
Tijdens de algemene audiëntie van 11 juni legde paus Leo XIV uit waarom het zo belangrijk is om God te blijven aanroepen.
Ik wil onze blik richten op een ander essentieel aspect van Jezus’ leven, namelijk zijn genezingen. Het personage dat ons vergezelt in deze overweging helpt ons te begrijpen dat we nooit de hoop mogen opgeven, zelfs niet als we ons verloren voelen.
Het is Bartimeüs, een blinde man en bedelaar, die Jezus in Jericho ontmoet (vgl. Mc. 10,46-52). In tegenstelling tot alle mensen die achter Jezus aanlopen, zit Bartimeüs stil. De evangelist zegt dat hij op de weg zit en iemand nodig heeft om hem weer op de been te helpen.
Wat kunnen wij doen als we ons in een situatie bevinden die geen uitweg lijkt te bieden? Bartimeüs leert ons een beroep te doen op de hulpbronnen die we in ons dragen. Hij is een bedelaar, hij kan roepen! Als je echt naar iets verlangt, doe je er alles aan om het te bereiken, zelfs als anderen je verwijten maken, je vernederen en zeggen dat je het los moet laten. Als je er echt naar verlangt, blijf dan roepen!
Geconfronteerd met zijn geschreeuw stopt Jezus en roept Bartimeüs (vgl. vs. 49), want er is geen schreeuw die God niet hoort. Het lijkt vreemd dat Jezus niet meteen naar hem toe gaat; maar als we erover nadenken, is dit de manier om het leven van Bartimeüs nieuw leven in te blazen: Hij spoort hem aan om op te staan. Maar daarvoor moet Bartimeüs een heel belangrijk gebaar maken: hij moet zijn mantel afwerpen (vgl. vers 50).
Jezus geneest ons zodat we vrij kunnen worden
Voor een bedelaar is zijn mantel alles: het is veiligheid, het is thuis, het is datgene wat hem beschermt. Maar vaak zijn het juist onze schijnbare zekerheden die ons tegenhouden. Om naar Jezus toe te gaan en zich te laten genezen, moet Bartimeüs zich in al zijn kwetsbaarheid aan Hem blootgeven. Dit is de fundamentele stap in elke weg naar genezing.
Zelfs de vraag die Jezus hem stelt lijkt vreemd: “Wat wilt ge dat Ik voor u doe?” (vers 51). Maar in werkelijkheid is het niet vanzelfsprekend dat we van onze ziekten genezen willen worden; soms blijven we liever zitten om geen verantwoordelijkheid te hoeven nemen.
De reactie van Bartimeüs is veelzeggend: hij gebruikt het werkwoord anablepein, dat ‘weer zien’ kan betekenen, maar dat we ook zouden kunnen vertalen als ‘omhoog kijken’. Bartimeüs wil namelijk niet alleen weer zien, hij wil ook zijn waardigheid terugkrijgen.
Wat Bartimeüs redt, en ieder van ons, is geloof. Jezus geneest ons zodat we vrij kunnen worden. Hij nodigt Bartimeüs niet uit om Hem te volgen, maar zegt dat hij weer op weg moet gaan (vgl. vers 52). Marcus besluit het verslag echter met de mededeling dat Bartimeüs Jezus is gaan volgen: hij koos er uit vrije wil voor om Hem te volgen die de Weg is.
Beste broeders en zusters, laten we vol vertrouwen onze eigen kwetsbaarheden en die van onze dierbaren aan Jezus voorleggen, laten we de pijn van hen die zich verloren voelen en geen uitweg meer hebben, aan Jezus voorleggen. Laten we ook voor hen roepen en erop vertrouwen dat de Heer ons zal horen en stoppen. (Vertaling: Susanne Kurstjens)
Er zijn geen artikelen gevonden