<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Opinie

Goed met geld omgaan – Als liefde verstandig is…

KN Redactie 20 december 2017
image
(Foto: AP)

Hoe kunnen banken én burgers goed met geld omgaan? Enkele revolutionaire pausen bieden de helpende hand.

Financiële instellingen brengen mensen die geld over hebben en mensen die geld nodig hebben bij el-kaar. Dat is een belangrijke, dienende functie: zorgen dat mensen veilig hun geld kunnen stallen en dat ambities van mensen kunnen worden gerealiseerd. Het Compendium van de Sociale Leer van de Kerk spreekt hier waarderend over: “De ervaring van de geschiedenis leert dat economische groei zonder ade-quate financiële systemen nooit zou hebben plaatsgevonden.”

Tegelijk wijst het Compendium op gevaren: “de financiële sector, die het volume van financiële transacties in ruime mate het volume van de reële transacties heeft zien overstijgen, loopt het risico om zich te ontwikkelen volgens een mentaliteit die enkel zichzelf als referentiepunt heeft, zonder band met de echte fundamenten van de economie”.

Verantwoordelijkheid

Financiële instellingen laveren tussen risico nemen en rendement halen. Wie alleen rendement zoekt en het risico negeert, schiet zichzelf vroeg of laat in de voeten. Wie elk risico vermijdt, haalt geen rendement en vervult zijn rol niet in het in gang houden van de economie. Financiële instellingen moeten deze twee tegengestelde grootheden bijeenhouden.

Anderzijds zijn er de consumenten. Zeker, banken hebben hen gek gemaakt, en veel te ingewikkelde producten verkocht, wat mede tot de crisis van 2008 leidde. De financiële sector is wat mij betreft verantwoordelijk, want daar zit de kennis. Dit ontslaat de consument echter niet van de plicht zelf goed te onderzoeken wat hij aanschaft. En wellicht de hebzucht even opzij te schuiven.

Maar er is nog een derde aspect, en dat geldt voor beiden. Het is de aloude vraag uit de catechismus: waartoe zijt gij op aarde?

De derde weg

Waartoe is een financiële instelling op aarde? Is dat niet allereerst, zoals geschetst, om te dienen? Om intermediair te zijn tussen mensen die geld over hebben en mensen die geld zoeken? En welke projecten worden met dit geld mogelijk gemaakt? De financiële sector heeft invloed en kan de samenleving een duwtje in de goede richting geven.

Maar ook de burger heeft invloed. Ik zeg burger en niet consument, want misschien is een van onze pro-blemen wel dat we mensen zijn gaan zien als consumenten; gericht op een transactie. De mens is veel meer. Met elkaar zijn we verantwoordelijk voor deze samenleving en voor de wereld die we willen.

Mijn vraag aan de burger is dan ook: waartoe ben jij op aarde? Wat vind jij belangrijk? En welke gevolgen heeft dat voor je handelen, voor de manier waarop je je geld investeert? Laat je de vraag meespelen hoe je je geld kunt inzetten voor een betere, eerlijke wereld?

Zo kijken verlegt het perspectief: de consument wordt een burger, de financiële sector een dienende sec-tor.

Revolutionaire pausen

Waar we zelf staan in dezen, hangt af van hoe we deze vragen beantwoorden. Waar draait het voor ons om bij een financiële instelling? Is een mens primair een consument? Is geld een doel op zich, of een middel om iets goeds te bereiken? Is moraliteit iets bijkomends of een integraal onderdeel van de financiële sector?

Voor goed advies kunnen we te rade gaan bij de sociale leer van de Kerk. Dan heb ik het zeker niet alleen over de huidige paus, maar ook over Benedictus XVI en de heilige Johannes Paulus II. Zij waren op sociaal-ethisch terrein even revolutionair als paus Franciscus.

Opvallend is Benedictus’ encycliek Caritas in Veritate. Hij zoekt daarin aansluiting bij sociale encyclieken van de zalige Paulus VI en de heilige Johannes Paulus II. Hij had de encycliek eerder willen publiceren, maar wachtte tot 2009 om aandacht te kunnen besteden aan de financiële crisis.

Hij schrijft dat economisch beleid alleen duurzaam kan zijn als het wortelt in een samenhangende visie op menselijk welzijn, met inbegrip van spiritualiteit. Over macro-economie stelt hij: “De economie en het geldwezen kunnen, voor zover ze middelen zijn, inderdaad slecht gebruikt worden, als de verantwoordelijke zich slechts door egoïstische belangen laat leiden. Zo kunnen op zich goede middelen worden veranderd in schadelijke middelen.”

De economie is niet neutraal

De oorzaak daarvan ligt niet in de middelen, maar in “het verduisterde verstand van de mensen”, en dus “moet het appèl niet aan het middel worden gericht, maar aan de mens, aan zijn morele geweten en aan zijn persoonlijke en sociale verantwoordelijkheid. De sociale leer van de Kerk is van mening dat echte menselijke relaties in vriendschap en gemeenschap, in solidariteit en wederkerigheid, ook binnen de economische bedrijvigheid geleefd kunnen worden en niet alleen daarbuiten of ‘daarna’”.

De economie “is noch moreel neutraal, noch in essentie onmenselijk en antisociaal”. Ze moet als mense-lijke activiteit wel “vanuit een moreel gezichtspunt gestructureerd en geïnstitutionaliseerd worden”. Een goed functionerende economie heeft de ethiek nodig, “niet zomaar een ethiek, maar een mensvriendelijke ethiek”.

Paus Johannes Paulus II constateerde in Centesimus Annus uit 1991 al dat “een investering naast een economische ook altijd een morele betekenis heeft”. Dat slaat niet alleen op de financiële sector, maar ook op een particulier die zijn geld investeert.

Ethische grondslag

Paus Benedictus bouwt hierop voort en schrijft dat het geldwezen vernieuwd moet worden, zodat het weer een instrument kan worden “dat gericht is op betere opbouw van welvaart en op ontwikkeling”. Eco-nomie en geldwezen zijn “werktuigen” waarmee de voorwaarden voor “ware ontwikkeling” geschapen kunnen worden. Dat is niet beperkt tot enkele speciale fondsen, maar geldt voor de hele economie en financiële sector, waarschuwt hij.

“Financiers moeten de waarachtig ethische grondslag van activiteiten herontdekken, om geen misbruik te maken van hoogontwikkelde instrumenten, die ertoe zouden kunnen dienen spaarders te bedriegen. Een redelijk voornemen, transparantie en het streven naar goede resultaten zijn verenigbaar en mogen nooit van elkaar worden losgemaakt. Als liefde verstandig is, kan ze ook de middelen vinden om te handelen overeenkomstig een vooruitziende en rechtvaardige economie”.

Eric Holterhues is directeur van Oikocredit Nederland. Dit artikel is een verkorte versie van de lezing die hij hield voor het Thijm-genootschap. De hele lezing is te vinden op www.oikocredit.nl.