<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Inspiratie

Ons gemeenschappelijk doopsel

KN Redactie 22 januari 2016
image

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

We hebben zojuist geluisterd naar de bijbeltekst die dit jaar onze overdenking leidt in de Gebedsweek voor de Eenheid van de Christenen, die loopt van 18 tot 25 januari, deze week dus. Deze passage uit de eerste brief van St.-Petrus werd uitgekozen door een oecumenische groepering uit Letland, op verzoek van Pauselijke Raad voor de Bevordering van de Eenheid van de Christenen. Midden in de lutherse kathedraal van Riga staat een doopvont uit de twaalfde eeuw, uit de tijd waarin Letland door de heilige Meinhard werd geëvangeliseerd. Die doopvont is een sprekend teken van de oorsprong van het geloof die door alle christenen van Letland, katholieken, lutheranen en orthodoxen, wordt erkend.

Ons gemeenschappelijk doopsel

En die oorsprong is ons gemeenschappelijk doopsel. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft verklaard: “Het doopsel vormt dus de sacramentele band van eenheid tussen allen, die er door zijn wedergeboren” (Unitatis redintegratio, 22). De eerste brief van St.-Petrus werd gericht tot de eerste generatie christenen om hen bewust te maken van de gave die zij hebben ontvangen door het doopsel en van de vereisten die dat inhoudt. Ook wij worden in deze week uitgenodigd om dit allemaal te herontdekken, dat gezamenlijk te doen en daarbij onze verschillen te overstijgen.

Bevrijd van het kwaad

Boven alles betekent het feit dat wij het Doopsel gemeenschappelijk hebben, dat wij allemaal zondaars zijn en het nodig hebben om te worden gered, verlost, bevrijd van het kwaad. Dat is het negatieve aspect, dat in de eerste brief van Petrus “duisternis” wordt genoemd, als hij zegt: “[God] heeft u uit de duisternis geroepen tot zijn wonderlijk licht” (1 Pt. 2,9). Dat is de ervaring van de dood, die Christus zich eigen heeft gemaakt, en die in het doopsel wordt gesymboliseerd door de onderdompeling in het water, om daarna weer boven te komen, symbool van de opstanding tot het nieuwe leven in Christus.

De levende God

Als wij christenen zeggen dat wij één doopsel gemeenschappelijk hebben, bevestigen we dat wij allemaal – katholieken, protestanten en orthodoxen – de ervaring delen vanuit de genadeloze en vervreemdende duisternis geroepen te zijn tot de ontmoeting met de levende God, vol barmhartigheid. Allemaal helaas, kennen wij ook de ervaring van het egoïsme, dat leidt tot verdeeldheid, geslotenheid, minachting. Opnieuw starten vanaf het doopsel betekent de bron hervinden van de barmhartigheid, bron van hoop voor allen, omdat niemand is uitgesloten van de barmhartigheid van God.

Onlosmakelijke band tussen ons

Het feit dat wij die genade met elkaar delen, creëert een onlosmakelijke band tussen ons christenen, zozeer, dat dankzij het doopsel, wij elkaar werkelijk als broeders kunnen beschouwen. Wij zijn werkelijk het heilig volk van God, ook al zijn we nog niet, wegens onze zonden, een volledig verenigd volk. De barmhartigheid van God, die werkt door het doopsel, is sterker dan onze verdeelheden.

De genade van de barmhartigheid

In de mate waarin wij de genade van de barmhartigheid ontvangen, worden wij steeds meer het volk van God, en worden we ook in staat gesteld om zijn wonderlijke werken aan allen te verkondigen, juist door een eenvoudig en broederlijk getuigenis van eenheid. Wij christenen, kunnen aan alle mensen de kracht van het Evangelie verkondigen door ons ervoor in te zetten de werken van barmhartigheid, de lichamelijke zowel als de geestelijke, met elkaar te delen. En dat is een concrete getuigenis van eenheid tussen ons christenen: protestanten, orthodoxen, katholieken.

Gemeenschappelijke missie

Tot slot, beste broeders en zusters, wij christenen hebben allemaal, door de genade van het doopsel, de barmhartigheid van God ontvangen, en zijn in zijn volk opgenomen. Allemaal samen, katholieken, orthodoxen en protestanten, vormen wij een koninklijk priesterschap en een heilig volk. Dat betekent dat we ook een gemeenschappelijke missie hebben, die namelijk de ontvangen barmhartigheid door te geven aan anderen, te beginnen met de armsten en de meest verlatenen.

Laten wij in deze gebedsweek bidden dat wij allemaal, leerlingen van Christus, een manier vinden om samen te werken om de barmhartigheid van de Vader overal in de wereld te brengen.