fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Samenleving

Katholieke kritiek op euthanasie-uitspraak Hoge Raad: ‘Dit gaat grote impact hebben’

Sanne Gerrits 24 april 2020
image
Parochianen bezoeken een vrouw met Alzheimer in Puerto Rico. Foto: CN S Photo - Bob Roller

De Hoge Raad oordeelde dinsdag dat artsen euthanasie mogen plegen op mensen met vergevorderde dementie, mits zij eerder wilsbekwaam een euthanasieverklaring hadden opgesteld. Vanuit katholieke hoek is er kritiek op de uitspraak.

Eerder oordeelde een lagere rechtbank in Den Haag, dat een arts die in 2016 euthanasie op een vrouw met dementie had uitgevoerd, niet in strijd met de wet had gehandeld.

Niet zorgvuldig

De patiënte had vier jaar eerder in een euthanasieverklaring vastgelegd dat zij dood wilde, wanneer zij in een verpleegtehuis zou worden opgenomen. Toen het moment daar was, gaf zij echter wisselende signalen af. Tijdens de procedure moest zij fysiek worden tegengehouden en werd ze door de arts verschillende keren gesedeerd om de euthanasie toch uit te voeren.

Het medisch tuchtcollege berispte de arts wel. Het oordeelde dat zij de procedure niet zorgvuldig had uitgevoerd. Dit betrof ook het feit, dat de arts de patiënte niet nogmaals had gevraagd, of zij nog steeds achter haar euthanasieverklaring van jaren eerder stond.

Kardinaal Eijk: vonnis ‘vergroot onzekerheid artsen’

Kardinaal Wim Eijk, bisschop-referent voor medische ethiek, zegt desgevraagd dat de uitspraak de duidelijkheid voor artsen niet vergroot.

“De Hoge Raad laat de beslissing aan de betrokken artsen, wat hun onzekerheid vergroot", aldus de kardinaal. "De vraag is hoe groot de kans is dat hun interpretatie van een schriftelijke euthanasieverklaring door een rechtbank wordt goedgekeurd, mocht er een gerechtelijke procedure tegen hen worden gestart voor het uitvoeren van euthanasie bij een patiënt met vergevorderde dementie."

Meer euthanasiegevallen

Eijk hoopt dat artsen hierdoor minder geneigd zullen zijn euthanasie uit te voeren. Maar hij ziet ook dat er in 2019 meer euthanasiegevallen waren dan in 2018. "Ik vrees dat deze uitspraak niet zal leiden tot een daling in het aantal gevallen van euthanasie en medische hulp bij suïcide."

Grote impact praktijk

Moraaltheoloog Lambert Hendriks verwacht dat het vonnis “een grote impact op de praktijk” zal hebben.

“De bedoeling van deze rechtszaak was het afdwingen van meer uitleg rondom de euthanasiewetgeving met betrekking tot demente patiënten. De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat het mag.”

Probleem voor de samenleving

Hiermee staat de samenleving voor een groot probleem, vindt Hendriks. “Mensen zeggen als ze gezond zijn: ‘Zo wil ik niet leven.’ Maar wanneer het moment daar is, dat zij ziek zijn, verdwijnt de doodswens. Want je wilt niet afgerekend worden als mens, wanneer je ziek bent.”

Het standpunt van de Kerk is helder: euthanasie past bij geen enkele samenleving. “De Kerk is tegen elke vorm van euthanasie, omdat zij vindt dat de waarde van het leven niet teruggebracht mag worden tot wat men zelf nuttig vindt”, zegt Hendriks.

“Natuurlijk is er begrip voor het feit dat het leven een last kan zijn bij ernstig lijden. Toch is het goed en waardevol dat die mens er is.”

Schrijnende zaak

De zaak die nu voor de Hoge Raad is geweest, vindt hij schrijnend. “Op het laatst had de betreffende vrouw er geen goed gevoel bij. Dat de rechter nu zegt: ‘Dan had de arts maar meer sedatieven in de koffie moeten doen’... gruwelijk.”

Een juridisch ‘hellend vlak’

Ook internationaal is de uitspraak niet onopgemerkt gebleven. De Amerikaanse hoogleraar bio-ethiek Charles Camosy noemde het vonnis tegenover CNA onderdeel van een juridisch “hellend vlak”.

“Een persoon met vergevorderde dementie kan moeilijk communiceren of hij instemt met de euthanasie. De arts moet nu beslissen wanneer de patiënt dood moet”, zegt Camosy. “En dokters zijn berucht om het verkeerd inschatten van de kwaliteit van leven van patiënten.”

Breid de zorg uit

Camosy adviseert Nederland om het anders aan te pakken: “Vergroot het aantal verplegers per demente patiënt en zorg voor betere ondersteuning van mantelzorgers.”