<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Opinie

Laat straatnamen met rust

KN Redactie 14 september 2018
image
Een goed voorbeeld van hoe straatnamen de smaak van de heersende klasse weerspiegelen: in het Gelderse Lent zijn straten vernoemd naar bekende popartiesten. (Foto: Flip Franssen - Hollandse Hoogte)

Straatnamen leren ons iets over tijdgebonden opvattingen en dito smaak. Van zulke historische bronnen blijf je af, in plaats van ze uit doorgeschoten emancipatiedenken aan te passen.

In het centrum van Nijmegen zag ik onlangs pas zelf het veranderde straatnaambordje. De Broerstraat werd door de feministische beweging De Bovengrondse herdoopt in ‘Ada Lovelacestraat’.

Eén tel dacht ik: “Huh?! Die van Deep Throat?”

Dat bleek niet het geval. Het ging niet om het soft-pornosterretje met cultstatus, dat als voornaam ‘Linda’ heeft. Het bleek te gaan om een achternaamgenoot. Ada Lovelace was een vroeg-negentiende eeuwse, briljante Britse wiskundige, die ontwerpster was van wat gezien wordt als het vroegste ‘computerprogramma’.

Wat welke straat was

Ook nadat ik die informatie had verwerkt, bleef ik de straatnaamwijziging een onhandige en rare actie vinden.
Pas vanaf het moment dat huizen en wijken ‘ontworpen’ werden in het kader van nieuwbouw en stadsuitleg, kregen straten en pleinen namen toebedeeld, die representatief waren voor smaak en ideologie van de heersende klasse: vooraanstaande burgers, culturele en literaire iconen, prominente geloofsgenoten of een incidentele belangrijke historische gebeurtenis.

Voordien stonden straatnamen voor handel, voor iedereen herkenbare locaties of beroepsgroepen: Brouwersstraat, Vismarkt. Die straatnamen waren kennelijk gemeengoed in een stad: in Nijmegen besloot de gemeenteraad pas in 1863 om straatnaambordjes aan te brengen. Iedereen in de kleine gemeenschap wist voordien eeuwenlang zelf wat welke straat was.

Straatwaarde

De Nijmeegse straat waarvan de naam veranderd werd, de Broerstraat (aanvankelijk Broederstraat), heet al zo sinds 1300 en is genoemd naar het eertijds daar gelegen klooster van de predikbroeders (de dominicanen). De naam is dus een toponiem en geen gevolg van bewuste of onbewuste genderoverwegingen van een stadsbestuur. De praktijk was de ongeschreven richtlijn. Zo verwijst het Mariënburg in Nijmegen naar een vijftiende-eeuws vrouwenklooster, net als de Nonnenplaats en Nonnenstraat in de benedenstad.

De negentiende- en twintigste-eeuwse straatnamen daarentegen zijn bewuste keuzes geweest, bediscussieerd en gefiatteerd door gemeenteraden. Maar ook dat lijkt me geen reden om nu af te dwingen straatnamen te wijzigen. Integendeel: straatnamen zijn historische bronnen. Ze geven aan wie op enig moment door de machthebbers van dienst het aanzien waard werden gevonden. Of welke andere zaken (bloemen, bomen) kennelijk straatwaarde hadden op enig moment.

Het NSB-bestuur

Het is altijd wat gemakkelijk om als afschrikwekkend voorbeeld de Duitse bezetting aan te halen. Maar ook bij dit onderwerp kan vastgesteld worden: de laatste die in Nijmegen aan opgelegde straatnaamwijzigingen deed, was het NSB-bestuur tijdens de bezetting.

Straatnamen met joden (Jozef Israëlsstraat), leden van het koninklijk huis (Prins Hendrikstraat) of met een (vermeende) socialistische herkomst (Volksbelang) werden gewijzigd. Soms waren de autoriteiten overijverig: ook de ‘Jodenberg’ verloor zijn naam, terwijl die genoemd was naar het aloude Gelderse adellijke geslacht ‘De Joode’. De Oranjesingel, daarentegen, bleef de hele oorlog gehandhaafd.

Emancipatiewijk

Achteraf kun je grinniken om straatnamen of er serieus wijze lessen uit trekken. De straatnamen leren ons nu immers iets over aan tijd gebonden overtuigingen en dito smaak. Zo zal het nageslacht kunnen vaststellen dat er anno 2005 Nijmeegse bestuurders bestonden die de mening toegedaan waren dat de popgroepen Pink Floyd en Deep Purple de moeite van het aanhoren waard waren en een eigen straat verdienden.

Dit alles wil overigens helemaal niet zeggen dat toekomstige straatnaamgevers niet alert moeten zijn en blijven op de man-vrouwkwestie. Overigens is dat uitgerekend in Nijmegen al praktijk – bijvoorbeeld in de wijk Jonkerbos waar zich sinds eind jaren tachtig de ‘emancipatiewijk’ bevindt, met straten voor prominenten als Harriet Freezer, Joke Smit en Marga Klompé.

Jos Joosten is hoogleraar Nederlandse Letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en auteur van het recent verschenen boek ‘De verdeelde mens’ (Uitg. Vantilt).