
Een van de meest populaire ideeën die overgewaaid is vanuit het oosten naar het westen is het beginsel van karma. Je hebt er vast wel van gehoord: alles wat je doet, denkt of zegt – negatief en positief – komt weer bij je terug.
Het karma-principe is behoorlijk geïntegreerd in onze maatschappij. We gebruiken het woord regelmatig en de meeste mensen geloven daadwerkelijk dat het werkt: als je iets goeds doet, dan krijg je er iets goeds voor terug en als je iets slechts doet, dan krijg je er iets slechts voor terug.
Sommigen verheffen karma zelfs tot iets goddelijks. Zo zingt Taylor Swift:
‘Cause karma is my boyfriend
Karma is a god
Karma is the breeze in my hair on the weekend
Karma’s a relaxing thought
Aren’t you envious that for you it’s not?
In het algemeen geloof ik dat als je goede dingen doet, je er goede dingen voor terugkrijgt. Hetzelfde geldt andersom, met slechte dingen. Bijvoorbeeld, als je onaardig tegen andere mensen doet, dan doen de meeste mensen onaardig tegen jou. Zo werkt dat vaak.
Maar uiteindelijk geloof ik niet in het karma-principe. Althans, niet als levenswijsheid om te volgen. Sterker nog, ik vind het een arme en zielige moraliteit die enorm tekort doet aan God en aan het innerlijk vermogen van de mens.
Als daadwerkelijk alles wat gedaan, gedacht of gezegd wordt – negatief en positief – weer terugkomt bij de persoon zelf, zouden de meesten van ons onder de grond zinken. Karma leidt tot hardheid (denk bijvoorbeeld aan de cancel culture tegen mensen die fouten hebben begaan).
Er zit ook een kwaadaardig genot in, zoals Taylor Swift laat zien in haar liedje: Aren’t you envious that for you it’s not? Ofwel, het is fijn om te zien dat iemand die slecht gedrag vertoont, daar uiteindelijk voor gestraft zal worden.
Nu zou je kunnen zeggen dat de christelijke visie op hemel en hel ook een vorm van karma is. Het besef dat jouw gedrag op aarde impact heeft op jouw oordeel na de dood kan aanmoedigend werken. En het geeft hoop om te beseffen dat het onrecht dat je op aarde is gedaan, hersteld zal worden na de dood.
Als we ons laten leiden door karma, krijgt onze relatie met God en onze naaste al snel een berekenende aard, als een onderhandeling.
Maar dit is toch anders dan de hoop dat bepaalde mensen lekker in de hel zullen branden voor hun daden. Uiteindelijk zou elke christen ernaar moeten verlangen dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen (1 Tim: 2, 4). We zijn geroepen tot liefde, niet tot neerbuigende oordelen.
Als we ons laten leiden door karma, krijgt onze relatie met God en onze naaste al snel een berekenende aard, als een onderhandeling: “God, ik doe iets goeds voor mijn naaste, mits U mij daar iets goeds voor teruggeeft.”
Ik vind het jammer wanneer een christen zo’n soort relatie met God heeft, want zo’n houding verblindt je voor een fundamentele waarheid: God houdt al oneindig van je en Hij wil alles met je delen. Hij overspoelt je met zijn genade als je hart daarvoor open staat. Kijk maar naar de parabel van de verloren zoon. Die preekt alles behalve karma.
Goed gedrag en naastenliefde zijn belangrijk. Niet zozeer vanwege een karma-effect, maar omdat dit de manier is om bewust te worden van hoeveel God van jou houdt.
Benedictus XVI verwoordde het prachtig: “Alleen mijn bereidheid naar de naaste toe te gaan en hem liefde te tonen, maakt mij ook gevoelig tegenover God. Alleen de dienst aan de naaste opent mijn ogen voor wat God voor mij doet en hoe Hij mij liefheeft” (Deus Caritas est, n. 18).
Het gelukkige leven draait niet om karma. Het draait om een liefdevolle overgave.
Er zijn geen artikelen gevonden