fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Geloofsvragen

Waarom kan de een geloven en de ander schijnbaar niet?

Emma Koevoets 14 januari 2022
image
Het is een van de lastigste theologische onderwerpen: geloven. Hoe kun je verklaren dat de een dat wel kan en de ander schijnbaar niet? Foto: Karolina Grabowska, Pexels

Elke jongere loopt weleens rond met een vraag die hij of zij aan een geestelijke wil stellen. In deze rubriek doen we dat voor je. Deze week de vraag: waarom kan de een wel geloven en de ander schijnbaar niet? Priester Eli Stok (31) van het bisdom Rotterdam geeft antwoord.

Geloofsgenade is fundamenteel gezien de nabijheid van God, die vaak wordt geassocieerd met allerlei positieve aspecten, volgens Stok. “Je kan zeggen dat je een leuke baan hebt gekregen, dat je in die zegen God ervaart. Hoewel het in de theologie vaak wat specifieker is en het niet gaat over iets externs zoals een baan, meer over innerlijke groei. Genade is iets dat God in je hart legt.”

https://www.kn.nl/abonnementen/

Een voorbeeld is het verhaal van de Haarlemse Corrie ten Boom, die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gearresteerd omdat haar familie Joden in huis had. Stok: “Jaren na de oorlog kwam ze een kampbewaarder tegen uit het kamp dat haar zoveel pijn had bezorgd en waar haar zus was overleden. Hij vroeg of ze hem kon vergeven. In eerste instantie kon Ten Boom dat niet, maar uit trouw aan Jezus stak ze haar hand uit en voelde ze plotseling een golf van warmte en liefde. Zo zijn er meer dingen die beschouwd kunnen worden als een plotselinge gave van boven.”

image
Verzetsstrijder Corrie ten Boom (1892 - 1983) overleefde concentratiekamp Ravensbrück en werd door haar geloof geïnspireerd om een kampbewaker te vergeven. Foto: Wikimedia

Verschillende geloofsvormen

Waarom krijgen sommige mensen die genade dan wel en anderen schijnbaar niet? Wat Eli Stok zelf helpt, is het lezen van de evangelieverhalen, omdat je daarin ziet hoeveel vormen geloof kan hebben. “Er zijn genoeg verhalen over mensen die naar Jezus toekomen en van Hem een genezing verwachten. Blijkbaar hebben ze vertrouwen dat Jezus ze iets goeds kan geven. Maar daar blijft het dan ook bij, en blijkbaar is dat voldoende.”

In de wereld van vandaag zijn er wel voldoende mensen die een positieve associatie hebben bij Jezus, maar niet de overgave hebben waar gelovigen naar streven. Zijn zij dan totaal ongelovig? “Nee”, zegt Stok. “Paus Franciscus zei eens dat tijd belangrijker is dan plaats en een proces belangrijker dan een situatie. Misschien kun je geloof ook zo benaderen: iedereen zit in een levensproces en daar kunnen elementen inzitten die leiden naar geloof, al zou die persoon het misschien zelf geen geloof noemen.”

“Je ziet in het Johannesevangelie een zwart-wit-scheiding”, vervolgt Stok. “Mensen die geloven, zullen ook het goede doen. Mensen die niet geloven, zijn eigenlijk nog in de duisternis.” Hij denkt dat we heel erg voorzichtig moeten zijn met zulke ideeën in een pluralistische samenleving. “Er is heel veel goeds en positieve levensenergie, er is vertrouwen in de kracht van de liefde. Misschien is het geloof in de liefde of in het goede impliciet een vorm van vertrouwen op God, want je durft te vertrouwen dat het goede krachtiger is dan het kwade, ook al zie je dat niet altijd om je heen.”

“Iedereen zit in een levensproces en daar kunnen elementen inzitten die leiden naar geloof, al zou die persoon het misschien zelf geen geloof noemen.”
- Eli Stok

Maar: mensen zijn ook geschapen met een bepaald karakter en psyche. In hoeverre kunnen we zomaar kiezen wat we geloven? Kan je het mensen áltijd kwalijk nemen dat ze voor het kwade kiezen? Het zijn verschillende vragen, maar ze komen volgens Stok neer op één vraag: in hoeverre ben je verantwoordelijk voor wie je bent, door wat je gelooft en wat je doet?

Onderdrukking

“Het kwade bestaat in heel veel vormen”, vertelt Stok. Zo kan het veel verdriet geven als iemand uit het leven stapt. “Die persoon doet dat zelf, in die zin is het zijn keuze. Maar had hij dat ook gedaan als hij zich goed had gevoeld? Waarschijnlijk niet. En was het zijn schuld dat hij zich slecht voelde? Of is hij zelf ook slachtoffer van de situatie? Ik denk het laatste, en dan moeten we heel terughoudend zijn met praten over schuld.”

Volgens de priester kun je ook onbewust een vorm van het kwade ondersteunen. Denk aan systemen die ergens onderdrukking faciliteren, bijvoorbeeld als je heel goedkope kleding koopt waarvan je niet precies weet waar die vandaan komt. Of het hebben van een smartphone; de grondstoffen van die accu’s worden vaak ook op een mensonterende manier gewonnen.

https://www.us12.list-manage.com/subscribe/post?u=d22144bf286104d517b638301&id=b3f10e4ed1

“Het zijn dingen die niet verboden zijn, ze maken je geen slecht mens. Maar het laat zien dat we op de een of andere manier wel makkelijk gebruik maken van een systeem waar je eigenlijk niet al te veel over wil weten. We hebben meer oog gekregen voor gedeelde verantwoordelijkheid.”

Het onzichtbare kwaad

De manier waarop we kijken en hoe we goed en kwaad beoordelen, is heel erg gevormd door wat we zelf hebben ervaren, wie we vertrouwen en waar we geleerd hebben de nadruk op te leggen, denkt Stok. “Onze blik wordt ook gevormd door die invloeden waarvan we ons niet bewust zijn, dus je kunt geloven en je best doen om het goede te doen.”

Wat dat betreft kun je volgens Stok een heel goed mens zijn, “maar het wil niet zeggen dat er achteraf geen kritiek op je geleverd kan worden. Niet alleen omdat we nou eenmaal mensen zijn en dus tekortschieten aan energie en krachten, ook omdat we blinde vlekken hebben en er dingen zijn die we gewoon niet zien.”