<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Opinie

Haal na de doodstraf ook ‘rechtvaardige oorlog’ uit Catechismus

KN Redactie 30 augustus 2018
image
'Death Row' in de gevangenis van San Quentin, Californië. Als het aan de paus ligt, worden de dodencellen met de doodstraf overbodig. (Foto: CNS - Stephen Lam Reuters)

De redenen om de doodstraf in de Catechismus “ontoelaatbaar” te noemen, kunnen ook worden toegepast op het idee van de gerechtvaardigde oorlog. Ook dat idee zal verdwijnen.

Paus Franciscus heeft besloten de morele aanvaardbaarheid van de doodstraf uit de Catechismus van de Katholieke Kerk te schrappen. Voorwaar geen kleinigheid. Het gaat niet om een verandering van een of andere opinie over een incidentele gebeurtenis, maar om een verandering van de moraalleer.

In 1997 was de aanvaardbaarheid van de doodstraf al tot een minimum van hoge uitzonderingen teruggebracht. Dit jaar, 2018, gaat de wissel om. Vanaf nu staat het recht op leven van de veroordeelde voorop in de afwegingen omtrent de strafmaat.

De redenen voor de beëindiging van de morele acceptatie zijn overigens gelaagd. Naast de beschermwaardigheid van het leven van elk mens als beelddrager van God, is er ook de kans op vergissingen bij de veroordelingen, de ineffectiviteit van de afschrikkende werking van de doodstraf en het wereldwijde ‘aanvoelen van gelovigen’.

Niet uit de lucht gevallen

Deze verschuiving in de sociale moraal komt niet uit de lucht vallen. Internationaal – vooral in de VS – is er een verbreding gaande van de pro-lifebeweging van ‘anti-abortus’ naar het bestrijden van alle vormen van doden. Daardoor is de invloed van de beweging tegen de doodstraf vergroot.

Voor alle duidelijkheid: het Vaticaan gaat ook nu niet uit van straffeloosheid bij ernstige misdrijven. Ook is het niet zo dat de Kerk nu vindt dat alle ernstige misdrijven maar moeten worden vergeven door slachtoffers of hun nabestaanden. De verandering gaat strikt om de beschermwaardigheid van het leven: de reden dat een moord niet gepleegd had mogen worden, is ook de reden waarom het leven van de moordenaar gespaard moet blijven.

Privilege van de staat

De verandering is extra interessant, omdat in de redenering waarom de doodstraf kan worden afgeschaft, het perspectief van wereldlijke overheden (die de straf vaststellen en uitvoeren) naar de achtergrond schuift. Dat is heel ingrijpend.

Staten hebben sinds 1648 een geweldsmonopolie. Dat komt tot uitdrukking in het recht om krijgsmacht, politie en beulen geweld te laten uitvoeren. De doodstraf is zogezegd een privilege van de staat. Het waren dan ook staten die de doodstraf vervolgens op juridische en humanitaire gronden op steeds grotere schaal hebben afgeschaft. Dat gebeurde grotendeels om seculiere redenen.

Kostbare aangelegenheid

De staat kreeg het geweldsmonopolie om de burgers tegen eigenrichting en wetteloosheid te beschermen en hun veiligheid te kunnen garanderen. Afschaffing van de doodstraf betekent in dit perspectief dat staten dit op een andere manier moeten doen dan via de doodstraf. De verplichting tot passend strafrecht, tot beveiliging van burgers en tot zorg voor slachtoffers en nabestaanden – drie dingen die de Kerk van samenlevingen vraagt – vervalt immers niet.

De omzetting van de doodstraf naar levenslang (het meest waarschijnlijke alternatief) is een uiting van beschaving: men wil niet herhalen wat men zelf heeft moeten ondergaan. Maar het is ook een kostbare aangelegenheid. Dat gaat discussies opleveren in samenlevingen waar de doodstraf nog bestaat. Kan de postmoderne samenleving, die gericht is op slachtoffers, nog voldoende begrip opbrengen voor de beschaafde behandeling van mensen die in plaats van de doodstraf levenslang kregen? Een spannende vraag.

En de ‘rechtvaardige oorlog’ dan?

Minstens even spannend is of nu ook het idee van de ‘rechtvaardige oorlog’ – nog een overheidstaak die verband houdt met het geweldsmonopolie – uit de kerkelijke leer zal verdwijnen. Ik verwacht van wel, al zal dat nog wel een tijd duren. Het recht op zelfverdediging, dat in het VN-handvest staat, zal blijvend worden erkend.

Maar het is de vraag of je daarvoor de leer van de rechtvaardige oorlog nodig hebt. De criteria daarvoor – noodzaak, rechtmatigheid, proportionaliteit, bevoegd gezag, kans op succes en laatste redmiddel – kunnen heel goed opgenomen worden in een concept van rechtvaardige vrede dat het recht op verdediging insluit.

Prof. dr. Fred van Iersel is bijzonder hoogleraar ‘Vraagstukken geestelijke verzorging bij de krijgsmacht’ in Tilburg.