fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Nieuws

Kardinaal De Kesel: ‘Eerste Wereldoorlog tart alle verbeelding’

KN Redactie 12 november 2018
image
De Belgische kardinaal Jozef de Kesel. (Foto: Jeroen Moens)

“Zoveel goeds en zoveel moois heeft de mens in de loop van zijn geschiedenis tot stand gebracht. Maar onrecht, uitbuiting, oorlog en geweld trekken een ander spoor door dezelfde geschiedenis.” Dat zei kardinaal Jozef de Kesel afgelopen zondag tijdens de Eucharistieviering voor vrede in Brussel. 

De viering stond in het teken van 100 jaar wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog. Ook in de andere Belgische bisdommen waren er plechtigheden. Zo luidden in België om 11:00 uur alle kerkklokken ter herdenking aan de wapenstilstand die een einde maakte aan de Grote Oorlog.

Herhaling van een drama

“Wat hier is gebeurd, tart alle verbeelding. Nooit eerder was het in de mensengeschiedenis in die omvang gezien. Miljoenen mensen, vooral jonge mensen, zijn in die oorlog gesneuveld. En nog meer burgers”, sprak de aartsbisschop van Mechelen-Brussel tijdens zijn homilie in de Brusselse Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal.

“Wat men had meegemaakt, was zo erg dat men ervan overtuigd was: deze oorlog kan niet anders dan de laatste zijn. Maar niets bleek minder waar. Een kwarteeuw later herhaalde zich hetzelfde drama. Met daarbij nog de hel van de Holocaust”, aldus de primaat van de Belgische katholieke Kerk.

Verantwoordelijk

De Kesel noemde het “onvoorstelbaar waartoe mensen in staat zijn. Niemand kan zeggen: ‘Dat is mijn zaak niet, daar heb ik niets mee te maken’. We zijn verantwoordelijk voor elkaar. We zijn verantwoordelijk voor deze wereld en voor de toekomst. We mogen niet vergeten wat is gebeurd”.

Geen concurrenten

De Belgische kardinaal haalde de vluchtelingenproblematiek aan in zijn homilie. “Ook nu, net zoals toen, zijn zoveel mensen op de vlucht voor oorlog en geweld en voor uitzichtloze situaties. Ze zijn geen vreemdelingen maar medemensen, ja medeburgers van deze wereld, onze gemeenschappelijke thuis. We zijn geen concurrenten maar lotgenoten. Verantwoordelijk voor elkaar. Een verantwoordelijkheid die we niet kunnen ontvluchten.”