<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Commentaar

De quasireligieuze toon van Thierry Baudet

Anton de Wit 28 maart 2019
image
Niet één partij, maar de versnippering is de echte winnaar van de voorbije Provinciale Statenverkiezingen in Nederland. Foto: Flickr CCBY Contando Estrelas

Niet één partij, maar de versnippering is de echte winnaar van de voorbije Provinciale Statenverkiezingen. Al een week lang zijn alle schijnwerpers desalniettemin gericht op het Forum voor Democratie van Thierry Baudet.

Commentatoren komen superlatieven tekort om hun afkeuring van diens gedachtengoed kenbaar te maken – waarmee ze zich echter schuldig maken aan dezelfde polarisatie en demonisering waarvan ze Baudet en de zijnen zo gretig betichten.

Voordeel van de twijfel

We mogen ook best wat nuchterder reageren. Vanuit het niets zal het FvD in de provincies en senaat de komende tijd een belangrijke politieke speler worden: het zal vanzelf blijken of deze partij tegen die verantwoordelijkheid opgewassen is. Het kan nu immers niet meer bij (al dan niet in het Latijn geformuleerde) kreten vanaf de zijlijn blijven.

Juist omdat het politieke landschap zo versnipperd is geraakt, zal er naar nieuwe overeenstemming, nieuwe (gelegenheids-)coalities, nieuwe gedeelde gronden, kortom een nieuw midden moeten worden gezocht. Daar zal het FvD een rol in moeten spelen wil het mee blijven doen, en ik zie niet in waarom de partij niet op z’n minst het voordeel van de twijfel zou kunnen krijgen.

Aantrekkingskracht van het populisme

Hetzelfde geldt voor de kiezers die op deze partij stemden. De groep FvD-sympathisanten is te groot en divers om simpelweg in de verre en onfrisse uithoek van de rechtsradicalen weg te zetten. Zulke stempels helpen ons bovendien niet om het electorale statement echt te verstaan.

Van de bekende politiek filosoof Francis Fukuyama horen we deze week in KN alvast een diepere, meer genuanceerde analyse van de aantrekkingskracht van het populisme. Hij traceert de historische wortels ervan in de Verlichting en Reformatie.

Quasireligieuze toon

De woorden van Baudet zelf lijken die analyse te bevestigen. “We zijn de partij van de renaissance”, zei de FvD-voorman letterlijk in zijn veelbesproken ‘overwinningsspeech’ vorige week. Hij slaat daarbij zelfs een quasireligieuze toon aan.

We hoeven, aldus Baudet “de metafysische grondslagen van het christendom niet te aanvaarden om toch de wederopstandingsgedachte als leidend motief van de westerse beschaving te kunnen aanvaarden. Iets dat dood leek, iets dat voorbij leek, iets dat achter ons zou liggen, iets dat definitief achter ons zou liggen, dat kan, zo weten wij, weer tot bloei komen”.

Seculier model van Verrijzenis en Verlossing

Met zulke opmerkingen scoort hij ook in christelijke kringen, maar ik denk dat juist gelovigen hierbij extra op hun hoede moeten zijn. Presenteert hij hier niet een soort seculier model van Verrijzenis en Verlossing, een aards paradijs, een utopie? Elders in de speech hekelt hij uitvoerig de “immanente religie”, de “politieke theologie” van de klimaatbeweging, maar is zijn rechtse contrarevolutie niet evenzeer een politiek-theologische ketterij?

Ik geloof persoonlijk niet dat de ideologie van het Forum voor Democratie écht het antwoord is op het “spirituele vacuüm” dat Baudet zelf signaleert – het is er eerder een uitdrukking van. Maar dan nog: dat vacuüm, dat gemis van een gedeelde grond, wordt steeds duidelijker, en biedt aanknopingspunten voor een beschaafd gesprek voorbij de polarisatie.