fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Achtergrond

Een herwaardering van Allerheiligen en Allerzielen

Mgr. M. Francis Mannion - CNA 1 november 2020
image
Foto: Diogo Nunes - unsplash.com

Allerheiligen en Allerzielen hebben voor veel mensen vooral met de overledenen te maken. Waarom spreken we op 1 en 2 november dan toch van feesten die gevierd mogen worden?

Met Allerheiligen herdenken we degenen die naar Christus’ voorbeeld hebben geleefd en hun medemensen op een bijzondere manier hebben geïnspireerd. De heiligen hebben een verschil gemaakt in deze wereld, en lang na hun dood inspireren ze ons nog steeds tot het verrichten van grootse daden.

Voorbeeld en inspiratie

De worstelende mensheid heeft hun voorbeeld en inspiratie nog altijd hard nodig. De Engelse schrijver Gerald Vann omschreef dit heel mooi: “De Kerk is en zal altijd een net zijn dat allerlei soorten vissen vangt. Ze is en was altijd een vreemde combinatie van het saaie en het wonderbaarlijke, van het ellendige en van het heldhaftige, van het lelijke en het mooie. Haar tuin heeft zowel onkruid als bloemen voortgebracht.

De heiligen zijn de bloemen en we moeten toegeven dat de heiligheid van de Kerk zonder hen niet zo duidelijk naar voren zou komen. Door hen schijnt Christus’ licht in alle naties, en in hen zien christenen wat heiligheid echt betekent. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Kerk trots is op deze nobele voorbeelden van christelijk leven en hun grootsheid luid verkondigt aan de hele wereld.”

https://www.kn.nl/abonnementen/

Deel van ons bestaan

De heiligen leven niet in een wereld die ver van ons afstaat, maar maken deel uit van ons bestaan. De moderne mens denkt graag dat hij alles op eigen kracht heeft gedaan, maar het feit is dat wij zijn wie we zijn door de mensen die ons zijn voorgegaan.

We worden niet verlost door iets dat we zelf doen, maar door de God van genade, en met behulp van talloze anderen in de geestelijke gemeenschap van Gods volk. De heiligen bestaan voor ons en met ons. We vereren hen niet als historische figuren, maar als broeders en zusters met wie we verbonden zijn.

Schatten van alle heiligen

De Franse schrijver Paul Claudel zei dat wij kunnen beschikken over de schatten van alle heiligen. “We kunnen de intelligentie van St.-Thomas van Aquino gebruiken, de rechterarm van de heilige aartsengel Michaël, de harten van Jean d’Arc of van Catherina van Siena en al die andere middelen die we alleen maar hoeven aan te raken…

De heldhaftigheid van de missionaris, de inspiratie van de kerkleraren, de vrijgevigheid van de martelaren, het genie van de artiesten, het brandende gebed van de clarissen en de karmelieten – het lijkt alsof wij dat allemaal zelf zijn; wij zijn het zelf.”

“Met ons gebed op Allerzielen begeleiden we de overledenen op hun pelgrimage naar perfectie en vreugde”

Met Allerheiligen vieren we de levende Kerk in het hier en nu. De levensverhalen van de heiligen zijn onze levensverhalen en dat zou ons hoop en moed moeten geven.

Negatief beeld van het vagevuur

Net als Allerheiligen heeft ook Allerzielen de laatste decennia steeds meer aan belang ingeboet, mogelijk door een te negatief beeld van het vagevuur. Zeker, het concept is vaak verkeerd uitgelegd. De Hongaarse theoloog Ladislaus Boros zei dat veel mensen het vagevuur zien als “een gigantische stad vol martelingen, een kosmisch concentratiekamp waarin jammerende, kermende en klagende wezens gestraft worden door God”.

Maar de waarheid is dat wij niet ‘bevriezen’ op het moment van onze dood. Ook al zijn we bij ons overlijden geen perfecte christenen, we zijn niet voor altijd tot die staat veroordeeld. God reikt ons nog altijd de hand.

Proces van heiliging

We zouden het vagevuur moeten zien als een proces van verandering en heiliging, de afronding van wat bij het doopsel in ons begonnen werd. De anglicaanse theoloog John Macquarrie legt dit heel mooi uit als hij zegt dat het vagevuur een van de onderdelen is in het proces van heiliging waardoor we op Christus gaan lijken.

https://www.kn.nl/abonnementen/

In de twaalfde eeuw omschreef Willem van Auvergne het vagevuur als de voltooiing van onze aardse boetedoening. Als we boetedoening zien als een proces van bekering en verandering, zullen we het vagevuur niet gaan zien als iets beangstigends, maar als de voltooiing van een levenslang proces naar verlossing.

In iets nieuws veranderen

De vroege kerkvaders zagen het vagevuur als een vuur waardoor je gereinigd en gezuiverd werd. Het is het levende vuur van de Heilige Geest, geen vuur van vernietiging en eenzaamheid. De heilige Catherina van Genua sprak daarom over “het vagevuur van Gods brandende liefde” en Sint-Jan van het Kruis had het over “de levende vlam van liefde”.

De pijn van het vagevuur is dan ook niet de pijn van goddelijke straf en woede, maar een groeipijn, die ontstaat omdat je oude zelf in iets nieuws verandert.

Daad van solidariteit

Het is belangrijk dat we ons gebed voor de overledenen niet zien als een manier om te onderhandelen met een harde God die imperfecte zielen in een woeste put gooit. We moeten dit gebed zien als een ruimhartige uitstorting van liefde voor degenen die ons zijn voorgegaan in de dood.

Ons gebed is een daad van solidariteit waarmee we de overledenen begeleiden op hun pelgrimage naar perfectie en vreugde. Het is ons getuigenis van de waarde en goedheid van de overledenen dat we aanbieden aan een God die onze verlossing voor ogen heeft. (Vert. Susanne Kurstjens)