<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Inspiratie

De Veertigdagentijd, een tijd van hoop

KN Redactie 2 maart 2017
image
Paus Franciscus ontvangt op Aswoensdag het askruisje in de Romeinse basiliek van Santa Sabina. (Foto: AP)

Tijdens de algemene audiëntie van 1 maart sprak paus Franciscus over de Vastentijd als tijd van hoop.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Op deze dag, Aswoensdag, gaan we de liturgische tijd van de Vasten in. En aangezien we bezig zijn met een serie catecheses over de christelijke hoop, zou ik jullie vandaag de Vasten willen presenteren als een reis van hoop.

Herboren worden vanuit Gods liefde

In feite is dit perspectief meteen duidelijk als we bedenken dat de Kerk de Vasten instelde als een tijd van voorbereiding voor Pasen en de hele betekenis van deze veertig dagen dus licht betrekt van het paasmysterie waarop het georiënteerd is. We kunnen ons de Verrezen Heer voorstellen, die ons roept om uit onze duisternis te komen, en we gaan de weg naar Hem, die het Licht is.

En de Vasten is een reis richting de Verrezen Jezus, het is een periode van boetedoening, ook van versterving, maar niet als een doel in zichzelf, maar veeleer erop afgestemd om ons met Christus weer te doen opstaan, om onze doop-identiteit te vernieuwen, namelijk, om weer herboren te worden “vanuit den hoge”, vanuit Gods liefde (cf. Joh. 3,3). Zie waarom de Vasten vanuit haar aard een tijd van hoop is.

De Heer blijft trouw

Om beter te begrijpen wat dit betekent, moeten we verwijzen naar de fundamentele ervaring van de uittocht van de Israëlieten uit Egypte, verteld in de Bijbel in het boek dat deze naam draagt: Exodus.

Het vertrekpunt is de toestand van slavernij in Egypte, onderdrukking, dwangarbeid. De Heer echter is zijn volk en zijn belofte niet vergeten: Hij roept Mozes en doet de Israëlieten met krachtige arm Egypte verlaten en gidst hen door de woestijn naar het land van vrijheid. Tijdens deze tocht van slavernij naar vrijheid geeft de Heer de Israëlieten de Wet, om hun te onderwijzen Hem, de enige Heer, lief te hebben en elkaar lief te hebben als broeders.

De Schrift laat zien dat de exodus lang en onrustig was: ze duurde symbolisch veertig jaar, namelijk, de levensspanne van een generatie. Een generatie die, in het aangezicht van de beproevingen van de tocht, altijd verleid werd om Egypte te betreuren en om te keren. Ook wij kennen de verleiding om te keren, ieder van ons. Maar de Heer blijft trouw en die arme mensen, geleid door Mozes, bereiken het Beloofde Land.

God wil leven voor zijn volk

Deze hele tocht werd ondernomen in hoop: de hoop het Land te bereiken, en in deze zin is het precies een ‘exodus’, een uittocht uit slavernij naar vrijheid. En deze veertig dagen zijn, voor ieder van ons ook, een uittocht uit slavernij, uit zonde, naar vrijheid, naar de ontmoeting met de Verrezen Christus.

Iedere stap, iedere poging, iedere beproeving, iedere val en iedere herneming is alleen zinvol in het heilsplan van God, die leven wil voor zijn volk en niet dood, vreugde en geen verdriet.

Dankzij Hem zijn wij gered

Jezus’ Pasen is zijn exodus, waarmee Hij voor ons de weg heeft geopend om vervuld, eeuwig en gezegend leven te verkrijgen. Om deze weg te openen, deze doorgang, moest Jezus zich ontdoen van zijn glorie, zichzelf vernederen, gehoorzaam zijn tot de dood en tot de dood op het kruis. Voor ons de weg naar eeuwig leven openen, kostte Hem al zijn bloed, en dankzij Hem zijn wij gered van de slavernij van de zonde.

Maar dit betekent niet dat Hij alles deed en wij niets hoeven te doen, dat Hij door het kruis ging en dat wij ‘in een rijtuig naar het paradijs gaan’.” Zo is het niet. Onze verlossing is zeker zijn gave, maar omdat het een liefdesgeschiedenis is, vereist het ons ‘ja’ en onze deelname in zijn liefde, zoals onze moeder Maria ons toont en, na haar, alle heiligen.

Christus ging ons voor

De Vastentijd leeft van deze dynamiek: Christus ging ons voor met zijn uittocht, en wij gaan door de woestijn dankzij Hem en achter Hem. Hij werd voor ons verleid en Hij versloeg de verleider voor ons, maar met Hem moeten we ook de verleidingen onder ogen zien en ze overwinnen.

Hij geeft ons het levende water van zijn Geest, en het is aan ons uit zijn bron te putten en drinken, in de sacramenten, in gebed, in aanbidding. Hij is het licht dat de duisternis overwint, en ons wordt gevraagd de kleine vlam te doen ontbranden die ons op de dag van onze doop werd toevertrouwd.

De liefde is veeleisend

In deze zin is de Vasten een “sacramenteel teken van onze bekering” (Romeins Missaal, collecta, eerste zondag van de Veertigdagentijd); wie de weg van de Vasten gaat is altijd op de weg van bekering.

De Vasten is het sacramentele teken van onze reis van slavernij naar vrijheid, die steeds moet worden hernieuwd – een tocht die zeker veeleisend is, zoals zij juist zou moeten zijn, omdat de liefde veeleisend is, maar een tocht vol van hoop.

Sterke, solide hoop smeden

Veeleer zal ik meer zeggen: de Vasten-uittocht is de toch waarin de hoop zelf wordt gevormd. De uitputting van het oversteken van de woestijn – alle beproevingen, de verleidingen, de illusies, de luchtspiegelingen… – dit alles is nuttig om een sterke, solide hoop te smeden naar het model van die van de Maagd Maria, die te midden van de duisternis van het Lijden en Sterven van haar Zoon bleef geloven en hopen in zijn Verrijzenis, in de overwinning van Gods liefde.

Laat ons vandaag de Vasten binnengaan met een hart dat open is voor deze horizon. Onszelf deel voelend van het volk van God, beginnen we met vreugde aan deze tocht van hoop. (Zenit)