodem, die de zusters een keer per jaar ophesen om ze schoon te maken. Meestal zien we Godelieve afgebeeld met een sjaal om haar hals. Soms houdt ze die in haar hand. Vaak staat ze naast de put. Een beeld in de collectie van het Godelievemuseum toont haar weer heel anders: met in iedere hand twee kronen.

Godelievebeuk

Het is een verwijzing naar de vier fasen in haar leven: haar maagdelijkheid, haar huwelijk, haar verstoting en haar martelaarschap. De kerk in Gistel komen we voor het eerst in 988 tegen in een pauselijke bul. Het moet een eenvoudig vakwerkkerkje zijn geweest. Drogo’s Vita is voor bisschop Radbout voldoende reden om naar Gistel te reizen om er op 30 juli 1084 de stoffelijke resten van Godelieve te verheffen tot de eer van de altaren.

In die tijd staat dat gelijk aan een heiligverklaring. Het is dan vrij ongebruikelijk een vrouw heilig te verklaren. Bij het herstel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Gistel na de Eerste Wereldoorlog voegde men meteen vier nissen toe aan de rechterbeuk. Deze Godelievebeuk is volledig aan haar gewijd. Ze is er dan ook niet te missen. Metershoog torent ze op het schilderij boven het barokaltaar over alles uit. De ogen ten hemel gericht en met een palmtak in de hand siert ze het altaarfront. Bijzonder is de lichtbak met een foto van haar skelet achter een deurtje naast het altaar.

Beschermheilige keel- en oogziekten

De nissen zijn gevuld met twee schrijnen, een praalgraf en een waterput. De oudste schrijn dateert uit de Napoleontische tijd en bevat haar schedel. De vergulde koperen schrijn met Godelieves gebeente is uit 1913 en was een cadeautje van de bisschop van Brugge. Die schrijn werd aan het begin van de Eerste Wereldoorlog in de kelder van de deken ingemetseld; de relieken verstopten ze in een zinken bak in de tuin.

https://www.kn.nl/cultuur/

Godelieve wordt traditioneel aangeroepen tegen keel- en oogziekten. Men vraagt ook haar hulp bij huwelijksproblemen of familieruzies. Zij geldt als voorbeeld van barmhartigheid en huwelijkstrouw en is patrones van Gistel en Brugge. Haar feestdag viert men op 6 juli. Sinds 1458 trekt op de eerste zondag na 5 juli de Godelieveprocessie door Gistel. Dit jaar is dat op 7 juli. Sinds 2017 is die processie Vlaams Immaterieel Cultureel Erfgoed.

Meer info: brugseommeland.be

Een traditie van eeuwen tegenover de waan van de dag

In een wereld waarin alles voortdurend verandert en onder druk staat, is katholieke kwaliteitsjournalistiek een uniek en kostbaar goed. Op KN.nl heeft u altijd toegang tot het laatste nieuws uit kerk en samenleving, en vindt u uitgebreide reportages en verhelderende analyses van onze gespecialiseerde redacteuren.

Voor maar € 1,40 per week leest u altijd als eerste al het moois dat KN.nl te bieden heeft, heeft u online onbeperkt toegang tot al onze artikelen én steunt u het voortbestaan van de laatste katholieke krant van Nederland.

Dus geef om katholieke kwaliteitsjournalistiek en word lid van KN Online.