fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Analyse

Fraters leiden paters: een kleine wijziging met een grote betekenis

Anton de Wit 19 mei 2022
image
Archiefbeeld uit 2017: de toenmalige franciscanenoverste Michael Perry bezoekt paus Franciscus om hem te vragen om toestemming om niet gewijde broeders op leidinggevende posities te benoemen. Nu, vijf jaar later, heeft hij antwoord. Foto: CNS - Vatican Media

Paus Franciscus maakt het formeel mogelijk dat kloosterordes een niet tot priester gewijde broeder als overste aanwijzen. Het lijkt een kleinigheid, maar past in een langlopende strijd tegen een klerikale cultuur én structuur in de Kerk.

Het lijkt muggenzifterij voor de fijnproevers: dat er in voorkomende gevallen een uitzondering gemaakt mag worden op Canon 588 paragraaf 2 van het kerkelijk wetboek. Het stond in een rescriptum, een officieel antwoord op een aan de paus voorgelegde vraag, dat gisteren werd vrijgegeven door de Congregatie voor de Instituten van Gewijd Leven en Gemeenschappen van Apostolisch Leven in Rome.

Hoe was de situatie?

Kloosterordes en andere gemeenschappen van gewijd leven, zo staat te lezen in de genoemde kerkelijke wettekst, kunnen ofwel ‘klerikaal’ zijn (dat wil zeggen: dat hun leden priester gewijd kunnen worden; ‘paters’ heten die dan) ofwel een ‘lekeninstituut’ zijn waarvan de leden niet gewijd zijn (dan spreken we van ‘broeders’/’fraters’ of ‘zusters’).

https://www.us12.list-manage.com/subscribe/post?u=d22144bf286104d517b638301&id=b3f10e4ed1

In een ‘klerikale’ kloosterorde kunnen ook broeders zitten zonder priesterwijding, maar die kunnen geen overste worden; in de genoemde paragraaf staat dat klerikale instituten door iemand van de clerus geleid moet worden.

Hoe wordt die vanaf nu?

Dat verandert dus per onmiddellijke ingang: paus Franciscus bepaalde dat er een uitzondering gemaakt mag worden op deze regel. Met instemming van de algemene overste van een orde kan een plaatselijke of provinciaal overste benoemd worden die broeder is.

“De aanvragers beriepen zich op het franciscaanse ideaal van leiderschap; van 'minoriteit' in plaats van klerikalisme”

Ook de algemeen overste zelf kan een broeder zijn, maar daarvoor moet dan toestemming gevraagd worden aan de Congregatie voor de Instituten van Gewijd Leven en Gemeenschappen van Apostolisch Leven.

Vanwaar deze uitzondering?

Deze bepaling is een reactie op een vraag uit 2017 van de hoofden van de vier mannentakken van de franciscaanse familie – de minderbroeders, kapucijnen, conventuele franciscanen en de reguliere derde orde – aan paus Franciscus om hen toe te staan broeders te kiezen voor leidinggevende posities, waaronder die met gezag over gewijde priesters.

image
Archiefbeeld uit 2017: paus Franciscus ontvangt de toenmalige oversten (ministers-generaal) van de franciscaanse mannenordes, v.l.n.r: Marco Tasca van de conventuele franciscanen; Mauro Johri van de kapucijnen; Michael Perry van de franciscanen en Nicholas Polichnowski van de reguliere derde orde. Foto: CNS - Vatican Media

Pater Michael Perry, destijds minister-generaal (zoals het wereldwijde hoofd bij deze orde heet), zei dat zo’n toestemming de franciscanen in staat zou stellen het franciscaanse ideaal van leiderschap te leven, van ‘broeders onder elkaar, al dan niet gewijd’, en de franciscanen zou uitdagen “tot ‘minoriteit’, tot niet omhoog gaan, maar omlaag gaan.”

‘Minoriteit’, zo legde Perry destijds uit, is het tegenovergestelde van klerikalisme – de conventuele franciscanen worden ook wel ‘minorieten’ genoemd. Ook ordestichter Franciscus van Assisi was nooit een priester, merkte Perry verder op, en gedurende de eerste 30 jaar van het bestaan van de orde mochten de broeders ook broeders kiezen voor leidinggevende functies, en dat deden ze ook.

Waarom duurde het zo lang voor de paus antwoordde?

Een klip en klaar verzoek, waarvan te verwachten viel dat de paus er sympathiek tegenover zou staan. Franciscus geldt immers als een uitgesproken tegenstander van iedere vorm van klerikalisme. Toch liet de officiële reactie vijf jaar op zich wachten, en is die nog tamelijk voorzichtig – de wettekst an sich verandert niet, er wordt slechts een uitzonderingsmogelijkheid aan toegevoegd met de nodige mitsen en maren.

“Verzet tegen een klerikale cultuur is één ding, het aanpassen van een klerikale structuur heeft meer voeten in aarde”

Daaruit blijkt wel, dat er wat op het spel staat. Verzet tegen een klerikale cultuur – waarbij geestelijken als een soort supergelovigen worden gezien – is één ding, maar het aanpassen van een klerikale structuur – waarbij geestelijken ook per definitie op de posities zitten waar de beslissingen worden genomen – heeft wat meer voeten in aarde.

Dat weet de paus ook: binnen zijn eigen jezuïetenorde bestaan ook ongewijde broeders en gewijde paters, en ook daar is zowel structuur als cultuur nog altijd hoogst klerikaal.

https://www.kn.nl/abonnementen/

Hetzelfde geldt voor de Romeinse Curie waaraan Franciscus sinds 2013 leiding geeft. Ook daar werden de leidinggevende posities altijd door gewijde geestelijken bekleed, en Franciscus deed er negen jaar over om dat te doorbreken via de constitutie Praedicate Evangelium. Daarin werd geformaliseerd dat ook leken een Vaticaans dicasterie kunnen leiden.

Wat zijn de implicaties?

Deze nieuwe bepaling voor religieuze ordes is kleiner en voorzichter dan Praedicate Evangelium, maar de implicaties kunnen weleens groter zijn omdat dit tot ver buiten Rome geldig is. Het trekt de logica van Franciscus’ curiehervormingen door naar kloostergemeenschappen waar ook ter wereld. Daar wordt hopelijk meer evenwicht en gelijkwaardigheid gebracht in de relatie tussen paters en fraters, gewijde monniken en hun lekenbroeders - die laatsten worden niet zelden toch een beetje als tweederangs monniken gezien en behandeld.

Maar ja, zoiets kost nu eenmaal tijd. Alle vier de oversten van de franciscaanse familie die het in april 2017 kwamen vragen aan de paus, zijn inmiddels alweer opgevolgd door een andere - gewijde - ordegenoot.

https://www.kn.nl/donaties/