<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Inspiratie

Niet ons bezit, maar de liefde maakt ons rijk

KN Redactie 8 november 2018
image
CNS Photo - Paul Haring

Tijdens de algemene audiëntie van 7 november sprak paus Franciscus over het gebod ‘Gij zult niet stelen’.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

We gaan verder met de uitleg van de Tien Geboden en komen vandaag aan bij het zevende gebod: ‘Gij zult niet stelen’.

Als we dit gebod horen, denken we aan diefstal en aan het respecteren van andermans eigendommen. Er bestaat geen cultuur waarin diefstal en het misbruiken van goederen legaal zijn; de mens is dan ook zeer gevoelig voor het beschermen van zijn eigendommen.

Maar het is de moeite waard om ons open te stellen voor een bredere lezing van dit gebod, door het onderwerp bezit van goederen te plaatsen in het licht van de christelijke wijsheid.

Universele bestemming

In de sociale leer van de Kerk wordt gesproken over de universele bestemming van goederen. Wat betekent dit? Laten we luisteren naar wat de Catechismus erover zegt: “In den beginne heeft God aan de menselijke gemeenschap het gezamenlijk beheer van de aarde en haar natuurlijke hulpbronnen toevertrouwd om er zorg voor te dragen, om ze door haar arbeid te onderwerpen en om van haar vruchten te genieten. De goederen van de schepping zijn bestemd voor de hele mensheid” (nr. 2402).

En verder: “De universele bestemming van de aardse goederen blijft de voornaamste vorm, zelfs als het bevorderen van het algemeen welzijn de eerbiediging van het privébezit vereist, zowel wat het recht op privébezit betreft als het gebruik ervan” (nr. 2403).

Er is maar één wereld!

De Voorzienigheid heeft echter niet gezorgd voor een wereld waar alles gelijk is; er zijn verschillen, verschillende omstandigheden en culturen. Zo kunnen we leven door voor elkaar te voorzien. De wereld is rijk genoeg aan hulpbronnen om iedereen te kunnen voorzien van de eerste levensbehoeften.

Desondanks leven veel mensen in schandalige armoede en worden hulpbronnen, zonder enig criterium, uitgeput. Maar er is maar één wereld! Maar één mensheid! De rijkdommen van de wereld zijn nu in handen van de minderheid, de weinigen. En de armoede, de ellende en het lijden in handen van velen, van de meerderheid.

Er is genoeg voedsel

Als er honger heerst op aarde is dat niet omdat er te weinig voedsel is! In tegendeel, door de eisen van de markt wordt er soms voedsel vernietigd en weggegooid. Wat ontbreekt is vrij en vooruitziend ondernemerschap dat zorgt voor voldoende productie, en een solidaire aanpak die zorgt voor een gelijke verdeling.

In de Catechismus staat: “Wat het gebruik betreft van de aardse goederen die de mens rechtmatig bezit: hij mag deze niet uitsluitend beschouwen als zijn privé-eigendom, maar evenzeer als gemeenschappelijk bezit, in deze zin dat ze niet alleen hemzelf, maar ook anderen tot voordeel kunnen strekken” (nr. 2404). Elke rijkdom moet een sociale dimensie hebben om goed te kunnen zijn.

Rentmeesterschap

In dit licht komt de positieve en bredere betekenis van het gebod ‘Gij zult niet stelen’ naar voren. “Iemand die een goed in eigendom bezit, is als het ware een rentmeester van de voorzienigheid” (nr. 2404). Niemand is de absolute meester van zijn bezittingen: hij is een rentmeester van zijn bezittingen. Bezit brengt verantwoordelijkheid met zich mee. “Maar ik ben rijk aan alles…” – dat is een verantwoordelijkheid die je hebt.

Elk goed dat onttrokken is aan de logica van Gods voorzienigheid, is verraad. Het is verraad in de diepste zin van het woord. Dat wat ik werkelijk bezit, is wat ik weet weg te geven. Dat is de maat om te meten hoezeer ik in staat ben om mijn rijkdommen te beheren en of ik dat goed of slecht doe; deze zin is belangrijk: dat wat ik werkelijk bezit, is dat wat ik weet weg te geven.

Rijk in vrijgevigheid

Als ik kan geven, ben ik open en dus ben ik rijk; niet alleen in wat ik bezit, maar ook in vrijgevigheid. Vrijgevigheid is ook de plicht om je rijkdom te delen, zodat iedereen er deel aan kan hebben. Als ik niet in staat ben om iets weg te geven, is dat omdat datgene wat ik bezit macht over mij heeft en ik er een slaaf van ben. Het bezit van goederen is een kans om ze creatief te vermenigvuldigen en ze vrijgevig te gebruiken, om zo in naastenliefde en in vrijheid te groeien.

Ook al was Hij God, toch heeft Jezus “zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God. Hij heeft zich van zichzelf ontdaan” (Fil. 2,6-7) en heeft ons met zijn armoede verrijkt (vlg. 2Kor. 8,9).

Terwijl de mensheid zich uitput om meer en meer te hebben, maakt God haar vrij door zich arm te maken: die Gekruisigde heeft voor iedereen een losprijs van onschatbare waarde betaald, afkomstig van God de Vader die “rijk is aan erbarming” (Ef. 2,4; vlg. Jac. 5,11). Wat ons rijk maakt, is niet ons bezit, maar de liefde.

Gebruik je bezit om lief te hebben

We hebben Gods volk heel vaak horen zeggen dat de duivel via de beurs binnenkomt. Je begint met de liefde voor geld, de honger om te bezitten. Dan komt de ijdelheid: ‘Ha, ik ben rijk en ik klop mezelf daarvoor op de borst; en je eindigt met trots en hoogmoed. Dat is het werk van de duivel in ons. Maar de deur waardoor hij binnenkomt is je beurs.

Beste broeders en zusters, opnieuw toont Jezus Christus ons de volledige betekenis van de Schriften. ‘Gij zult niet stelen’, wil zeggen: heb lief met je bezittingen, maak gebruik van je bezit om te kunnen liefhebben. Dan wordt je leven goed en je bezit waarlijk een geschenk. Want het leven is geen tijd om te bezitten, maar om lief te hebben. Bedankt. (Vert. SvdB)