fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Inspiratie

Paus: ‘Het gebed is de adem van het geloof’

KN Redactie 7 mei 2020
image
Foto: CNS Photo - Vatican Media

Tijdens de algemene audiëntie van 6 mei sprak paus Franciscus over het mysterie van het gebed.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

We beginnen vandaag met een nieuwe catechesereeks over het gebed. Het gebed is de adem van het geloof, het is de meest passende uitdrukking ervan. Als een schreeuw uit het hart van degene die gelooft en die op God vertrouwt.

Alles voor een ontmoeting

Denk maar aan het verhaal over Bartimeüs, een personage uit het Evangelie (vlg. Mc. 10,46-52) en ik moet eerlijk bekennen voor mij persoonlijk de sympathiekste van allemaal. Hij was blind en zat aan de kant van de weg te bedelen even buiten de stad Jericho. Hij is geen anoniem personage; hij heeft een gezicht, een naam: Bartimeüs, ofwel ‘zoon van Timeüs’.

Op een dag hoort hij iemand zeggen dat Jezus langs zou komen. Jericho was dan ook een kruispunt en werd voortdurend doorkruist door pelgrims en handelaren. Bartimeüs gaat dus op wacht zitten: hij zou er alles voor over hebben om Jezus te ontmoeten. Veel andere mensen deden hetzelfde: denk maar aan Zaccheüs, die in een boom klom. Heel veel mensen wilden Jezus zien, ook hij.

Stem als enige wapen

Zo komt die man in het Evangelie terecht als een stem die het luidkeels uitroept. Hij kan niets zien; hij weet dus niet of Jezus dichtbij is of ver weg, maar hij voelt Hem. Hij begrijpt het door het gedrag van de menigte, die op een bepaald moment opstaat en dichterbij komt...

Maar hij is helemaal alleen, en niemand zorgt voor hem. En wat doet Bartimeüs dan? Hij roept en roept en blijft roepen. Hij gebruikt het enige wapen dat hij bezit: zijn stem. Hij begint te roepen: “Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!” (vers 47). En zo gaat hij verder, roepend.

Prachtige koppigheid

Zijn voortdurende geroep is hinderlijk, het lijkt niet netjes, en veel mensen maken hem verwijten en vragen hem ermee op te houden: “Maar gedraag je, houd daarmee op!”. Maar Bartimeüs houdt niet op, integendeel, hij roept nog harder: “Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!”.

Dat is de prachtige koppigheid van degenen die zoeken naar genade en kloppen op de deur van Gods hart. Hij roept en klopt. De uitdrukking ‘Zoon van David’ is heel belangrijk; die betekent ‘de Messias’. Hij belijdt de Messias en dat is een uiting van geloof die komt uit de mond van een man die door velen geminacht werd.

Zijn roepen wordt een vraag

En Jezus luistert naar zijn roepen. Het gebed van Bartimeüs raakt zijn hart, Gods hart, en de poorten van de verlossing gaan voor hem open. Jezus laat hem bij zich roepen. Hij springt op en degenen die eerder zeiden dat hij zijn mond moest houden, brengen hem nu naar de Meester.

Jezus praat met hem, Hij vraagt hem opnieuw zijn wens uit te spreken – dat is belangrijk – en zijn roepen wordt dan een vraag: “Rabboeni, maak dat ik zien kan!” (vers 51).

“Geloven is twee opgeheven handen en een roepende stem”
- Paus Franciscus

Jezus zegt tegen hem: “Ga, uw geloof heeft u genezen” (vers 52). Hij ziet in die arme, machteloze en geminachte man de volledige kracht van zijn geloof, die Gods barmhartigheid en kracht oproept.

Geloven is twee opgeheven handen en een stem die roept om het geschenk van verlossing af te smeken. De Catechismus benadrukt: “de nederigheid is de grondslag voor het gebed” (Catechismus van de katholieke Kerk, 2559).

Het gebed komt voort uit de aarde, uit de humus – daar komt het woord humilitas, nederigheid vandaan; het komt voort uit onze kwetsbaarheid, uit onze voortdurende dorst naar God (vlg. de Catechismus, 2560-2561).

Geloof is een schreeuw

Het geloof is een schreeuw, dat hebben we gezien aan Bartimeüs. Het niet-geloof is het onderdrukken van die schreeuw. Dat gedrag van die mensen die hem het zwijgen wilden opleggen: dat waren geen mensen van geloof, maar hij wel.

Het onderdrukken van die schreeuw is een soort ‘zwijgplicht’. Het geloof is een protest tegen een pijnlijke situatie waarvan we de reden niet begrijpen. Het niet-geloof is het simpelweg ondergaan van een situatie waarbij we ons hebben neergelegd. Het geloof is de hoop verlost te worden; het niet-geloof is je neerleggen bij het kwaad dat op ons drukt en zo voortgaan.

Hij kreeg wat hij wilde

Beste broeders en zusters, we beginnen deze catechesereeks met het geroep van Bartimeüs, misschien omdat in een figuur als de zijne alles al staat geschreven. Bartimeüs is een onverzettelijke man.

Om hem heen staan mensen die hem uitleggen dat smeken zinloos was, dat hij een roepende zonder antwoord was, dat hij een hinderlijke herrieschopper was en daarmee uit, dat hij moest ophouden met roepen: maar hij bleef niet zwijgen. En uiteindelijk kreeg hij wat hij wilde.

Veel sterker dan elk bewijs van het tegendeel, is de smekende stem in het hart van de mens. We hebben die stem allemaal in ons. Een stem die spontaan naar buiten komt, zonder dat iemand erom vraagt; een stem die vragen stelt bij onze weg hier; vooral wanneer we ons in het duister bevinden: “Jezus, heb medelijden met mij! Jezus, heb medelijden met mij!”. Dat is een mooi gebed.

De hele schepping

Maar zijn die woorden niet in de hele schepping gekerfd? Alles smeekt en bidt opdat het mysterie van de barmhartigheid zijn definitieve vervulling vindt. Christenen zijn niet de enige mensen die bidden: zij delen de schreeuw van het gebed met alle mannen en vrouwen.

Maar de horizon kan nog verder verbreed worden: Paulus benadrukt dat de hele schepping “kreunt en barensweeën lijdt” (Rom. 8,22). Kunstenaars zijn vaak de vertolkers van deze stille schreeuw van de schepping, die op elk wezen drukt en vooral naar buiten komt in het hart van de mens, want “de mens bedelt om God” (Catechismus, 2559). “De mens bedelt om God”, dat is een mooie omschrijving. Bedankt. (Vertaling Susanne Kurstjens)