<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Inspiratie

Eer je vader en je moeder

KN Redactie 21 september 2018
image
Foto: CNS - Paul Haring

Tijdens de algemene audiëntie van 19 september sprak paus Franciscus over het eren van je vader en je moeder.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Op onze reis door de Tien Geboden komen we vandaag aan bij het gebod over vaders en moeders. Er wordt gesproken over de eer die je je ouders verschuldigd bent. Wat is deze ‘eer’? De Hebreeuwse term verwijst naar de glorie, de waarde, letterlijk het ‘gewicht’, de consistentie van een realiteit. Het is geen kwestie van uiterlijkheden, maar van waarheid.

In de Schrift betekent God eren dat je zijn Zijn erkent, dat je zijn aanwezigheid aanvaardt; dat wordt uitgedrukt middels de rites, maar het betekent vooral dat je God de juiste plek in je leven toekent. Je vader en moeder eren wil dus zeggen dat je hun belangrijke rol ook erkent door middel van concrete daden die toewijding, liefde en zorg uitdrukken. Maar dat is niet het enige.

Een lang en gelukkig leven

Het Vierde Gebod wordt ook door iets gekenmerkt: het is het gebod waarin ook op het resultaat wordt gewezen. Er staat namelijk: “Eer uw vader en moeder, zoals Jahwe uw God u heeft geboden. Dan zult ge lang leven en gelukkig zijn op de grond die Hij u schenkt” (Dt. 5,16). Je ouders eren leidt tot een lang en gelukkig leven. Het woord ‘geluk’ komt in de Tien Geboden alleen maar voor in de verwijzing naar de relatie met je ouders.

Deze eeuwenoude wijsheid zegt wat de menswetenschappen pas iets meer dan een eeuw geleden hebben weten uit te denken: dat ons hele leven getekend wordt door het stempel van onze kindertijd. Het is vaak eenvoudig om te begrijpen of iemand in een gezonde en evenwichtige omgeving is opgegroeid. Maar net zo eenvoudig om te zien of iemand uit een milieu van verwaarlozing of geweld komt. Onze kindertijd is een beetje als onuitwisbare inkt en komt tot uiting in onze voorkeuren, in onze manier van doen, ook al proberen sommigen om de verwondingen van hun eigen afkomst te verhullen.

Erkenning

Maar het vierde gebod zegt nog meer. Het gaat niet over de goedheid van de ouders, het vereist niet dat vaders en moeders perfect zijn. Het gaat over een handelen van de kinderen, voorbijgaand aan de verdiensten van de ouders, en het zegt iets dat bijzonder en bevrijdend is: ook al zijn niet alle ouders goed en is niet elke kindertijd sereen, kunnen toch alle kinderen gelukkig zijn; want het bereiken van een vol en gelukkig leven hangt samen met de juiste erkenning jegens degenen die je op de wereld hebben gezet.

Denk eens aan de talloze jongeren met een pijnlijke geschiedenis voor wie dit Woord opbouwend kan zijn, net als voor al diegenen die in hun jeugd geleden hebben. Veel heiligen – en heel veel christenen – hebben na een pijnlijke kindertijd een verlicht leven geleid, omdat ze zich, dankzij Jezus Christus, hebben verzoend met het leven.

Voorgeschiedenis

Denk aan die jongere die nu zalig is en volgende maand heilig wordt verklaard: Nunzio Sulprizio, die op 19-jarige leeftijd afscheid moest nemen van het leven, maar verzoend was met het vele lijden, met vele dingen, omdat zijn hart rustig was en hij nooit zijn ouders had afgewezen. Denk aan de heilige Camillo de Lellis, die na een chaotische kindertijd, een leven van liefde en dienstbaarheid opbouwde; aan St.-Josephine Bakhita die opgroeide in verschrikkelijke slavernij; of aan de zalige Carlo Gnocchi, wees en arm; en aan St.-Johannes Paulus II die getekend was door het verlies van zijn moeder op jonge leeftijd.

Ongeacht zijn of haar voorgeschiedenis, ontvangt de mens via dit gebod de richting die naar Jezus leidt: in Hem manifesteert zich dan ook de ware Vader, die ons aanbiedt “opnieuw geboren te worden uit water en geest” (vlg. Joh. 3,3-8). De raadsels van ons leven lichten op wanneer je ontdekt dat God altijd al een leven voor ons bereidde als zijn kinderen, een leven waarin elke handeling een van Hem ontvangen missie is.

Alles wordt constructief

Onze verwondingen kunnen mogelijkheden worden, wanneer we door de genade ontdekken dat het ware raadsel niet langer ‘waarom?’ is, maar ‘voor wie?’, voor wie is dit me overkomen. Met het zicht op welk werk heeft God me gevormd door middel van mijn voorgeschiedenis?

Dan wordt alles op zijn kop gezet, alles wordt kostbaar, alles wordt constructief. Hoe wordt mijn ervaring, ook als die treurig en pijnlijk is, in het licht van de liefde voor anderen, voor iemand, een bron van verlossing? Dan kunnen we beginnen met het eren van onze ouders met de vrijheid van volwassen kinderen en met de barmhartige aanvaarding van hun beperkingen.

Beledig nooit een vader of moeder

Je ouders eren: ze hebben ons het leven gegeven! Als jij je van je ouders hebt afgekeerd, doe dan een poging om terug te keren, terug te keren naar hen; misschien zijn ze oud… Ze hebben je het leven gegeven. En dan is er onder ons ook de neiging om vreselijke dingen te zeggen, scheldwoorden zelfs…

Alsjeblieft, beledig nooit, nooit andermans ouders. Nooit! Je beledigt nooit een moeder, nooit een vader. Nooit! Nooit! Neem nu deze innerlijke beslissing: vanaf vandaag beledig ik nooit meer iemands vader of moeder. Zij hebben het leven aan iemand gegeven! Ze moeten niet beledigd worden.

Dit wonderbaarlijke leven is ons geschonken, niet opgedrongen. Wedergeboren worden in Christus is een genade die vrij ontvangen moet worden (vlg. Joh. 1,11-13), en het is de schat van ons doopsel, waarin, door het werk van de Heilige Geest, er maar één Onze Vader is: Hij die in de hemel is (vlg. Mt. 23,9; 1Kor. 8,6; Ef. 4,6). Bedankt! (Vlg. SvdB)