<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Fact check

KN Factcheck: NOS over ‘katholieke zwijgcultuur’

KN Redactie 20 augustus 2018
image
Foto: Annie Spratt/Unsplash

“Waarom seksueel misbruik bijna altijd in het biechthokje blijft”, kopte de NOS onlangs naar aanleiding van het misbruikrapport uit Pennsylvania. Wat klopt er van de beweringen van de omroep?

Bewering

Dat de kerkleiding jarenlang zweeg over seksueel misbruik “komt mede door het biechtsacrament”.

Bron

NOS op 3, nos.nl

Achtergrond

De NOS verwijst in een uitgebreid achtergrondartikel over de katholieke zwijgcultuur naar een ‘geheim’ Vaticaans document uit 1962, getiteld Crimen sollicitationis. Allereerst, wat betreft de kwalificatie ‘geheim’: het integrale document (geschreven door kardinaal Ottaviani en geratificeerd door paus Johannes XXIII) is gewoon in meerdere talen op de website van het Vaticaan te raadplegen.

De instructie beschrijft geen algemene maatregelen bij misbruik door geestelijken, maar slechts misbruik in zeer specifieke gevallen, namelijk in de context van de biecht. Het gaat niet om alle zaken van seksueel misbruik, maar louter om zaken waarbij een geestelijke een biechteling voor, tijdens of na een biechtgesprek verleidt tot “immorele of onfatsoenlijke daden” (par. 1). Het slachtoffer verkeert dan in een bijzonder penibele situatie; hij is kwetsbaar, mogelijk zelfs chantabel, hij heeft immers net zijn zonden opgebiecht of staat op het punt dat te doen.

Precies om de slachtoffers in zo’n situatie te beschermen, en zeker niet om de daders een hand boven het hoofd te houden, eist Crimen sollicitationis extra grote zorgvuldigheid en absolute vertrouwelijkheid van alle betrokkenen bij een onderzoek naar zulk misbruik, op straffe van automatische excommunicatie (zie par. 11 van de instructie).

De NOS maakt daarvan: “Iedere geestelijke die bij dit proces betrokken is, moet voor eeuwig zwijgen. Een geestelijke mag een collega niet aangeven bij de politie als die iemand heeft misbruikt. Als de geestelijke dat wel doet, wordt híj uit de kerk gezet, níet degene die wordt beschuldigd.”

Dit klopt niet: de instructie rept niet over aangifte bij politie of justitie. Het biechtgeheim staat voorop, dus wat het slachtoffer gezegd heeft in het biechthokje mag nooit of te nimmer naar buiten worden gebracht. Maar de misdaad van de biechtvader valt daar niet onder. Ja, de katholieke Kerk heeft ook een eigen rechtssysteem, met eigen wetten, procedures en strafmaatregelen – en daar gaat deze instructie over – maar sluit daarmee strafrechtelijke vervolging door een wereldse rechtbank absoluut niet uit.

De NOS beweert vervolgens ten onrechte dat de Kerk dit misbruik ‘slechts’ als zonde, maar niet als misdrijf kwalificeert. De titel van het geciteerde document alleen al spreekt boekdelen. De instructie uit ‘62 spreekt bij herhaling zeer expliciet over ‘misdrijf’ (crimen pessimum zelfs, het allerergste misdrijf, in kerkrechtelijke zin wel te verstaan), en slechts sporadisch over zonde.

Na deze zeer onzorgvuldige interpretatie van Crimen sollicitationis, laat de NOS nog een tweetal deskundigen aan het woord, namelijk vaticanist Stijn Fens en kerkhistoricus Peter Nissen. Die laatste zou volgens de NOS beweerd hebben dat “een groot percentage van alle priesters zich niet aan het celibaat houdt”. Hoe groot dat percentage precies is, en op welke wetenschappelijke bronnen Nissen zich baseert, blijft echter onduidelijk.

Conclusie

Het NOS-bericht hangt aan elkaar van foutieve interpretaties en ongefundeerde speculaties. Het misbruik door geestelijken en het zwijgen van verantwoordelijken zijn een reëel probleem, maar laten zich niet zo simplistisch verklaren uit het biechtgeheim of het celibaat.