Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Woord van de paus

‘De ontmoeting met Jezus is het doel dat de Kerk steeds nastreeft’

12 augustus 2026

Paus Leo XIV tijdens de Mis op het feest van de Gedaanteverandering van de Heer, 6 augustus, in de basiliek van Santa Maria degli Angeli.
Foto: OSV News – Mario Tomassetti, Vatican Media

Tijdens de algemene audiëntie van 12 augustus legde paus Leo XIV uit wat de betekenis is van het liturgisch jaar voor het leven van de Kerk en van iedere gelovige.  

Het liturgisch jaar moet worden verstaan als een voortdurende actualisering van het werk van de verlossing dat Christus in de geschiedenis tot stand brengt. Terwijl de Kerk deze jaarcyclus doorloopt, blijft zij in contact met de verlossende werkzaamheid van de Heer, zodat alle gelovigen met zijn genade worden vervuld.  

De zondag als fundament 

De ontmoeting met Jezus, die voor ons gestorven en verrezen is, is het doel dat de Kerk steeds nastreeft, waarbij de viering van het paasmysterie in ieder moment centraal staat. Daarom beschouwen de concilievaders juist de zondag als “fundament en kern van het liturgisch jaar”.  

Om de zondag te heiligen is het van fundamenteel belang de Eucharistie te vieren. In deze samenkomst maakt de christelijke gemeenschap haar verbondenheid met de Heer zichtbaar en getuigt zij van haar toebehoren aan Christus en van haar trouw aan de Kerk.  

Beste omstandigheden zoeken 

Deze samenkomst kan niet worden vervangen door een uitsluitend virtuele aanwezigheid en mag evenmin worden gereduceerd tot een louter passieve bijeenkomst. In dit verband spoor ik iedereen aan om de beste omstandigheden te zoeken, zodat ook degenen die op zondag niet de mogelijkheid hebben om zich van hun werk te onthouden, aan de heilige Mis kunnen deelnemen.  

‘Om de zondag te heiligen is het van fundamenteel belang de Eucharistie te vieren’

Het liturgisch jaar, dat door de zondagen een ritme krijgt, heeft een interessante geschiedenis, waarin het geloof en de godsvrucht van de Kerk met elkaar verweven zijn. Al vanaf de tweede eeuw na Christus werd namelijk naast de viering van het wekelijkse Pasen ook het jaarlijkse Pasen gevierd.  

Vreugdevolle periode 

Dit werd uitgebreid tot de “zeer vreugdevolle periode” van vijftig dagen, met als hoogtepunt Pinksteren, en werd voorbereid door de vastentijd.  

advertentie

De ontwikkeling van de kersttijd, die later naar het voorbeeld van de paastijd tot stand kwam, maakte het mogelijk opnieuw de mysteries te beleven van de menswording van het Woord van God, zijn geboorte en zijn openbaring aan de wereld.  

Martelaren en heiligen 

Vervolgens heeft de Kerk in de verschillende tijden van het liturgisch jaar de verering opgenomen van de heilige Maagd Maria, die “onafscheidelijk is verbonden is met het heilswerk van haar Zoon”, evenals “de gedachtenisviering van de martelaren en andere heiligen”.  

Het liturgisch jaar begeleidt de gelovigen van de verwachting van de Messias naar de volheid van het paasmysterie en naar de voorafschaduwing van de toekomstige heerlijkheid. Daarin viert de Kerk de actuele heilswerking van het mysterie van Christus en stelt zij de gelovigen in staat er steeds dieper aan deel te nemen. (Vertaling: Susanne Kurstjens)